23-01-12

TOMAS BOUTENS: "DE AS BONST OP MIJN HART"

Tomas Boutens - Ede 26 maart 2011.jpgVandaag wordt in Dendermonde de rechtszaak tegen de Blood and Honour-groep BBET (Bloed - Bodem - Eer - Trouw) verdergezet. De eerste procesdag bracht aan het licht dat hoofdverdachte Tomas Boutens meerdere jaren schreef aan een White Freedom Fighter-document waarin hij uitlegt hoe vuurwapens en explosieven werken, en bevolkingsgroepen tegen elkaar opgezet moeten worden teneinde een nationaal-socialistisch regime te kunnen vestigen. Tot aan de rechtbankzitting op 12 september 2011 was het bestaan van het White Freedom Fighter-document niet bekend buiten BBET- en politiekringen.

 

Iets bekender is het bestaan van De as bonst op mijn borst, een dichtbundel die Tomas Boutens vorig jaar in eigen beheer publiceerde. Slechts weinigen konden de dichtbundel – “verzen van vuur” – inkijken omdat er slechts vijftig exemplaren van verspreid zijn. Eén van die exemplaren belandde bij de redactie van AFF/Verzet. In een negen bladzijden tellende inleiding legt Boutens zijn levensmotto uit vooraleer te beginnen aan 150 bladzijden gedichten. De titel van zijn dichtbundel De as bonst op mijn borst verwijst naar het credo van Tijl Uilenspiegel “waarmee Tijl doelde op de as van zijn op de brandstapel vermoorde vader, tot de brandstapel veroordeeld door een corrupt gerecht, onderdanen van een buitenlandse en volksvreemde tirannie.”

 

Tomas Boutens: “In dit credo ligt de nagedachtenis aan wat onrechtmatig ontnomen is, en de inherente plicht tot vereffening der bloedschuld. ‘De as bonst op mijn borst’, is wat de Vlaming door het hoofd zou moeten schieten, in plaats van elke gedachte aan individueel eigenbelang dezer dagen. Ook al zijn onze directe vaders misschien geen martelaarsdood gestorven (hoewel dat voor sommigen wel het geval is), onze volkseigenheid, de erfenis der vaderen, is die dood wel aan het sterven, en die as, de as van alle vrijheid ons volk ontnomen, die as roept ons allen tot vereffening van de bloedschuld. Net als in de geuzentijd worden wij allen geboren als onderdanen van een volksvreemd bewind, en worden wij allen gekleineerd door een apparaat dat uitsluitend vreemde belangen dient.”

 

Boutens heeft een probleem met de staat. “Men vreest haar en beschouwt haar, bewust of onbewust, als heer en meester. Dit is een van de bewijzen dat dit geen ware democratie is; in een ware democratie hoort het apparaat het Volk te vrezen, en niet andersom. In een ware democratie leeft het apparaat, alleen in zijn strikt noodzakelijke bestuursvorm, ten dienste van, en bij gratie van, het Volk. De gewijzigde wapenwet was een teken aan de man aan de wand. Men heeft destijds een losstaand voorval (de raid van Hans Van Themsche, nvdr.) aangegrepen om een reeds langer geplande ontwapening van het Volk door te voeren.”

 

“Een wapen staat symbool voor weerbaarheid, en behelst in zich de mogelijkheid zichzelf en derden (gezins-, familie- en volksgenoten) te verdedigen zo nodig blijkt, door het inperken van deze mogelijkheden rekent het apparaat erop dat de bevolking meer afhankelijk zal zijn van dit apparaat en haar gewapende diensten, een dus meer behoeftig, minder in staat de macht van het apparaat te ontkennen… Anderzijds is er ook de gemoedsrust van het apparaat zelve; het heeft minder te vrezen van een ontwapent volk, dan van een gewapend volk… tenzij het apparaat natuurlijk de democratie getrouw het Volk dienst, in welks geval het niets te vrezen heeft (…).”

 

Maar Tomas Boutens heeft goede hoop dat het beter wordt. “De morele verplichting is aan elkeen; eerst aan hen die zichzelf actief noemen binnen de nationalistische strekking, maar tenslotte bij vele Vlamingen, die het vuur van de hoop brandend houden, dat eens hun kinderen vrije mannen zouden zijn, bevrijd van het juk van volksverraders, buitenlandse overheden en internationaal kapitaal. Het stemt hoe dan ook voorzichtig hoopvol om initiatieven in deze richting dezer dagen langzaam vorm te zien krijgen.”  Wel nog een probleem, en niet het minste: “De etnische wortels van ons Volk zijn stervende.” Boutens verwijst hiermee naar het snel slinkend aandeel blanken in de wereldbevolking.

 

Dan volgen 150 bladzijden gedichten. Geschreven tussen 2002 en 2011. Sommige geschreven als beroepsmilitair in Afghanistan, andere geschreven tijdens Boutens' verblijf in de gevangenissen van Gent en Dendermonde. Boutens besluit met zijn geloof in “een solidair volksnationalisme” te bevestigen en… “Daarenboven weiger ik eender welke wet, of wetgevende overheid, te gehoorzamen of respecteren, die het Volk niet dient. Deze wet en haar dragende overheid is de vijand van het Volk, en dus eveneens de mijne. Hoewel wij allen geboren worden in een systeem van verplichte gehoorzaamheid aan onze vijanden, weiger ik hieraan deel te nemen. Vanuit deze wetenschap, en in volle bewustzijn van de gevolgen, berouw ik dan ook niets.”

 

Het kan verklaren waarom Tomas Boutens afwezig bleef op de eerste zittingsdag van de BBET-zaak, en zelfs geen advocaat opdracht gaf om namens hem op te treden. Foto: Tomas Boutens (l.) op 26 maart 2011 bij een betoging in Ede (Nederland), in gezelschap van de Blood and Honour-groep Ulfhednar bij wie later op het jaar wapens in beslag genomen werden.

00:10 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bbet, blood and honour |  Facebook | | |  Print

De commentaren zijn gesloten.