16-08-12

ANTWERPEN: DE HERDENKING OP 15 AUGUSTUS 2012

Lieven Saerens - 15 augustus 2012.jpgPatrick Janssens + Regine Beer.jpgZoals hier en elders (Gazet van Antwerpen, De Standaard) aangekondigd werd gisteren op het Antwerps stadhuis de trieste verjaardag herdacht van de eerste razzia bij de joodse bevolking in Antwerpen waar de Antwerpse politie volop haar medewerking aan verleende.

 

Historicus Lieven Saerens (foto 1) bracht niet alleen de razzia van 15 augustus 1942 in herinnering, ook de razzia van 27 augustus 1942 (die deels mislukte omdat Antwerpse politieagenten sommige joodse burgers verwittigden in ruil voor “geschenken”) en de razzia van 28 augustus 1942 (toen de Antwerpse politie meer dan het door de Duitsers opgelegde streefcijfer van 1.000 aangehouden joden behaalde). Julien Klener, voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorie, riep in een begeesterende toespraak op om dergelijke gebeurtenissen te blijven herdenken “zelfs tegen beter weten in (over het effect, nvdr.), want niet doen kan nooit een morele optie zijn”. Klener wees er ook op dat het nazisme niet alleen mogelijk was door de medewerking van sadisten en jodenhaters, maar ook door de medewerking van “keurige ambtenaren, salonintellectuelen…, en onder invloed van de media, want haat lijkt besmettelijker dan de liefde”. Precies omwille van de medewerking van die ‘ambtenaren’, beter gezegd: het Antwerps stadsbestuur met voorop waarnemend burgemeester Leo Delwaide en meerdere politiecommissarissen, was het uitkijken naar de toespraak van huidig Antwerps burgemeester Patrick Janssens.

 

Patrick Janssens (foto 2, samen met de eveneens aanwezige Regine Beer): “(…) Het is (zoals blijkt uit historisch onderzoek van Lieven Saerens en Herman Van Goethem, nvdr.) een verhaal van zwijgen, gehoorzamen, medewerking, tegenwerking – sabotage zelfs, dreiging, paraplu’s opentrekken, zich laten indekken, ontkennen… Het is een verhaal van ideologie, van publieke opinie, tijdsgeest, opportunisme en normvervaging. Het is een verhaal van gebrek aan verantwoordelijkheidszin, moed, daadkracht, moreel handelen. Het is geen verhaal waar men een goed gevoel aan overhoudt als burgemeester.  Uit de studie blijkt immers duidelijk dat er andere opties waren.  Opties die in andere steden met Brussel als duidelijkste voorbeeld werden gekozen. Opties die in Antwerpen pas werden gezien toen ‘het eigen volk’ gedeporteerd werd en toen de kansen in de oorlog keerden. 

 

“Deze periode moet grondig bestudeerd en herinnerd worden door ons allemaal, nogmaals, zeker door mijn collega’s en mezelf omdat duidelijk wordt aangetoond hoe de normale mechanismen van de politiek en het overheidsbestuur zoals wij die kennen kunnen ontsporen onder extreme omstandigheden. De stad Antwerpen en haar bestuur is nog lang niet klaar met deze zwarte bladzijde uit onze geschiedenis.  We weten vandaag met zekerheid dat het stadsbestuur en de politie in die dramatische dagen van de zomer van 1942 een actieve rol hebben gespeeld in de vervolging en arrestatie van de Antwerpse joden. Het gaat daarbij in de eerste plaats om de burgemeester, maar ook om de hoofdcommissaris, de commissaris van de zesde wijk, de politieinspecteurs die de patrouilles vergezelden.  Allen stuurden ze actief het uitvoerende korps met vaste hand.  En daarnaast was er ook de procureur des konings die toekeek en niets deed.

 

“De mensen die nu verantwoordelijkheid dragen in het stadsbestuur en de politie hebben op zich niets te maken met de Tweede Wereldoorlog, die al afgelopen was toen zij nog moesten geboren worden. Toch zijn het de instellingen waarvoor wij nu verantwoordelijkheid dragen, die mee verantwoordelijk waren voor het lot van vele joodse Antwerpenaars in de Tweede Wereldoorlog. Toen we daarvoor, namens het college, onze excuses aanboden als burgemeester en verantwoordelijke voor het politiekorps had de politiek het daar even moeilijk mee.  U hebt dat samen met ons vastgesteld.  Dat op zich al toonde aan dat we nog veel stappen moeten zetten om in het reine te komen met onze eigen geschiedenis.  Niemand van ons zou accepteren dat een bedrijf dat jarenlang schadelijke producten op de markt bracht die de gezondheid en het milieu schaden zich zou verschuilen achter het feit dat de directie of het aandeelhouderschap ondertussen gewijzigd is.  Het is dan ook noodzakelijk dat het stadsbestuur verdere stappen zet die de herinnering aan deze gruwelijke feiten levend houdt. 

 

“Het is onaanvaardbaar dat – in tegenstelling tot andere Europese steden – het Antwerpse stadsbestuur tot op vandaag geen enkele herdenkingsteken aan deze geschiedenis heeft geplaatst.  Het monument ter herdenking van de Shoah werd immers door het Forum der Joodse organisaties geplaatst. Het wordt tijd dat we een stap verder zetten in de collectieve verwerking van dat duistere verleden. Daarom zullen we als stadsbestuur in het stadhuis een gedenkplaat aanbrengen waarvan we de tekst vandaag voorstellen.  Daarnaast willen we een monument oprichten dat alle namen van de gedeporteerden bevat.” 

 

Het is wel een beetje sneu dat er voorlopig enkel een akkoord is over de tekst voor de gedenkplaat. ‘Monumentenzorg’ moet zich nog uitspreken over waar die gedenkplaat mag opgehangen worden in het historisch Antwerps stadhuis. Als het aan burgemeester Janssens ligt, moet het komen op een plaats dicht bij waar de politieke besluitvorming op het Antwerps stadhuis plaatsvindt. De commissie ‘Beeld in de stad’ moet op haar beurt kunstenaars voorstellen voor het maken van het monument, en een plaats in de stad aanduiden waar het monument met de namen van alle gedeporteerden kan komen. Het is de wens van het (huidige) stadsbestuur dat dit monument op een historisch verantwoorde maar ook heel zichtbare plaats in de stad komt.

00:10 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: antwerpen, collaboratie, actie |  Facebook | | |  Print

De commentaren zijn gesloten.