08-11-12

WAARÓM ZIJN DE MEDIA ZO LIEF VOOR DE N-VA ?

Gisteren was er op de Antwerpse Boekenbeurs een themadag rond De naakte journalist. Een thema dat gelukkig niet letterlijk genomen werd, maar figuurlijk kwam het er ook niet helemaal uit. We hoorden wél goede uiteenzettingen van Mieke Vogels, Peter Mertens en Walter Zinzen.

 

Mieke Vogels (Groen) wees op de selectiviteit van de media. Als Guy Spitaels overlijdt, melden de media in één adem dat hij betrokken was bij het Agusta-schandaal. Terwijl de voormalige PS-voorzitter en minister van Arbeid eind jaren zeventig toch ook ervoor zorgde dat duizenden werkloze jongeren eerste werkervaringen konden opdoen (in een statuut dat aanvankelijk ‘spitaelisten’ werd genoemd). Twee, wat is nieuws? Steve Stevaert die plannen over de ring rond Brussel aankondigt die nooit concreet waren noch werden, of gerealiseerde maar minder sexy zaken zoals grotere kamers in rusthuizen? Het eerste haalde de voorpagina van meerdere kranten, het tweede pagina 4 van één krant. Drie, en daarbij aansluitend, vanuit welk perspectief kijken journalisten? Het 'autoruitperspectief'. Hoeveel uren is er niet nieuws over autofiles of over problemen in luchthavens, terwijl wat van belang is voor de niet of anders mobiele mens niet of véél minder aan bod komt?

 

Vier, het schrijnend gebrek aan geheugen en kritische zin. Hetzelfde nieuws wordt meerdere keren als ‘nieuw’ aangekondigd (regeringsbeslissing, goedkeuring in het parlement, volgende aankondiging…) vooraleer er iets op het terrein gebeurt.  De daarmee geschapen verwachtingen zijn groter dan de realisaties, wat enkel maar tot bijkomende frustraties leidt. En vijf, de kloof wordt alsmaar groter tussen wat er in de Dorpstraat gebeurt en wat er verteld wordt in de Twitter-cocoon van de Wetstraat. Peter Mertens (PVDA) tilde de zaak tot op Europese schaal: hoe Bildzeitung en De Telegraaf de Griekse bevolking de schuld geven van de economische en financiële crisis, in weerwil van de harde feiten. Harde feiten die we terugvinden in Hoe durven ze?Boek dat, zo meldt Het Laatste Nieuws vandaag, in februari ook in Duitsland uitkomt. Peter Mertens schrijft intussen een aanvulling op zijn in december vorig jaar verschenen boek. De bijgewerkte versie verschijnt met de elfde druk van het boek.

 

Volgens voormalig VRT-journalist Walter Zinzen is er aan opiniebijdragen geen gebrek, maar aan degelijk journalistiek werk over Bart De Wever (foto) en de N-VA des te meer. Walter Zinzen: “(…) Kritische interviews zijn aan Zijne Onaantastbaarheid niet besteed, dat weten we sedert het incident met een Knack-journalist. Dus drinken vele journalisten zijn woorden  alsof er, naar het woord van Felix Timmermans, een engeltje op hun tong pist. En worden fundamentele vragen uit de weg gegaan en blijft onderzoek achterwege. Een voorbeeld. Er was in de media heel wat heisa over de overstap van Vlaams Belang-mandatarissen naar de N-VA. Naast de heer Van Overmeire ging het rumoer vooral over senator Jurgen Ceder, die als hoofd van de juridische dienst van het Vlaams Blok  het algemeen als racistisch bestempelde 70-puntenplan verdedigd had.  

 

Op het eerste gezicht zou je dit een kritische media-aanpak kunnen noemen. De waarheid is lichtjes anders. De heer Ceder kreeg in de media ampel de gelegenheid om aan te tonen dat hij afstand nam van het 70-puntenplan. Op 20 juli publiceerde Marc Spruyt, die jarenlang het Vlaams Bok/Belang hinderlijk heeft gevolgd , een opiniestuk in De Standaard. Daarin onthulde hij dat de senator in 2011 twee voorstellen van resolutie heeft ingediend, die beide recht uit het 70-puntenplan kwamen. In dat zelfde jaar diende hij ook een wetsvoorstel in om amnestie te verlenen aan oorlogscollaborateurs en ze een schadevergoeding uit te betalen. Bij die publicatie is het gebleven. De media hebben dit niet opgepikt en zijn er niet mee aan de slag gegaan. (...)

 

En dan zijn er de niet gestelde vragen. Dat is uiteraard in een verkiezingscampagne meer dan bedenkelijk. Kregen we tijdens die campagne uitvoerige informatie over het dieet en het daarbij horende boek van Zijne Slankheid, dan ontbraken de fundamentele vragen te enen male. Ik citeer Jan Blommaert, die een analyse van de verkiezingsuitslag maakte op de nieuwssite De Wereld Morgen: ‘Niemand vroeg wat voor De Wever de bovengrens is aan fijn stof die de“schoonste stad ter wereld” van hem te slikken mag krijgen, hoeveel meer vrachtwagens er voor hem door Antwerpen mogen denderen, hoeveel avonden per jaar hij wel dacht een uitgangs- en samenscholingsverbod in Borgerhout te mogen afkondigen, hoeveel volgens hem een sociale woning maximaal mag kosten, met welk geld hij – gezien zijn voorliefde voor besparingen – denkt de uiterst dringende investeringen in het stedelijk onderwijs uit te voeren?’ 

 

Toen de beoogde burgemeester op de avond van zijn overwinning de federale premier uitdaagde om met hem onderhandelingen te beginnen over confederalisme , golfde als een echo door de media de vraag : wat zijn hiervan de gevolgen op het federale niveau? Maar niemand vroeg zich af  met welk recht een nog niet eens benoemde burgemeester van een provinciestadje met ocharme een half miljoen inwoners – zij het met een wereldhaven –  de eerste -minister oproept met hem te onderhandelen over een alles behalve gemeentelijke materie. (...) Die verkiezingsuitslag brengt ons haast vanzelf bij nieuwe niet gestelde vragen : die naar en over de fameuze grondstroom.  Ja, hier en daar werd schuchter opgemerkt dat je met een kwart van het electoraat moeilijk kunt volhouden dat je een onderstroom vertolkt die het hele Vlaamse volk zou bewegen. Maar de overgrote meerderheid van journalisten en opiniemakers namen de redenering van De Wever als zou dat wel zo zijn, klakkeloos en zonder verder onderzoek over. (...)

 

De vraag waaróm de media zo lief zijn voor de N-VA is beantwoord door de politicoloog Dave Sinardet. Hij zei dat journalisten bang zijn om hun publiek te mishagen. Waarmee hij een stelling bevestigt die ik al jaren, zonder succes, verkondig : de media maken de publieke opinie niet , ze volgen ze. En door dat te doen versterken ze de trends, zeker als het gaat om de populariteit van personen, of het nu politici zijn, sporthelden of acteurs. We hebben het gezien met Steve Stevaert, met Jean-Marie De Decker, met Yves Leterme. Steeds opnieuw surften de media mee op de golven van hun populariteit. Verloren ze de gunst van het volk – om de definitie van De Wever even over te nemen – dan verdwenen ze uit de media om plaats te maken voor een nieuwe held. We weten ondertussen wie die nieuwe held is. (...) Zolang dit land nog een democratie is hebben mensen uiteraard het recht om te stemmen op wie ze ook maar willen. Van de media mag en moet verwacht worden dat ze de kiezers informeren over het ware belang en de consequenties  van hun keuze. Dat moeten ze doen zonder onderscheid des persoons of van partij, in volle onbevangenheid en in volle onafhankelijkheid, ook tegenover hun publiek. Zodat Vlaanderen, dat van iedereen is en niet alleen van de N-VA, niet evolueert naar een democratisch verkozen éénpartijstaat.”

 

Er volgde het langste en luidste applaus dat we gisteren op een hele dag Boekenbeurs gehoord hebben. Siegfried Bracke, die tevoren het woord had gekregen, keek spiedend de zaal in. Hij had nog maar net geklaagd dat volgens (steenoud, nvdr.) onderzoek 80 % van de Vlaamse journalisten links stemt, terwijl de Vlaamse bevolking eerder rechts stemt. Met het aanwezige Boekenbeurspubliek en de studenten journalistiek in de zaal werd het er niet beter op voor Sieg.

 

De volledige uiteenzetting van Walter Zinzen vind je bij Salon van Sisyphus.

00:10 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: media, n-va |  Facebook | | |  Print

De commentaren zijn gesloten.