11-02-13

BESPARINGEN? N-VA IS ROYALER VOOR ZICHZELF DAN DE PS

Stand-up comedian Han Solo zei laatst in Gazet van Antwerpen: “Vlaamse humor heeft altijd dat cynische ondertoontje: we zeggen iets maar doen iets anders. Bart De Wever is daar zeer bedreven in.” Volgens Han Solo maakt Bart De Wevers Vlaamse cynische humor tachtig procent uit van zijn populariteit. Dat zou wel eens kunnen, en dat ‘iets zeggen maar iets anders doen’ is er zeker bij.

 

Twee voorbeelden. Het eerste komt uit Mechelen waar N-VA-schepen Marc Hendrickx (foto 1, samen met burgemeester Bart Somers) vorige week bekend maakte dat hij wil inleveren op zijn wedde als schepen. Omwille van het stijgend aantal inwoners hebben de burgemeester en schepenen in Mechelen wettelijk recht op een hogere wedde. Er is echter een besparingsoperatie bij de Mechelse stads- en OCMW-diensten op komst, en in die omstandigheden wordt een hogere wedde voor de burgemeester en schepenen natuurlijk bijzonder slecht onthaald bij de bevolking, de stads- en OCMW-diensten. Marc Hendrickx stelde daarom voor op zijn (verhoogde) wedde in te leveren, tot grote verrassing van Bart Somers (Open VLD) die prompt een overleg met zijn coalitiegenoten bijeenriep.

 

Van het inleveren op de wedden van de burgemeester en schepenen komt uiteindelijk niets in huis. Bart Somers: “Er bleken teveel technische en praktische bezwaren. Ook al werd in alle fracties met sympathie gereageerd, bleek bij de afweging van de argumenten geen enkele schepen bereid de denkpiste verder te onderzoeken." Geen inlevering dus op de wedde van de burgemeester en schepenen in Mechelen. Maar N-VA’er Marc Hendrickx gaat nu in de Maneblussersstad wel door het leven als de man die wél wilde inleveren, maar niet mocht. Er zou nu tien procent bespaard worden op de kabinetten van de burgemeester en schepenen, en vijftien procent op de toelagen aan de politieke partijen. Eerst zien en dan geloven. In Antwerpen bijvoorbeeld wil de N-VA besparen op het aantal chauffeurs voor de collegeleden, maar het is maar de vraag of Bart De Wever en de N-VA-schepenen dan voor hun vervoer niet op andere dan de kabinetsbudgetten beroep gaan doen.

 

Tweede voorbeeld: het provinciebestuur van Antwerpen. Daar is N-VA’er Luk Lemmens (foto 2, de man achter Bart De Wever) eerste gedeputeerde en woordvoerder van de bestendige deputatie. Op 8 januari kondigde Luk Lemmens een lineaire besparing van drie procent aan voor alle provinciale diensten. Lemmens laat het aan de leidende ambtenaren over hoe die drie procent in hun departement bespaard wordt. Dat een besparing in het ene departement moeilijker is dan in  een ander departement, en minder verantwoord is, is een zorg die Luk Lemmens zich (nog) niet maakt(e). Het enige wat hij in zijn hoofd had en heeft, is dat hij elk jaar drie procent wil besparen bovenop de besparing het jaar voordien, en dat de andere provinciebesturen dit ook zouden moeten doen.

 

Ook op de partijdotaties wordt drie procent bespaard. Flink zo? Voor de partijdotaties zou men beter een voorbeeld nemen aan het Luikse provinciebestuur, meent Kris Merckx (PVDA). Kris Merckx: “Luik beperkt zijn dotaties aan de partijen vertegenwoordigd in de provincieraad tot een subsidiëring van de fractiewerking met 3.720 euro per raadslid en per jaar. Met 56 provincieraadsleden – in de vorige legislatuur waren dat er nog 84 – besteedt de provincie Luik dus 208.320 euro aan partijfinanciering. Bij een gelijkaardige regeling zou onze provincie 325.000 euro per jaar mogen besteden aan partijfinanciering, slechts 1/3 van de huidige 970.000 euro. Met haar ‘ingekrompen’ budget voor partijfinanciering geeft de provincie Antwerpen nog altijd driemaal meer uit dan de zogezegde potverterende Walen in Luik." En Kris Merckx vervolgt: "De N-VA in de provincie Antwerpen en de PS in de provincie Luik zijn aan elkaar gewaagd met elk ongeveer 35 % van de stemmen. Na de besparing van drie procent krijgt de N-VA van de provincie Antwerpen nog altijd 340.000 euro per jaar. Verhoudingsgewijs strijkt de  N-VA in de provincie Antwerpen daarmee drie keer meer op dan de PS in de provincie Luik.”

 

In het debat daarna in de Antwerpse provincieraad ontkende Luk Lemmens eerst dat hij gesproken heeft van lineaire besparingen, later gaf hij toe dat lineaire besparingen niet het beste idee zijn. Wel houdt hij vast aan het cumulatief besparen van drie procent per jaar, zodat hij aan het einde van de legislatuur uitkomt op vijftien procent besparing. Over de vergelijking tussen de dotaties aan de politieke partijen bij de provinciebesturen in Antwerpen en Luik, en de N-VA die verhoudingsgewijs driemaal meer opstrijkt dan de zo verfoeide PS, zweeg hij.

De commentaren zijn gesloten.