10-10-13

DE VERDEDIGING VAN DE BBET-HOOFDVERDACHTEN

Federaal parketmagistraat voor bestrijding van terrorisme Ann Fransen en de Dendermondse parketmagistraat voor anabolenhandel Jan Kerkhofs preciseerden gisteren wat bekend is van het aandeel van elk van de zeventien gedagvaarden in de BBET-zaak, en herhaalden de strafmaat die voor elk van hen gevorderd wordt zoals al gemeld op de rechtbankzitting van 12 september 2011 (1, 2). Daarna was het gisteren de beurt aan de advocaten van de vier hoofdverdachten (foto: zowel hoofd- als 'gewone' verdachten in de BBET-zaak).

 

De advocaat van Tomas B. relativeerde de hele zaak. Terrorisme is er als het land ernstig ontwricht wordt, de bevolking ernstig schrik wordt aangejaagd. En heeft de bevolking ernstig wakker gelegen van BBET? Niet, toch. Tomas B. zelf las een lange verklaring voor waarin hij zijn spijt uitdrukte voor al wie hij bewust of onbewust geschaad heeft, maar vooral zijn beklag deed dat hij sinds de BBET-zaak door zowat iedereen scheef bekeken wordt. De advocaat van Joeri V.d.P. vroeg vruchteloos om zijn pleidooi te mogen uitstellen tot vrijdag. De rechtbank wees de vraag af omdat al op 23 mei de pleidooien van de verschillende partijen ingepland zijn.

 

De advocaten van Mark H. en van Stijn V.M. betoogden dat hun cliënten intussen voorbeeldige burgers zijn geworden. Mark H., BBET-spreker op Blood and Honour-bijeenkomsten en auteur/samensteller van het BBET-tijdschrift, is na een suggestie van de Kamer van Inbeschuldigingstelling al eens op bezoek geweest in het concentratie- en vernietigingskamp van Auschwitz-Birkenau. Zijn advocaat stelde voor om hem in de plaats van een gevangenisstraf een werkstraf in een antiracistische organisatie te geven.

 

De tweede onverwachte wending gisteren kwam van de advocaat van Stijn V.M., maar het was slechts onverwacht wat het zou worden. De advocaat had er al eens voor gezorgd dat de BBET-rechtszaak anderhalf jaar stil lag omdat volgens hem zo nodig enkele prejudiciële vragen moesten gesteld worden aan het Grondwettelijk Hof, vooraleer de BBET-rechtszaak kon verder gezet worden. Vragen over de federale parketmagistraat voor terrorismebestrijding. Het hof wees alle bezwaren van de advocaat af, maar intussen was de afhandeling van de BBET-zaak alweer anderhalf jaar vertraagd. En zo kon de advocaat gisteren nog eens pleiten dat de BBET-zaak al te lang aansleept en daardoor alleen de vrijspraak voor zijn cliënt gepast is.

 

Anderhalf jaar geleden kondigde diezelfde advocaat een tweede reeks prejudiciële vragen aan, die hij pas gisteren zou stellen. Mogelijk omdat deze blog en De Standaard bekend maakten dat hij zou afkomen met prejudiciële vragen over de Dendermondse parketmagistraat Jan Kerkhofs, deed de advocaat dat niet – de verrassing was weg – maar stelde hij dat zo nodig aan het Grondwettelijk Hof twee prejudiciële vragen moeten gesteld worden  over het behoren tot een misdadige organisatie dan wel tot een terroristische organisatie. De BBET-verdachten worden ervan beschuldigd te behoren tot een misdadige organisatie tot aan de datum waarop de terrorismewetgeving van kracht werd, daarna voor het deel uit maken van een terroristische organisatie.

 

In een noodgedwongen snel gefabriceerd, maar met behulp van een wetboek en een internetverbinding gefundeerd, antwoord wees het Openbaar Ministerie de bezwaren van de advocaat van Stijn V.M. af. De rechtbank houdt haar antwoord in beraad tot later. Waarschijnlijk tot einde dit jaar of begin volgend jaar. Tot zolang wordt het afwachten of dan ineens het vonnis over de BBET-uitspraak wordt uitgesproken, dan wel eerst nog om advies aan het Grondwettelijk Hof wordt gevraagd.

00:05 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bbet, blood and honour |  Facebook | | |  Print

De commentaren zijn gesloten.