11-10-13

BBET-RECHTSZAAK OPNIEUW GESCHORST

Nieuw proces.JPGWe schreven het al een paar keren: in de rechtszaak tegen de Blood and Honour-groep BBET (Bloed Bodem Eer Trouw) zijn er altijd wel procedurekwesties en onverwachte wendingen die een normale rechtsgang in de weg staan. Gisteren zouden een tiental ‘gewone’ BBET-verdachten zich verdedigen, maar nog voor de rechtbankzitting goed en wel begon, werd de zitting geschorst na een klacht over “een schijn van partijdigheid” bij twee van de drie rechters die de BBET-zaak beoordelen.

 

Het verslag van de VRT-televisie van de rechtbankzitting woensdag (foto) werd door journaliste Sofie Demeyer ingeleid met: “Op dit nieuwe proces willen twee rechters liever niet herkenbaar gefilmd worden uit schrik voor represailles van de extreemrechtse groepering Bloed Bodem Eer Trouw, een tak van het neonazistische Blood and Honour.” De advocaat van Stijn V.M. greep dit aan om de twee bedoelde rechters “een schijn van partijdigheid” te verwijten en hen te vragen op te stappen uit de rechtbank. Het gevolg zou zijn dat de BBET-rechtszaak nog eens moet overgedaan worden.

 

“Nog eens” want de BBET-rechtszaak heeft pas nog anderhalf jaar stil gelegen omdat één van de drie rechters ernstig ziek is geworden in de periode dat aan het Grondwettelijk Hof enkele prejudiciële vragen voorgelegd werden. Prejudiciële vragen die ingediend waren door dezelfde al genoemde advocaat (!) en na de uitspraak van het Grondwettelijk Hof onnodig tijdverlies bleken te zijn (!!). Omdat de voorzitter van de rechtbank ernstig ziek werd terwijl men aan het wachten was op het antwoord van het Grondwettelijk Hof, moest een nieuwe rechter ingeschakeld worden en het hele BBET-proces van de start- tot de eindpleidooien hernomen worden.  

 

Het Openbaar Ministerie repliceerde gisterenmorgen dat woorden van een journalist niet beschouwd kunnen worden als woorden van de rechtbank, en de rechtszaak tegen BBET daarom verder gezet kan worden. De twee geviseerde rechters wensten zich niet vrijwillig terug te trekken, maar na een nieuwe schorsing van de zitting besloot de rechtbank dat de twee rechters volgens de wettelijke, schriftelijke procedure zullen antwoorden. Wat die procedure echter precies inhoudt, was gisterenmorgen voor niemand duidelijk. Later op de dag kwam het bericht dat als de twee geviseerde rechters blijven weigeren zich terug te trekken, het hof van beroep in Gent moet oordelen of het al dan niet gepast is dat de rechters blijven zetelen.

 

Op 11 december wordt de rechtszaak tegen BBET in Dendermonde verder gezet. Tegen dan zou bekend moeten zijn of de twee geviseerde rechters kunnen blijven zetelen dan wel opnieuw nieuwe rechters ingeschakeld moeten worden om de BBET-zaak te beoordelen. In dat laatste geval wordt aan alle betrokken partijen gevraagd of het volstaat dat de nieuwe rechters alle schriftelijk neergelegde conclusies bestuderen. De vorige keer als een nieuwe rechter ingeschakeld werd, was het antwoord dat men toch wel opnieuw mondeling moest kunnen pleiten. Iets waar men woensdag aan begonnen was, waarbij nieuwe prejudiciële vragen opgeworpen werden om desgevallend aan het Grondwettelijk Hof te stellen. 

 

Uiteraard hoort een rechtbank zonder schijn van partijdigheid te oordelen, en heeft de verdediging van de verdachten het recht om te wijzen op een mogelijke schijn van partijdigheid. Anderzijds is het niet uit de lucht gegrepen dat met een rechter afgerekend wordt na een uitspraak die een verdachte niet bevalt, of de rechter geïntimideerd wordt door extreemrechtse stoottroepen (Italië, Griekenland…). Trouwens, alleen al de verslaggeving van AFF/Verzet over de BBET-zaak werkt schijnbaar op de zenuwen van enkele van de BBET-hoofdverdachten.

00:10 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bbet, blood and honour |  Facebook | | |  Print

De commentaren zijn gesloten.