28-06-12

HOORZITTING OVER VERBIEDEN EXTREMISTISCHE ORGANISATIES

Als we de signalen uit de wandelgangen van de Wetstraat juist interpreteren komt er na het tumult rond Sharia4Belgium in Brussel geen nieuwe wetgeving die toelaat organisaties te verbieden, maar komen er misschien wel aanpassingen aan de bestaande wetgeving en de uitvoering ervan. Een verbod is alleszins niet voldoende om het probleem aan te pakken. In de commissie Binnenlandse Zaken van de Kamer van Volksvertegenwoordigers vond gisteren een eerste hoorzitting plaats nadat het wetsvoorstel van Peter Vanvelthoven (SP.A) om organisaties als Blood and Honour te verbieden uit de schuif was gehaald om toe te passen op Sharia4Belgium.

 

’s Morgens hadden Patrick Dewael en Bart Somers (Open VLD) hun mening al gegeven in een opiniebijdrage in De Morgen. Patrick Dewael, in die periode minister van Binnenlandse Zaken, stelde  in 2008 dat parlementair initiatief nodig was om organisaties als Blood and Honour Vlaanderen – die toen regelmatig neonaziconcerten en Hitler- en SS-huldigingen inrichtte – te kunnen aanpakken. Enerzijds blij dat men neonazistische organisaties wilde aanpakken, bekritiseerden wij anderzijds Patrick Dewael omdat zijn voorgangers  als minister van Binnenlandse Zaken wél stokken in de wielen staken voor de SS-huldigingen die vanuit kringen rond het Vlaams Blok georganiseerd werden aan het militair kerkhof van Lommel. Met Bert Eriksson, en Filip Dewinter en Gerolf Annemans. De wetsvoorstellen die na de oproep van Dewael geformuleerd werden (Koen T’Seyen, Peter Vanvelthoven…) bleken zo vaag te zijn dat er zelfs de katholieke kerk mee kon verboden worden. Veel te ruim geformuleerde voorstellen dus. Zodra politiek, politie en parket hun zelfverklaarde onmacht uiteindelijk aflegden, konden Blood and Honour-organisatoren opgepakt en veroordeeld worden. Blood and Honour Vlaanderen is nu nog slechts een schim van wat het vijf jaar geleden was.

 

Het ‘voortschrijdend inzicht’ heeft Patrick Dewael intussen geleerd dat het verbieden van organisaties een zwaktebod is, en beter de bestaande wetgeving kan aangewend worden om bepaalde organisaties aan te pakken – tenminste wanneer de, aan de leiders van de geviseerde organisaties opgelegde, straffen uitgevoerd worden. Voor de hoorzitting gisteren waren vier politiechefs opgetrommeld: Alain Winants, chef-Staatsveiligheid; Claude Fontaine, één van de chefs federale politie; Olivier Libois, chef-bestuurlijke politie; en Gunther Ceuppens, chef-beleid integrale veiligheid. Parlementsleden uit zowat alle partijen vroegen of een verbod op organisaties als Sharia4Belgium zou helpen in de strijd tegen radicalisering. De politiechefs spraken zich er in meerderheid niet over uit: het zou wel een sterk signaal zijn, maar daarmee is het probleem niet opgelost (organisaties nemen nieuwe namen aan, een verbod werkt soms verdere radicalisering in de hand en/of zorgt voor extra aantrekkingskracht…). Wat zal de reactie zijn van de publieke opinie en van rechtsextremistische groeperingen als na het met veel bravoure opgelegde verbod blijkt dat het probleem blijft voort etteren? Een eventueel verbod moet alleszins gekoppeld worden aan het individueel aanpakken van de leiders en het wegnemen van de voedingsbodem voor radicalisering.

 

Een gedeelde bekommernis van de parlementsleden en politiechefs is het aanpakken van de financiële middelen waarover de geviseerde organisaties beschikken, maar iedereen scheen uit het oog te verliezen dat de filmpjes waarmee Fouad Belkacem zijn hatelijke boodschappen op het internet verspreidt maar weinig geld kosten. Alain Winants, chef-Staatsveiligheid, noemde het salafisme de grootste bedreiging van onze democratische rechtsorde, maar dat is geen organisatie maar een stroming en daarom moeilijker aan te pakken. Olivier Libois, chef-bestuurlijke politie, pleitte ervoor dat als er nieuwe wetgeving zou komen, deze ook uitvoerbaar zou zijn. Volgens hem is er een probleem met de uitvoering van artikel 44 van de politiewet over de informatievergaring door politiemensen. Alain Winants betreurde bij herhaling dat de BIM-wetgeving, die bijzondere opsporingsmethoden toelaat, niet mag toegepast worden voor extremistische organisaties. De aanwezige parlementsleden spraken zich er niet over uit, maar het bleef wel tussen hun twee oren hangen.

 

Vrijdag wordt de hoorzitting verder gezet met in de voormiddag juristen en professoren, en in de namiddag onder andere het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding als spreker. Foto: De parlementscommissie Binnenlandse Zaken gisteren, met als voorzitter Siegfried Bracke en in blauw ruitjeshemd Peter Vanvelthoven.

00:10 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: wetgeving, actie |  Facebook | | |  Print

De commentaren zijn gesloten.