17-09-11

WANNEER LEIDEN WOORDEN TOT MOORDEN ?

In de knap door Walter Van Beirendonck vertimmerde De Standaard gaf Marc Reynebeau gisteren enkele bedenkingen over de vrijheid van meningsuiting. Vrijheid van meningsuiting brengt ook verantwoordelijkheid met zich.

 

Marc Reynebeau: “Dinsdagavond, debat in Antwerpen. De vraag die op tafel ligt, is geïnspireerd door de Noorse extreemrechtse terrorist Anders Behring Breivik: of er een te excessief gebruik van het vrije woord bestaat, dat extremisten tot geweld kan aansporen. De vraag is niet vrijblijvend, want als het antwoord ja is, moet de conclusie zijn dat sommige meningen geen tolerantie verdienen. Het debat begint. Iemand moppert dat de Vlaamse kwaliteitspers zijn boek niet recenseert, omdat het allicht niet politiek correct genoeg zou zijn. En dat negentig procent van alle columns in die bladen 'pro-islam' kleuren. Iemand anders begrijpt niet waarom hij 'een gele kaart' kreeg op het lezersforum van De Standaard. Censuur alom, dan? Nog iemand moppert dat jongeren met een specifiek sociaal probleem nooit aandacht krijgen in de krant en dat niemand verbaasd mag zijn als hun frustratie daarover hen ertoe brengt iets in brand steken. En die Breivik, zo valt nog te horen, voelde zich in zijn islamkritiek wanhopig en gefrustreerd door het verstikkende politiek correcte denken in Noorwegen - dan was een aanslag als die op dat 'pro-Hamas en pro-Hezbollah'-jongerenkamp op dat eiland 'te verwachten'.

Als ze het gevoel hebben dat ze niet worden gehoord, dat hun recht op spreken niet wordt gehonoreerd, vinden sommigen dat kennelijk zo ondraaglijk dat ze maar naar geweld grijpen bij wijze van wanhoopsdaad, als het destructieve surrogaat voor dat 'gecensureerde' vrije spreken. Ja, die Breivik heeft zijn punt inderdaad gemaakt. Maar was hij wel gecensureerd? Misschien moet de vraag worden omgedraaid: was hij wel geïnteresseerd in een open debat? Gelet op de stelligheid waarmee fundamentalisten als hij plegen te spreken, eisen zij alleen een megafoon op voor het onbetwistbaar verkondigen van hun eigen mening. Dat is een dictatoriale manier van spreken. Wie het machinegeweer als gezagsargument hanteert, bewijst daarmee niet gesteld te zijn op dialoog of discussie. Hier krijgt de vrije meningsuiting een bijzondere invulling. Anders dan zoveel andere alledaagse menselijke gedragingen of voorkeuren, krijgt het spreken wel een bijzondere bescherming in charters en wetten. Want freedom of speech wordt een hoger, maatschappelijk belang toegeschreven en moet dus tegen censuur worden beschermd. Hoe vrijer de ideeëncirculatie, hoe beter de samenleving ervan wordt.

Maar niet iedereen beroept zich op de vrije meningsuiting om de samenleving te dienen, wel om de kans te krijgen het eigen gemoed te luchten. De motivatie ligt daar niet bij het maatschappelijke, wel bij het private belang: uiting geven aan een overtuiging of voorkeur. Als dat niet kan, komt er frustratie en wanhoop van - en geweld. (…) Vrije meningsuiting blijft er niet minder een recht om, maar er bestaat geen recht zonder een keerzijde van plicht. (…) Wie het recht tot spreken hanteert, neemt tegelijk de plicht op om zich te verantwoorden. Waarheidsgetrouwheid behoort daartoe, maar net zo goed een besef van consequenties. Taal is tenslotte nooit neutraal of zuiver, omdat betekenissen kunnen verschillen, of omdat woorden en uitdrukkingen bijbetekenissen kunnen meedragen. Nee, behalve de dader zelf is niemand medeschuldig aan daden als die van een Breivik. Maar dat zo iemand zich voor zijn daden kan beroepen op andermans woorden, betekent dat de spreker over zijn woorden de controle heeft verloren. Hij heeft de consequenties van zijn taal dus niet goed overdacht. Dat ontkennen is ook een blijk van gebrek aan verantwoordelijkheidszin.”

 

Even verduidelijken. Marc Reynebeau was in Antwerpen op het eerste in een reeks debatten georganiseerd door de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV). Drie deelnemers aan het debat lieten zich kennen door zin voor nuance en twijfel. Journalist-jurist John De Wit lichtte de antiracismewet toe en wees daarbij onder andere op het verschil van behandeling als discriminatie in het kader van een niet-religieus of een religieus discours wordt geuit. In het ene geval is het strafbaar en in het andere niet. Is dat wel te verdedigen? Marc Reynebeau wees onder andere op de (bewuste) taalvervuiling, en dat woorden sowieso kans lopen verkeerd geïnterpreteerd te worden. Ex-politicus Jos Geysels uitte onder andere zijn niet-weten wanneer extreme woorden omslaan in extreme daden. Niet elke rechts- of links-extremist zal handelen als Breivik.

 

De vierde deelnemer aan het debat gooide meteen de islam als oorzaak van alle kwaad in het debat. Hij was toe aan zijn honderdentwaalfde lezing of deelname aan een debat, en wist het onderhand wel. Twijfel en zin voor nuance was er bij hem niet, en hij probeerde anderen op persoonlijk vlak te tackelen. Sprak Jos Geysels wel eens met een gewone leraar of verpleegster? Hij zou dan wel heel anders piepen over de islam! Wim Van Rooy (foto) was de vierde deelnemer aan het debat, de man die vond dat daden als van Breivik “te verwachten” waren door “het verstikkende politiek correcte denken in Noorwegen” (sic). Wim Van Rooy. Zijn taal klonk ons in de oren zoals de hatespeech van Abou Imran van Sharia4Belgium. Teveel zelfzekerheid is beangstigend.

00:12 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: breivik, islam |  Facebook | | |  Print

De commentaren zijn gesloten.