05-07-10

LEVEN IN TWEE WERELDEN. BELGISCHE COLLABORATEURS EN DE DIASPORA NA DE TWEEDE WERELDOORLOG

Totaal out of the blue – de interviewer had er geen aanleiding toe gegeven – pleitte Hilde Kieboom, voorzitster van de Sint-Egidiusgemeenschap, vorige week in Knack voor amnestie voor oorlogscollaborateurs. Steve Stevaert, die het nieuwe boek van Hilde Kieboom inleidde op de boekvoorstelling, miste de kans om over het voorstel te zwijgen. Erger nog, zoals zijn voorganger als SP-voorzitter Fred Erdman zei: “Dat sommigen ondoordacht dit voorstel zouden steunen was te vrezen.” Gelukkig reageerden ze in de omgeving van Bart De Wever verstandiger, en mogen we er nog even aan herinneren dat zelfs aan de radicale rechtse zijde van het VB sommigen de amnestie-eis achterhaald noemen. Het AFF-artikel hierover werd nog geciteerd in Knack van 8 juli 2009, Hilde Kiebooms had dus beter kunnen weten. Het neemt niet weg dat het interessant kan zijn zich te verdiepen in de leefwereld van de collaborateurs, en daarover verscheen een paar maanden geleden een lezenswaardig boek: Leven in twee werelden. Belgische collaborateurs en de diaspora na de Tweede Wereldoorlog van Frank Seberechts en Frans-Jos Verdoodt. Het werd geschreven in opdracht van het Archief- en Documentatiecentrum voor het Vlaams-nationalisme. 

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn in Europa miljoenen mensen van huis weg: soldaten, gevangenen, vluchtelingen, gedeporteerden enzovoort. Tussen hen bevinden zich honderdduizenden nazi’s, oorlogsmisdadigers en hun medewerkers, die trachten uit de handen van het gerecht te blijven. Daarbij het hele spectrum van collaborateurs: leidende figuren zowel als meelopers, intellectuele collaborateurs, Waffen SS’ers, oorlogsmisdadigers, oorlogsburgemeesters, mannen en vrouwen, ouderen en jongeren… Tussen de bevrijding en eind 1949 worden 405 067 dossiers geopend over misdrijven tijdens/samen met de nazi-bezetting, maar slechts 57 254 leiden werkelijk tot een rechtszaak. Er worden 1 247 doodstraffen uitgesproken, maar slechts in 242 gevallen worden die ook uitgevoerd. 1 839 mensen krijgen een levenslange gevangenisstraf. Velen vluchten naar het buitenland nog voor het tot een uitspraak komt. Goed georganiseerde vluchtroutes en -organisaties behoren eerder tot de mythes dan tot de werkelijkheid. Wel bieden vele priesters en religieuzen, vooral de lagere clerus, een uitweg voor collaborateurs met het nazi-regime. Elders in Europa is het vooral via het Internationale Rode Kruis dat men kan emigreren.

De auteurs schetsen eerst het ontstaan van de Tweede Wereldoorlog en situeren de collaboratie in België zodanig dat ook wie niet vertrouwd is met dat tijdsvak de gebeurtenissen, mensen en organisaties goed kan inschatten. De straatrepressie zowel als de overheidsrepressie voor collaborateurs worden in beeld gebracht, alsook de toenmalige gevangenissen en interneringscentra – waar algauw lessen Spaans onderwezen werd. De overheid was sommige collaborateurs liever kwijt dan rijk, en de pers stond ook gunstig tegenover emigratie. Volgens De Standaard kunnen een aantal incivieken zo “een voor hen onbehaaglijk klimlaat” ontvluchten, vormen zij geen “steen des aanstoots” meer voor hun medeburgers, en als die personen elders nieuwe bestaansmogelijkheden vinden “verdwijnt meteen de oorzaak van de verbittering waarmede, helaas, zovelen behept zijn.” Dat laatste blijkt echter slechts een illusie te zijn. Het hoofdstuk waarin opgesomd wordt welke priesters en religieuzen allemaal meewerkten aan het ontrekken van collaborateurs aan het Belgisch gerecht is (helaas) indrukwekkend. “Samenvattend kunnen we stellen dat de steun van de katholieke kerk aan de collaborateurs in de clandestiniteit nauwelijks kan worden overschat.”

Een aantal mensen duiken onder in België. Anderen trekken naar Duitsland (onder andere stichter van de Algemeene SS-Vlaanderen Ward Hermans naar wie VB’er Wim Verreycken een straat in Berchem wilde vernoemen), Oostenrijk (bijvoorbeeld stafleider van DeVlag Robert Verbelen die er de Oostenrijkse nationaliteit krijgt en als dan toch even vervolging dreigt vanuit Vlaanderen vanuit Vlaanderen steun krijgt van de VMO en VU-partijraadslid Karel Dillen), Nederland (onder andere de Lierse oorlogsburgemeester Alfred Van der Hallen die er een drukkerij begint en van daaruit mag leveren aan de prille Volksunie), Frankrijk, Zwitserland (dat vóór 1945 veel minder openstaat voor de slachtoffers van het nazisme dan dat het na 1947 openstaat voor diegenen die meewerkten aan intussen verslagen dictaturen), Ierland (waar onder andere de voor zijn aandeel in de collaboratie tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeelde vader van VB-kamerlid Alexandra Colen naartoe vlucht), Spanje (met als bekendste natuurlijk Rex-leider Léon Degrelle, daar nog opgezocht door toenmalig VB-europarlementslid, tegenwoordig Schotens gemeenteraadslid, Koen Dillen). Buiten Europa is het vooral Argentinië dat nazi-misdadigers en collaborateurs verwelkomt. Onder andere Jetje Claessens die tijdens de bezetting de Dietsche Meisjesscharen, de vrouwelijke jeugdbeweging van het VNV, leidde. Ter dood veroordeeld, vonnis dat omgezet werd in een levenslange gevangenisstraf, maar drie jaar later al vrijgelaten op voorwaarde dat ze binnen de drie dagen het land verlaat. Wat ze niet doet. Een paar maanden later vertrekt ze dan toch, om van september tot november 1991 terug te keren naar Antwerpen voor de viering van het dertigjarig bestaan van het Vlaams Nationaal Jeugdverbond (VNJ) waarvan ze meter is. De leiding van het VB verwelkomt haar enthousiast.

Het leven in de emigratielanden is niet altijd gemakkelijk. Als Louis De Lentdecker voor De Standaard de Vlamingen in Argentinië gaat opzoeken, spreekt hij over “mensen die ons land haten en anderen die kapot gaat van de heimwee.”  Men verschoont het nieuwe regime maar heeft zijn bedenkingen over de plaatselijke bevolking. Leo Poppe (vooraleer hij naar Argentinië doorreisde): “Er zijn minder gevangenen als in België ofschoon Spanje meer dan driemaal meer inwoners telt en de criminaliteit hier, uit den aard van het volkskarakter, normaal reeds veel groter is.” In Argentinië was Leo Poppe een spilfiguur voor het tijdschrift De Schakel – El Lazo waarin alles wat met de colloboratie te maken had verheerlijkt wordt, en alles wat zweemt naar socialisme gehekeld wordt. Zelfs voor de democratie, parlementarisme en politieke partijen heeft hij doorgaans weinig begrip, laat staan sympathie. Voornaamste contactpersoon van Poppe en zijn tijdschrift in Vlaanderen is Roeland Raes, voormalig senator en ondervoorzitter van het VB. De radicale Vlaams-nationalisten blijven in het buitenland wie ze zijn. Zo komt het in de kleine Vlaamse kolonie in Paraguay geregeld tot onvrede en wantrouwen, en worden eind jaren zestig tezelfdertijd zelfs twee verschillende Guldensporenvieringen ingericht. De tweespalt IJzerbedevaart / IJzerwake avant la lettre.

Intussen zou het merendeel van de collaborateurs in het buitenland overleden zijn. Hun kinderen en kleinkinderen zijn meestal opgenomen in de gemeenschap waar ze zijn geboren en opgegroeid. De kennis van de taal en cultuur van de Lage Landen gaat erop achteruit.  Erger nog, een aantal van die kinderen zijn intussen actief in linkse partijen en organisaties in hun nieuw vaderland. Het zou tot een interessant nieuw boek kunnen leiden, maar waarschijnlijk vindt het Archief- en Documentatiecentrum voor het Vlaams-nationalisme dat wat te ver van haar bed om er een opdracht voor te geven. Met Leven in twee werelden heeft men echter wel voor een verdienstelijk boek gezorgd.

00:15 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: boeken, amnestie |  Facebook | | |  Print

De commentaren zijn gesloten.