02-05-11

15 JAAR GELEDEN SIGNALEERDE AFF/VERZET AL POLITIERACISME

Eén week geleden publiceerde De Morgen de onverbloemde resultaten van een intern onderzoek naar racisme bij de Antwerpse politie. Burgemeester Patrick Janssens reageerde met: “Wij zijn, voor zover ik weet, het eerste lokale politiekorps dat zo’n onderzoek uitvoert. Het lijkt me niet eerlijk als we daar nu op worden afgerekend.” In tegenstelling tot Leona Detiège is de huidige Antwerpse burgemeester nooit een abonnee geweest van het AFF/Verzet-magazine, anders zou hij zich misschien herinnerd hebben dat AFF/Verzet vijftien jaar geleden reeds wees op het racisme bij de Antwerpse politie. Misschien moet daar toch ook eens over gepraat worden als vanavond in de gemeenteraad geïnterpelleerd wordt over de rellen aan de Turnhoutsebaan in Borgerhout.

Criminologe Wendy Mattheesen ging van november 1995 tot en met maart 1996 mee op pad met de Antwerpse politie: de wijkagenten, de projectteams, de jeugdbrigade, de cel jongerengroepsgeweld… De aankondiging van een staking werd als argument gebruikt om haar niet met de Mobiele Brigade te laten optrekken. Jammer, want het is de ruigste politieafdeling. Tussen provocatie en discriminatie titelde AFF/Verzet in het december-nummer van 1996, want Wendy Mattheesen had zowel oog voor provocaties door allochtone jongeren als voor discriminatie door de politie. Over dat laatste hieronder een paar citaten omdat het jongste onderzoek over de reactie op allochtone collega's bij de politie heus niet het eerste is dat racisme bij de Antwerpse politie blootlegt.

Wendy Mattheessen: “Spijtig genoeg moet ik toegeven dat er door bepaalde politieambtenaren discriminerend wordt opgetreden. Discriminatie van bepaalde bevolkingsgroepen uit zich voornamelijk in kleine kwesties, zoals bijvoorbeeld hulp weigeren wanneer de betrokkene geen Nederlands spreekt en het gemakkelijker uitschrijven van boetes voor banale overtredingen. (…) Wanneer een allochtoon geverbaliseerd wordt voor een banaliteit terwijl een Belg er met een verwittiging vanaf zou zijn gekomen, dan is er sprake van discriminatie. (…) Discriminatie (…) uit zich ook op een ander vlak. Bij repressieve acties, interventies en verhoren zullen mensen van vreemde origine vaker op een meer gewelddadige manier worden aangepakt. (…) Het politiegeweld moet redelijk zijn en in verhouding tot het nagestreefde doel. Sommige agenten denken waarschijnlijk dat dit niet voor hen van toepassing is, of dat dit niet geldt wanneer het allochtonen betreft.” (blz. 43-44).

“Hoewel een aantal politieambtenaren, omwille van bepaalde vooroordelen en/of negatieve ervaringen, moeite hebben om een positieve relatie met allochtone burgers op te bouwen, slagen anderen daar blijkbaar wel in. Deze personen zijn tot de constatatie  gekomen dat wanneer je allochtonen op een correcte manier bejegent, zij het bijgevolg respecteren. Deze politieambtenaren getuigen van professionalisme en zetten zich actief in om het vertrouwen van de burger – al dan niet allochtoon – te winnen en te behouden. Het is dan ook betreurenswaardig dat deze personen door collega’s worden bespot en uitgemaakt voor ‘makakenvriend(in)’ en dergelijke meer. Dit getuigt wel degelijk van racisme bij bepaalde mensen in het korps. Dergelijke uitlatingen kunnen we in een politiekorps niet tolereren. Bijgevolg moeten deze rotte elementen uit het politiekorps verwijderd worden.” (blz. 44).

“Dat er discriminerende praktijken in het Antwerpse korps worden toegepast, is onbetwistbaar. Een deel van de discriminerende politieambtenaren is werkelijk racistisch en dan rijst de vraag of we hun overtuigingen nog wel kunnen veranderen. Bovendien beïnvloeden zij de kersverse agenten en zetten zij aan tot discriminatie. Deze mensen moeten uit het korps verwijderd worden. Bij andere politiemensen ligt het anders. Hun discriminerende praktijken of racistische uitspraken zijn het gevolg van hun negatieve ervaringen met de delinquente en provocerende jongeren van de Maghrebijnse gemeenschap. (…) Maatregelen om discriminerende gedragingen door politiemensen te sanctioneren en zodoende uit te bannen, dienen onverwijld door de korpsleiding genomen te worden." (blz. 89-90). Maar die leiding treedt niet op. Een laatste keer Wendy Mattheesen: “In het Antwerpse politiekorps heb ik gemerkt dat discriminatie niet gesanctioneerd, doch eerder toegejuicht wordt door een aantal collega’s. Ook de leiding treft geen maatregelen.” (blz. 90).

De leiding van vijftien jaar geleden is intussen verdwenen, de problemen zijn echter gebleven. Bart Debie kon zijn gang gaan onder bescherming van zijn chef en vriend Serge Muyters (foto). Intussen directeur operaties en nummer twee in het Antwerpse politiekorps. In De Morgen genoemd als de brede rug waar oversten zich nu achter kunnen verschuilen als één van hen met een klacht over racisme geconfronteerd wordt. Maar het gaat om meer dan Muyters. Het probleem zit dieper en bestaat al langer. En de voorgangers van huidig korpschef Eddy Baelemans, Luc Lamine en Tony Dyck, deden nochthans oprechte pogingen om het racisme in hun korps aan te pakken. Het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding heeft ettelijke cursussen gegeven bij de Antwerpse politie, maar blijkbaar is er meer meer nodig om het tij te keren.

00:10 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: racisme, antwerpen |  Facebook | | |  Print

De commentaren zijn gesloten.