24-06-13

REBELLEN. OPSTANDIGE VERZETSSTRIJDERS EN ANDEREN

Manu Claeys zei het laatst nog bij de voorstelling van zijn boek Stilstand: het zijn de sociale bewegingen die de richting aangeven, de politiek bepaalt enkel het tempo waarin de dingen gebeuren. In het nieuwe boek Rebellen vertellen historici over de sociale strijd die cruciaal is voor het bekomen van veranderingen, maar waarover in de officiële geschiedschrijving amper gesproken wordt. Omdat de geschiedschrijving gebeurt door wie de macht heeft, en men zich voor die veranderingen moest verzetten tegen die machthebbers. Het is het verhaal van boerenopstanden en stedelijk oproer tot religieuze oppositie en stakingen die aan de basis liggen van onze sociale zekerheid. De samenstelling van het boek en het voorwoord is van Anne Morelli die eerder al mythes uit onze vaderlandse geschiedenis weerlegde.

 

Het is geen boek in pamfletstijl geworden, maar op grondig historisch onderzoek gebaseerd werk. Toch als we mogen voortgaan op het hoofdstuk dat we als eerste gelezen hebben en waarvan we hieronder enkele fragmenten publiceren, Opstandige verzetsstrijders in 1944. Het hele hoofdstuk is tien keer zo lang als deze bijdrage. Hieronder dus slechts een smaakmaker, maar wel exclusief voor de lezers van AFF/Verzet.

 

“(…) Aan het begin van de oorlog stond de Kommunistische Partij van België nog zwak en geïsoleerd. Maar door haar clandestiene strijd tegen de bezetter oefende ze een grote aantrekkingskracht uit op al wie de naziheerschappij en de arrogantie van de collaborerende organisaties niet accepteerde. Om de door Hitler bezette Sovjet-Unie te helpen, openden de communisten overal in Europa een tweede front om het Duitse leger materiële schade toe te brengen, de collaborateurs bang te maken en de bezette bevolking opnieuw hoop te geven. In België, waar geweld geen essentieel onderdeel van de arbeiderscultuur uitmaakte, was het niet gemakkelijk de militanten te overtuigen tot directe actie over te gaan of, nog erger, executies uit te voeren.

 

In bepaalde beroepen moesten eerst de oude anarchistische tradities weer worden opgerakeld, en bovendien was het engagement nodig van oudgedienden uit de Internationale Brigades van de Spaanse Burgeroorlog, van jonge – merendeels Joodse – buitenlanders die woedend waren over de razzia’s en van intellectuelen die de noodzaak tot actie inzagen, vooraleer de Gewapende Partizanen konden worden opgericht en ingezet. (…) Het door haar geleide en aangestuurde Onafhankelijkheidsfront werd zelfs de grootste massaverzetsorganisatie. Een reële macht dus, met steeds meer sympathisanten, die door de wending die de oorlog nam – vooral na Stalingrad – niet onverschillig bleven voor het aura van het Rode Leger.

 

De hypothese van een communistische machtsovername verwierf dus wel degelijk enig gewicht, hoe onwaarschijnlijk dat aan de vooravond van de oorlog ook leek. In alle machtskringen, zowel in het bezette België als in Londen waar de Belgische regering in ballingschap verbleef, vroegen sommigen zich onverwijld af welke maatregelen er genomen moesten worden. Wat waren de doelstellingen van deze groeiende macht, die zelfs over een leger beschikte? Welke strategie moest er tegen hen gebruikt worden? Hoewel de anticommunistische traditie goed was ingeburgerd in de Belgische samenleving, was de reactie tegenover de communisten zeker niet eenzijdig vijandig of negatief.

 

(…) In een lange boodschap aan Londen kende het Onafhankelijkheidsfront op 23 november 1943 het grootste belang toe aan het bestraffen van collaborateurs en oorlogsprofiteurs in alle lagen van de bevolking: ‘laten boeten’ en ‘laten terugbetalen’ waren de voornaamste woorden van een oproep die zich kantte tegen een ‘politiek van de spons erover’ na enkele executies om een voorbeeld te stellen. Als dat het geval zou zijn, riskeerde men een ‘echte opstand’. (…) In januari 1944 legde het Onafhankelijkheidsfront de nadruk op wapens, ontwikkelde de strategie van de nationale opstand en, erger nog, kondigde het initiatief van de bevrijdingscomités aan. ‘Nationale opstand’, ‘bevrijdingscomités’: zien we daar geen gedroomde camouflage voor ‘machtsovername’ en ‘Sovjets’?

 

(…) De Kommunistische Partij, tot dan toe wat op de achtergrond gebleven, moest zich tijdens de opstand herbevestigen. Ze moest zich manifesteren, zich tot het volk richten, zich bevestigen in haar ‘rol van gids en organisator’. (…) Hoewel in de regering van nationale eenheid in september 1944 naast de secretaris-generaal van het Onafhankelijkheidsfront nog twee communisten zaten, konden deze regering en de duizenden bewapende mannen die niet hadden kunnen vechten en voor wie de jacht en het toezicht op de ‘collaborateurs’ maar een magere troost was, het niet echt goed met elkaar vinden. Aan het hoofd van het Hoog Commissariaat voor de Veiligheid van de Staat werd Ganshof ongeduldig.

 

De magistraat, verantwoordelijk voor de ordehandhaving, vond dat de straten ‘een revolutionaire aanblik’ boden, vooral omdat de ordediensten zelf amper bewapend waren. Hij eiste dan ook zo snel mogelijk de ontwapening van de verzetsstrijders en verzette zich tegen elke verdere inzet van verzetsstrijders in de nog niet helemaal afgelopen oorlog. De regering volgde hem op dit punt, omdat anders het bestaan van het verzet alleen maar zou worden verlengd. Vanaf dat ogenblik onderging het verzet een eliminatiestrategie in verschillende fasen: militaire begeleiding, politieke en administratieve terugdringing, demobilisatie en, ten slotte, ontwapening. De verzetsstrijders, aanvankelijk overladen met eerbetoon en lofbetuigingen, werden al snel als verdacht beschouwd, en ook zo behandeld.

 

(…) De Kommunistische Partij van België  kondigde voor de ‘betoging van het Onafhankelijkheidsfront’ een algemene mobilisatie af om ‘een regering’ te eisen ‘die grotendeels democratisch is in plaats van een regering die oorlog voert’. Op muren gekalkte leuzen, pamfletten, aanplakbiljetten en zelfs ‘ophitsing’ van militanten tot hevige betogingen: het voorafgaande weekend slaagde de gemeentepolitie er niet in om het uitgevaardigde verbod op samenscholingen op te leggen. Voor de communisten kwam het eropaan ‘de regering te vervangen vóór die erin slaagt het verzet te ontwapenen, want in de verwarring van zo’n ontwapening zou het volk gedemobiliseerd raken. En dat zou de weg vrijmaken voor een groots offensief van de reactionairen.’ (…)”

 

Wat ging daar nog allemaal aan vooraf, en vooral: hoe kwam het toch niet tot een revolutionaire omwenteling? Lees dit – en nog vele andere interessante verhalen – in Rebellen (Uitgeverij EPO, 343 blzn., 24,90 euro).

00:10 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: boeken, actie |  Facebook | | |  Print

De commentaren zijn gesloten.