31-05-07

Zich verontschuldigen voor de medewerking van stadsbestuur en politie aan de deportatie van Joden?

Je hebt hem misschien ook al gezien in de (betere) boekhandel: deze maand is het megadikke boek  Gewillig België (foto 1, eenmaal klikken op de illustratie voor meer informatie over het boek) verschenen, de neerslag van een officieel onderzoek naar de betrokkenheid van de overheid bij de collaboratie met nazi-Duitsland, en in het bijzonder de deportatie van Joodse burgers (zie: http://aff.skynetblogs.be/archive-day/20070218). Twee weken geleden heeft eerste-minister Guy Verhofstadt als hoogste gezagsdrager van dit land zich verontschuldigd voor de handelswijze van de toenmalige overheid. Omdat in Antwerpen meer dan elders meegewerkt werd aan de deportatie van Joodse burgers vroeg Claude Marinower (foto 2) maandag in de Antwerpse gemeenteraad om een ‘signaal’ van de huidige stadsbestuurders. “Er wordt dikwijls onderschat wat er leeft bij mensen die in de Tweede Wereldoorlog in de Antwerpse straten opgepakt werden. Ook bij de nazaten is dat nog lang niet vergeten.” Burgemeester Patrick Janssens beraadt zich met het college over een reactie. Bart De Wever (N-VA) vindt excuses of wat dan ook niet nodig.

Eén van de onderzoekers, SOMA-directeur Rudi Van Doorslaer, zei laatst in Knack : “Het globale beeld in de eerste oorlogsjaren is er een van maximale samenwerking met de bezetter. In het hele land verleenden de nationale, provinciale en lokale administraties, net als de politie en de rijkswacht, volop hun medewerking aan de uitvoering van de Duitse anti-Joodse verordeningen. Iedereen ging er immers van uit dat Duitsland de oorlog had gewonnen. Het is pas in de zomer van 1942, wanneer de eerste deportaties van Joden beginnen, dat men vooral in Brussel op de rem ging staan. (…) Zo legde de dienstdoende burgemeester van Brussel, Jules Coelst, de vraag van de Duitsers naast zich neer om Jodensterren te verdelen. Hij had daarvoor een administratieve uitvlucht kunnen zoeken, maar hij motiveerde zijn weigering in niet mis te verstane politiek-morele termen. Belangrijker nog was zijn weigering om de Brusselse politie in te zetten bij razzia’s tegen Joden.”

In Antwerpen lagen de kaarten anders. Rudi Van Doorselaer: “Groot-Antwerpen werd bestuurd door een samenwerkingsverband dat zijn ideologische wortels had in de jaren dertig: de katholieke concentratie (…). In het Antwerps stadsbestuur, onder leiding van de katholieke burgemeester Leo Delwaide, zaten ook schepenen van het VNV en Rex-Vlaanderen. En dat stadsbestuur had er geen problemen mee om de davidster te verspreiden en mee te werken aan de collectieve arrestaties van Joden. In de nacht van 28 op 29 augustus 1942 voerde het Antwerpse politiekorps zelfs autonoom een razzia uit, waarbij meer dan 1 200 Joden uit hun huizen werden gehaald en overgedragen aan de Duitsers om weggevoerd te worden. Een unicum in de Belgische geschiedenis. Maar niemand reageerde: de Antwerpse burgemeester niet, de procureur des Konings niet.” De Antwerpse politie en ambtenaren hadden nochtans gewetensbezwaren kunnen inroepen. Rudi Van Doorslaer: “De Duitse bevelhebber generaal von Falkenhausen erkende in 1941 al dat Belgische ambtenaren gewetensbezwaren mochten inroepen om bepaalde taken die hen door de Duitsers waren opgedragen niet uit te voeren. Die mogelijkheid bestond dus. (…) Toen in de zomer van 1941 in het kader van de operatie Zonnewende in heel België communisten werden opgepakt, weigerde de rijkswacht van Seraing zijn medewerking, met als argument dat ze gewetensbezwaren hadden tegen het oppakken van mensen die geen enkele Belgische wet hadden overtreden. Maar in Antwerpen was, zoals mijn collega-historicus Lieven Saerens al eerder heeft aangetoond, samenwerking tussen de Duitse en de Belgische politiediensten de gewoonste zaak van de wereld. (…) Het ophalen van Joden was bijna een standaardprocedure geworden. Men stelde zich daar geen vragen meer bij, en de razzia van augustus 1942 was gewoon een volgende stap.”

In zijn tussenkomst wees Claude Marinower, zelf zoon van een gedeporteerde Jood die de kampen overleefde, op de wanverhouding in deportaties van Joodse burgers. Werd in België 1 op 2 Joden gedeporteerd, in Brussel slechts 1 op 10, in Antwerpen was het 2 op 3. Natuurlijk lag ook de razzia die de Antwerpse politie op eigen initiatief (!) uitvoerde in de nacht van 28 op 29 augustus 1942, waarbij zonder dat de Duitsers erom gevraagd hadden meer dan 1 200 Joden opgepakt werden, zwaar op de maag. Marinower verwees enkele malen naar de edelmoedige houding van een aantal Antwerpenaren: mensen die Joden hielpen, hen brood gaven en lieten onderduiken. Marinower wilde dan ook niet spreken van een ‘collectieve schuld’ van Antwerpen ten aanzien van de deportaties, maar wel van een ‘collectieve verantwoordelijkheid’ ten overstaan van het verleden. Hij vroeg het stadsbestuur zich te beraden over een houding die de Joodse slachtoffers en hun nazaten in staat stelt “deze bladzijde om te draaien.”

Burgemeester Patrick Janssens wilde al antwoorden, als Bart De Wever het woord vroeg. De Wever verzette zich tegen het beeld dat van Antwerpen was geschetst. Wat er in Charleroi en Luik is gebeurd, weten we niet want het archief daar is vernietigd. Zou Antwerpen het zoveel slechter gedaan hebben dan vergelijkbare steden in West-Europa? ‘Antwerpen als bakermat van de onverdraagzaamheid, ook in de geschiedenis’: De Wever had het er intellectueel moeilijk mee. Voor De Wever was het voldoende dat premier Verhofstadt zich namens alle instanties verontschuldigd had. Zich voor alles moeten verontschuldigen, dan zullen we nog een tijdje bezig zijn. En daar bestaat anno 2007 geen behoefte aan. Het kot zou te klein geweest zijn mocht het VB zo'n tussenkomst hebben gedaan, maar na De Wevers woorden viel alleen maar een ijzige stilte in de Antwerpse gemeenteraad. Het wekt niet langer verwondering dat als je op Google naar een afbeelding van Bart De Wever zoekt, je als eerste prentje een foto tegenkomt van de jonge Bart De Wever samen met Jean-Marie Le Pen (foto 3). 

Patrick Janssens verwees naar de verontschuldigingen die zijn collega van het Duitse stadje waar de V-bommen gemaakt werden laatst in Antwerpen had uitgesproken. Natuurlijk was die burgemeester niet persoonlijk verantwoordelijk voor de aanmaak en het gebruik van de V-bommen. Maar die V-bommen hebben zoveel indruk en doden bij de Antwerpse bevolking achtergelaten dat mensen er nog over spreken, en verontschuldigingen dan toch het minste is wat je kan doen. Janssens wilde wel zijn verontschuldigingen aanbieden voor de houding van het Antwerpse stadsbestuur en de Antwerpse politie bij de deportatie van de Antwerpse joden begin jaren veertig, maar vroeg dan daartoe gemandateerd te worden. Het was niet duidelijk hoe de gemeenteraad daarop zou reageren, en Janssens zei uitdrukkelijk daarover ook geen hoofdelijke stemming te vragen. Janssens stelde dan maar een beraadslaging in het college in het vooruitzicht, en zei desgevallend de verontschuldigingen uit te spreken bij een aangekondigd colloquium over hulp aan Joodse ondergedoken kinderen.

Marinower wees De Wever nog terecht. De oorlogsarchieven mogen dan wel verdwenen zijn in Luik en Charleroi, er woonde geen vergelijkbare Joodse populatie als in Antwerpen. De houding van de Antwerpse overheid ten aanzien van de Joodse burgers was wel degelijk een unicum. Bart De wever wilde hierna nog tussenkomen, maar het reglement liet dat niet toe. De Wever tegen zichzelf beschermt!

Wat niemand zich afvroeg, is welke lessen je uit het verleden voor het heden moet trekken. Even tevoren had de Antwerpse gemeenteraad zich gebogen over de huisjesmelkerij. Als Frank Hosteau, al jaren actief in de strijd tegen de huisjesmelkerij, het woord kreeg hekelde die de aanwezigheid van mensen van de Dienst Vreemdelingenzaken bij acties tegen verkrotte woningen. Aanwezigheid niet om de huisjesmelkers op te pakken, maar om de slachtoffers van die huisjesmelkers desgevallend een uitwijzingsbevel te geven wegens illegaal verblijf. Waarmee je niet alleen die mensen in de kou zet, maar ook nog eens getuigen voor rechtszaken tegen huisjesmelkers uit het land verwijdert. Voor Hosteau zijn de mensen van de Dienst Vreemdelingenzaken dan ook “mensenjagers van het ergste soort”. Hosteau hekelde ook uitspraken van rechtbanken, zoals die tegen een huisjesmelkster die een boete opgelegd kreeg van 25 000 euro, terwijl ze maandelijks (!) 27 000 euro ophaalt aan huurgeld en de wet toelaat haar tot 550 000 euro te beboeten. Hierna was het Marinower die het woord vroeg. Hoewel hij respect had voor de acties van Hosteau tegen de huisjesmelkerij, vond Marinower dat de kwalificering van de Dienst Vreemdelingenzaken als door Hosteau absoluut niet kon, en Hosteau moest ook maar eens leren uitspraken van rechtbanken te respecteren.

Alle vergelijkingen lopen ergens mank, en de deportatie van de Joodse burgers in 1942 is niet te vergelijken met de uitwijzing van mensen zonder papieren nu. Maar je zult maar eens zonder verblijfspapieren te kunnen krijgen, hier voor jou en je gezin een bestaan proberen op te bouwen. En dan uitgewezen worden. Beseft iemand wel hoe het is om als Roma-zigeuner teruggestuurd te worden naar Oost-Europa, of op een vliegtuig terug naar Afrika gestuurd worden. Hoe zal de geschiedenis dát over 65 jaar beoordelen?

00:16 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (18) | Tags: racisme, antwerpen, de wever |  Facebook | | |  Print