14-05-12

VLAMINGEN STRENGER VOOR SLACHTOFFERS VAN NAZI'S

Terwijl nazicollaborateurs een pensioen uitbetaald krijgen door de Duitse overheid, wordt gesold met  de Joodse kinderen die moesten onderduiken voor het naziregime. Door een uitsluitend Vlaamse administratie. De Franstalige administratie is veel erkentelijker voor het leed dat de kinderen meedragen. De feiten zijn niet nieuw, maar blijven schokkend.

 

Wilden ze niet het slachtoffer worden van de naziterreur moesten Joodse kinderen ondergebracht worden bij niet-Joodse gezinnen, in weeshuizen of andere instellingen. Voor hun eigen veiligheid moesten de kinderen een andere identiteit aannemen en wisten de ouders vaak niet waar hun kinderen terecht waren gekomen. Ondergedoken kinderen bleven jarenlang wachten op hun ouders, in vele gevallen zonder hen nog ooit terug te zien. Volgens Belgische wetgeving kan een  hulppensioen uitgekeerd worden voor oorlogsslachtoffers en kinderen die tijdens de oorlog ondergedoken zaten. De mensen moeten aantonen dat ze fysieke of psychologische trauma’s hebben opgelopen. Ze worden hiervoor onderzocht door de Gerechtelijke Geneeskundige Dienst, een raadgevend orgaan dat ressorteert onder de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid. Die dienst moet een advies verstrekken over de oorsprong van de aandoening, het medisch oorzakelijk verband, de graad en de duur van de invaliditeit. Verder zijn er nog een aantal voorwaarden, vaak dwaze voorwaarden om de uitkering te kunnen krijgen.

 

Ecolo-Kamerlid Zoë Genot vroeg een jaar geleden naar het aantal behandelde dossiers in elk landsgedeelte en de resultaten ervan. Het vermoeden dat aan de basis van de vraag lag, werd door minister Pieter De Crem (foto 1) bevestigd: in 2010 werden er 14 beslissingen genomen in Nederlandstalige dossiers, door een Nederlandstalige commissie, waarvan er 3 werden goedgekeurd (21 %). Aan Franstalige zijde waren er 65 aanvragen, waarvan 47 werden goedgekeurd (72 %). Minister De Crem zei nog dat betrokkene tegen de beslissing in beroep kunnen gaan bij de Raad van State. “Maar welke oudere wil die omslachtige procedure, die extreem lang duurt vooraleer het tot een uitspraak komt, aanvatten?”, repliceerde Zoë Genot die de ongelijke behandeling van de twee taalgroepen onaanvaardbaar noemde. Een Franstalige Brusselse die het opneemt voor de Vlamingen.

 

Regina Sluszny (rechts op foto 2, bij de opening van de ‘Van toen, nu & straks’-tentoonstelling eerder dit jaar in Antwerpen), ondervoorzitster van de Vereniging van Ondergedoken Kinderen van België, legde vorig jaar aan Joods Actueel uit hoe de vork in de steel zit. Het gaat “vooral over één enkele persoon (in de Nederlandstalige commissie, nvdr.) die dwarsligt en ons onheus behandelt. En dan zwijg ik nog over de manier waarop hij daarover communiceert. De juiste man op de juiste plaats zou niet alles oplossen maar wel al héél veel. Waarom denk je dat er vorig jaar zo weinig aanvragen waren bij ons? (…) Als je weet wat voor een behandeling die ambtenaar je geeft, dan is dat een verschrikkelijke ervaring die ook snel de ronde doet in de Joodse gemeenschap. Het is dan ook begrijpelijk dat het voor velen dan ook niet meer hoeft.”

 

Het opmerkelijke aan deze zaak is dat het hier om een federale dienst gaat ,en niet om twee aparte organisaties. Normaal gezien moeten ze dan ook exact dezelfde richtlijnen volgen. In de praktijk is de Nederlandstalige commissie veel strenger dan de Franstalige. Dat blijkt ook uit identieke dossiers die aan Vlaamse kant niet en aan Franstalige kant wél goedgekeurd werden. Wat We Zelf Doen, Doen We Beter? En dat allemaal voor een bedrag van 170 euro om de drie maanden (!) en de terugbetaling van een aantal medische kosten. Intussen zijn we een jaar later en vroeg Groen-Kamerlid Wouter De Vriendt de cijfers op voor 2011. In het jongste nummer van Joods Actueel worden die overgenomen: 15 aanvragen langs Vlaamse kant, met maar 1 goedgekeurd dossier (7 %); 112 aanvragen langs Franstalige kant, met 66 goedgekeurde dossiers (77 %).

 

Nu springt ook N-VA-Kamerlid Karolien Groseman op de kwestie en noemt ze de gang van zaken onaanvaardbaar. Het is inderdaad onaanvaardbaar, maar had dat besef bij de N-VA niet een jaar eerder al – bij de eerste cijfers, en niet in een verkiezingsjaar – kunnen komen? En had minister De Crem niet vorig jaar al, in mei als de cijfers van 2010 bekend werden gemaakt, al eens duchtig kunnen rammelen langs Vlaamse kant zodat hij dit jaar niet met nog beschamender cijfers moest afkomen?

00:10 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: actie |  Facebook | | |  Print

De commentaren zijn gesloten.