04-07-06

De deelnemers aan de Stille Optocht: wie zijn ze?, wat drijft hen?

Twee zondagen terug, op zo’n dag dat een mens niet weet wat doen, vulde Gerolf Annemans een column op zijn website over het verschil in betrokkenheid en manifestaties bij de moorden op Joe Van Holsbeeck en Guido Demoor, en de moorden van Hans Van Temsche (zie: http://aff.skynetblogs.be/?date=20060626&number=1&...). Had Annemans de resultaten in handen gekregen van Stefaan Walgrave en zijn medewerkers van de Universiteit Antwerpen (UA) die de voorbije maanden de deelnemers aan de Witte Mars in Brussel en de Stille Optocht in Antwerpen bevraagd hebben? Neen, dat heeft een toogfilosoof als Annemans niet nodig. Wij konden wél de onderzoeksresultaten inkijken, en kunnen ze in primeur op deze weblog mededelen.

 

Walgrave en zijn medewerkers deelden enquêteformulieren uit op vijf verschillende manifestaties: de nationale betoging voor regularisatie van mensen zonder papieren (Brussel, 25 februari 2006 – 10 000 manifestanten); de nationale betoging tegen de oorlog en bezetting in Irak (Brussel, 19 maart 2006 – 5 000 manifestanten); de Europese vakbondsbetoging tegen de herstructurering bij InBev (Leuven, 28 maart 2006 – 2 000 manifestanten); de stille mars tegen geweld en ter nagedachtenis van Joe Van Holsbeeck (Brussel, 23 april 2006 – 80 000 manifestanten); en de stille optocht tegen racisme en ter nagedachtenis van de slachtoffers van de racistische aanslagen in Antwerpen (Antwerpen, 26 mei 2006 – 20 000 manifestanten). In onze samenvatting van het onderzoek focussen we ons vooral op de deelnemers aan de Witte Mars en de Stille Optocht. Op de Witte Mars werden iets meer dan 1 000 enquêteformulieren verdeeld, op de Stille Optocht bijna 1 300. Meer dan 40 % van deze formulieren werden ingevuld terug gestuurd, wat veel is.

 

Bij de eerste drie betogingen was er telkens een meerderheid van mannen, bij de Witte Mars en de Stille Optocht daarentegen waren iets meer vrouwen dan mannen aanwezig. Er waren ook iets minder jongeren en iets meer ouderen dan gemiddeld bij de vijf manifestaties. De professionele situatie van de manifestanten op de verschillende betogingen verschilt nauwelijks: vooral mensen met een voltijdse job, veel minder werklozen of huisvrouwen/-mannen. Het zijn vooral hooggeschoolden (hoger niet-universitair en universitair onderwijs) die manifesteerden: gemiddeld 65 % van de deelnemers. Al lijkt ons dat resultaat mogelijk beïnvloed door wie wél en wie niet het enquêteformulier terugstuurde. Bij de deelnemers aan de Witte Mars en de Stille Optocht waren opvallend veel mensen die voor het eerst op straat kwamen, of mensen die na vijf jaar voor het eerst opnieuw betoogden (Witte Mars: 54 %, Stille Optocht: 43 %, terwijl het gemiddelde over de vijf manifestaties op 35 %  first timers  ligt). Dat het niet om beroepsbetogers gaat, wordt ook aangegeven door het feit dat de meeste deelnemers aan de Stille Optocht niet enkele weken daarvoor aanwezig waren op de Witte Mars. De deelnemers bij beide manifestaties zijn relatief actiever in allerlei vrijetijdsorganisaties (sport, kunst, muziek…), terwijl de Sans Papiers- en Irak-betogers actiever zijn in mensenrechtenorganisaties en politieke partijen.

 

En waarom kwam men op straat? In Antwerpen was het in eerste instantie om verzet tegen racisme (73 %), in de tweede plaats tegen alle vormen van zinloos geweld (66 %). In Brussel waren de motieven vooral veiligheid op straat en openbare plekken (53 %), en het vermijden van soortgelijke zaken in de toekomst (68 %). De meningen zijn behoorlijk verdeeld als gevraagd wordt of de politici rekening zullen houden met de meegedragen eisen. De Sans Papiers-betogers hebben hierin het meeste vertrouwen (43 %), de Irak-betogers maken zich geen illusies (slechts 25 % denkt dat hun eisen politiek vertaald worden), de InBev-betogers reageren gelijkaardig (27 %), de Witte Mars- en Stille Optocht-betogers hebben iets meer hoop maar toch niet veel (respectievelijk 35 en 38 %). Ongeveer 1/5e van de deelnemers aan de Witte Mars en de Stille Optocht zegt een volgende keer niet meer te betogen. Bij de deelnemers aan de andere betogingen is dat gemiddeld maar 1/20e.

 

En wie zette de mensen aan om deel te nemen aan de manifestaties? Bij de Witte Mars- en Stille Optocht waren het voornamelijk de deelnemers zelf, hoogstens hun partner. Niet bijvoorbeeld hun buren. Belangrijkste communicatiekanaal voor deze mensen om de oproep om te manifesteren te vernemen zijn de klassieke massamedia en informele contacten. Globaal is er een duidelijk ander type betoger als het gaat om manifestanten rond de oude breuklijn (arbeid versus kapitaal, zoals bij de InBev-betoging) dan om de nieuwe breuklijn die sociologen ontdekt hebben (en we terugvinden bij de Sans Papiers- en Irak-manifestanten) terwijl de Witte Mars/Stille Optocht-betogers aansluiten bij die laatste groep maar toch vooral nog een ander type volk aantrekt. Maar dat wisten we als ‘ervaringsdeskundige’ ook wel.

00:02 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (3) | Tags: luna |  Facebook | | |  Print

Commentaren

Saai Ja ech: dees is saai.

Gepost door: Alain | 04-07-06

Alain Voor foto's van blote modellen moet je op de weblog van Jurgen Verstrepen zijn (http://jurgenverstrepen.skynetblogs.be).

Gepost door: AFF / Verzet | 05-07-06

dit is hier gewoon dikke zever niets minder is waar.

Gepost door: gerard | 06-07-06

De commentaren zijn gesloten.