03-12-12

MENEER DE BURGEMEESTER

Op Canvas loopt op dinsdagavond de reeks Meneer de Burgemeester. Peter Vandekerckhove interviewde meer dan veertig burgemeesters, de meesten niet meer actief in de politiek zodat ze zonder schroom kunnen vertellen over sociaal dienstbetoon en ruimtelijke ordening, pensenkermissen en machtsmisbruik, en nog veel meer. De aflevering morgen handelt over de komst van vreemdelingen en asielzoekers, en de opkomst van het Vlaams Blok.

Om dat laatste thema voldoende te kunnen aansnijden in de serie en het gelijknamig boek moest samensteller en interviewer Peter Vandekerckhove afwijken van één van zijn uitgangspunten: geen Bekende Vlamingen (geen Louis Tobback, geen Herman De Croo) in zijn reeks portretten. De minder bekende burgemeesters konden echter maar weinig kwijt over de opkomst van het Vlaams Blok zodat alsnog Bob Cools (foto 2), Antwerps burgemeester  van 1983 tot 1994, erbij werd gehaald. 

Bob Cools: “In die tijd (1978, nvdr.) waren de twee markantste problemen die onder klagers altijd terugkwamen: de duif en de hond. Enfin: wat die achterlieten op de mensen hun stoep. Tot daar op een bepaald moment ‘de Marokkaan’ bij kwam. Die onverdraagzame geluiden hoorden we tot onze grote verbazing voor het eerst tijdens een hoorzitting die we organiseerden naar aanleiding van de inplanting van een nieuwe wijk, het Zuid.” Het tonen van een dia met Marokkaanse moeders, met hoofddoek en lange gewaden, die hun kleuters naar een buurtschooltje brachten, ontlokten reacties zoals: “Zeg, hebben jullie niks anders te tonen, wat is dat hier voor iets! Vroeger hadden we nonnen, wat is dat nu!?” Burgemeester Lode Craeybeckx probeerde de zaal te kalmeren, maar het liep helemaal uit de hand.”

Bob Cools zag met lede ogen hoe de partijstructuur en het samenstellen van de kieslijsten veranderde. “Tegenwoordig duidt (…) de lijsttrekker de mensen aan die mee optrekken, maar zo was dat vroeger niet: toen konden de mensen zich kandidaat stellen in de wijkkring, dat ging dan naar een hoger niveau, en zo gingen de mensen dan ook pollen om een goeie plaats om een goeie plaats op de lijst te verkrijgen. Door het pollen weg te trekken is er een grote breuk gekomen in het partijleven. (…) Door de hervormingen in ons partijbestuur zijn ook die wijkkringen verdwenen. Het Vlaams Belang heeft die van ons overgenomen. Zij hadden onmiddellijk begrepen dat je in de wijken moet investeren, omdat je dan een beeld hebt van wat er in die buurt gebeurt.”

Jan Van den Kerckhof, burgemeester van 1965 tot 1988, vertelt: “De eerste Vlaams Blokstemmers hier in Edegem waren verbitterde mensen uit een lage sociale klasse. Die hadden met de helft van de buurt ruzie, die waren tegen van alles en nog wat. Dus die verbitterde mensen zoeken een oplossing, want ‘die Marokkanen, die pakken ons werk af!’ Boenk, Vlaams Blokkiezers. (…) Je kon daar niet mee praten of discussiëren. ‘Een Marokkaan om in de hoogovens te werken? Die hebben wij niet nodig! We hebben daar Belgen voor!’ Dat is niet waar, er is geen enkele Belg die dat nog wil doen. Verbittering is de basis van hun partij.”

Hugo Marsoul, burgemeester van 1989 tot 2002, kreeg een dreigbrief waarin hij geplaatst werd tussen allerlei illustere figuren die ooit het slachtoffer van een aanslag waren, op één jaar tijd gingen negen rechtervoorbanden van zijn auto stuk, en ooit werd zijn auto met cement overkapt waarop het geregend had – probeer dat er dan maar eens van af te krijgen. De propaganda miste zijn doel niet. “Op een bepaald moment verscheen er een politiek pamflet dat mij, de burgemeester van Diest, papa Turk, noemde. Papa Turk zou de parochiekerk omvormen tot moskee. Hij zou de Blemenlaan omdopen tot Avenue Istanbul en de Tulpstraat zou Avenue Marsoul worden. Men begon verhalen te vertellen over extreem lage leningen voor migranten. Ik zou zelfs kinderen hebben bij migranten. Allemaal goed en wel, maar de mensen kletsen maar door en de zwakste schakels capteren zulke dingen het sterkst.”

Soms geven de naast elkaar geplaatste meningen voldoende duidelijkheid. Over vreemdelingen zei de ene burgemeester in Vlaams-Brabant: “Tja, natuurlijk zijn er al eens problemen. Dan moet je op die mensen afstappen en ermee praten.” Amper vijf kilometer verder, bij een andere burgemeester, was de teneur ei zo na dat een bezettingsleger zijn gemeente had overspoeld. Soms missen we echter de kritische vragen. Bob Cools bijvoorbeeld had een negatieve ervaring met in een Open brief in te gaan tegen de gevoelens die op de wijkvergadering-met-de-dia naar boven waren gekomen, maar hij bleef zich verzetten tegen actief ageren tegen het Vlaams Blok (“Het Verschijnsel”) en het racisme. “Doodzwijgen” was Cools’ motto.

In september 1988 heeft de Antwerpse ACOD een brochure uitgebracht onder kop Het racisme past in een verdeel- en heersstrategie die we bestrijden. Een aantal vooroordelen werden met tekst en cartoons weerlegd; het ABVV-standpunt over “de integratie der gastarbeiders” werd meegegeven. Het kostte toenmalig ACOD-secretaris Charles Vander Vinck een kwade telefoon van Bob Cools vanuit het Antwerps stadhuis. De ACOD-brochure was “olie op het vuur gooien”. Maar wat werd in de brochure aangeklaagd? Bijvoorbeeld dat het aanleren van Nederlands voor niet-leerplichtigen enkel gebeurde door vrijwilligers. De bedrijven die profiteerden van de arbeidskracht van de ‘gastarbeiders’ voelden zich niet verantwoordelijk voor de integratie van deze mensen. Dát werd aangeklaagd, maar stoorde blijkbaar. En zo werd het bed gespreid voor het Vlaams Blok.

00:12 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: boeken, vb, antwerpen, racisme, actie |  Facebook | | |  Print

De commentaren zijn gesloten.