15-08-12

ANTWERPEN: DE RAZZIA VAN 15 AUGUSTUS 1942

Vandaag precies zeventig jaar geleden gaf de Antwerpse hoofdcommissaris van de politie Jozef De Potter met zijn Dagelijksche Orders in de rubriek Varia (!) mee: “Heden avond dient op bevel vanaf 20.30 uur der Sicherheitspolizei in de 5de, 6de, en 7de Wijken een bijzondere beschikking voorhanden te zijn, om bepaalde opdrachten uit te voeren.” Welke die “bepaalde opdrachten” waren, werd er niet bij verteld. Wél “dat de aangeduide agenten moeten geleverd worden”, desnoods moest personeel uit andere reeksen aangeduid worden. Wat volgde was een razzia met de  actieve medewerking van de Antwerpse politie waarbij een duizendtal joden opgepakt werden. Ze werden overgebracht naar de Dossinkazerne in Mechelen, en vervolgens naar Auschwitz-Birkenau. Niemand van hen overleefde dit.

 

In totaal moesten vijftig agenten en drie adjunct-commissarissen paraat staan. Omdat er niet zoveel agenten beschikbaar waren in de drie genoemde wijken werd in de praktijk politie gerekruteerd in heel de stad Antwerpen en haar randgemeenten (nu op Mortsel na Antwerpse districten). Het ‘blanco order’ was nog niet uitgevoerd, of de nazi’s gaven die dag nog twee opdrachten. Het politiekantoor in de Vestingstraat (vlakbij het Centraal Station) moest diezelfde avond nog 75 arbeidsoproepingsbevelen gaan overhandigen; het politiekantoor in de Florisstraat (in de buurt van het Stadspark) moest “77 joden” aanhouden waarvan de namen werden overgemaakt. Als ze niet thuis aangetroffen werden, moest hun huis doorzocht worden om na te gaan of ze zich daar niet verstopten. De Antwerpse politie had haar rol tot dan beperkt tot het escorteren van joden die ‘vrijwillig’ gevolg gaven aan de arbeidsoproepingsbevelen. De avond van 15 augustus 1942 ging de Antwerpse politie een stap verder.

 

Om 21.00 uur begon het opsporen van de 77 joden in de buurt van het Antwerpse Stadspark. Een actie die duurde tot 05.00 uur ’s morgens, maar slechts 20 aanhoudingen opleverde. Hoeveel er werden gevonden van de 75 op naam gezochte joden in de buurt van het Centraal Station is niet bekend. Intussen was wel duidelijk wat het ‘blanco order’ inhield. De zone van de Van Immerseel-, Lange Kievit-, Provincie- en Somersstraat (de buurt waar nu de nieuwe stationstoegang is) moest afgezet worden. Het was de buurt waar het grootste aantal joden woonde. Vanaf 22.00 uur werden nagenoeg alle inwoners aangehouden, op vrachtwagens “geladen” en weggevoerd. Daarna werd eenzelfde actie uitgevoerd verderop aan de Plantin en Moretuslei in Borgerhout. Er werden niet minder dan 998 à 1.067 joden opgepakt. Mannen, maar ook vrouwen en kinderen. Het leidde tot helse taferelen. Zo werd een 38-jarige vrouw samen met haar twee kinderen afgevoerd terwijl een paar minuten eerder hun echtgenoot en vader was doodgevallen.

 

Volgens Lieven Saerens – uit wiens boek Vreemdelingen in een wereldstad. Een geschiedenis van Antwerpen en zijn joodse bevolking (1880-1944) we deze gegevens ontlenen – kan het niet anders als dat de razzia van 15 augustus 1942 in Antwerpen bleef nazinderen. Er waren vijftig politieagenten en drie adjunct-commissarissen ingezet, waarbij moeilijk kan aangenomen worden dat ze daarover het volledig stilzwijgen zouden bewaard hebben tegenover familie, vrienden, collega’s…Ten tweede was er de al even rechtstreekse betrokkenheid van verscheidene Antwerpse verhuisfirma’s, waaronder het nu nog actieve Arthur Pierre, die de slachtoffers van de razzia naar Mechelen voerden. Er waren de Belgische buren die de herrie bij de razzia hoorden, waarvan sommigen voor een paar dagen meegevoerd werden naar Mechelen op beschuldiging van “jodenvrienden” te zijn. En ook het verzet was op de hoogte want in de nacht van 21 augustus vond de politie pamfletten van de Vlaamsche Kommunistische Federatie Antwerpen waarin werd opgeroepen tot “het belet van deportatie der joden”.

 

Op het ogenblik dat de politieagenten inzagen dat wat ze deden ontoelaatbaar was, hadden ze kunnen en moeten protesteren en afzien van verdere medewerking. Een ‘Befehl ist Befehl’ gold naar Belgisch recht enkel wanneer de superieur bevoegd was om te bevelen én wanneer het handelen waartoe men verplicht werd niet manifest onwettig was. Echo’s over de actieve inzet van de Antwerpse politie bij de jodenrazzia weerklonken ongetwijfeld tot in het Antwerps stadhuis en gerechtsgebouw. Het is niet 100 % zeker dat burgemeester Leon Delwaide en de Antwerpse procureur des konings ervan op de hoogte waren, maar wel 99,9 % (zie: Vreemdelingen in een wereldstad, blz. 606-607). Zoals bekend heeft Antwerps burgemeester Patrick Janssens (SP.A) in oktober 2007 verontschuldigingen aangeboden voor het aandeel van de Stad Antwerpen bij de jodenvervolging in het nazitijdperk.

 

Bart De Wever vond dat aanvankelijk niet nodig en gratuit. Bart De Wever was daarbij niet aan zijn proefstuk toe. In mei 2007 – zoals deze blog als eerste en in die periode als enige bekendmaakte – had Bart De Wever in de Antwerpse gemeenteraad reeds excuses voor de rol van het Antwerps stadsbestuur afgewezen. Pas na een storm van verontwaardiging, en na bemiddeling door André Gantman die daarvoor beloond werd met een plaats op de N-VA-lijst, draaide  De Wever bij. Vanavond vindt op het Antwerps stadhuis een herdenkingsplechtigheid plaats voor de razzia in de nacht van 15 op 16 augustus. Na toespraken van burgemeester Patrick Janssens, historicus Lieven Saerens en Julien Klener, voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorie van België, wordt een gedenkplaat onthuld.

00:15 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: antwerpen, collaboratie |  Facebook | | |  Print

De commentaren zijn gesloten.