25-11-13

DE VLAAMS-WAALSE FICTIE. IN DE GREEP VAN ETNOLIBERALISME

Op een debat over de N-VA op de Gentse Feesten was ons Paul Dirkx opgevallen. Bij een discussie over Edmund Burke (1729 - 1797, grondlegger van het moderne conservatisme) merkte hij op dat het geen belang heeft dat Burke zus bedoelde dan wel zo, het enige wat telt is hoe Bart De Wever Burke interpreteert. Na meer dan een half uur oeverloze discussie tussen intellectuelen over Edmund Burke is zoiets verfrissend.

 

We keken dan ook uit naar het aangekondigde boek van Paul Dirkx, het intussen pas verschenen De Vlaams-Waalse fictie. Over België, Europa en het etnoliberalisme. De achterflap van het boek en de aankondiging op de website van uitgeverij EPO vat het boek goed samen: “Zowel het Vlaamse als het Waalse nationalisme (…) zijn kinderen van het liberale België, producten van een staat die nu al meer dan 180 jaar bevoegdheden uitbesteedt. Aan politieke partijen en zuilen. Aan de vrije markt. En aan gewesten en gemeenschappen. Maar vooral ook aan de Europese Unie, waarvan de opbouw gelijkloopt met de afbouw van de sociale natiestaten.” Kleine, zwakke regio's worden door het bedrijfsleven in een economische wedren tegen elkaar uitgespeeld. Etnisch federalisme gekoppeld aan neoliberalisme brengt ons 'etnoliberalisme'.

 

De taalkwestie in ons land gaat terug tot de opstand van 1830 en de keuze van het Frans als de taal van de nieuwe staat. België wordt onafhankelijk door zich los te scheuren van het Koninkrijk der Nederlanden. Koninkrijk dat een bufferstaat is gecreëerd op het Congres van Wenen in 1855 om het voormalige napoleonistische Frankrijk in te dijken. De opstand van 1830 bevrijdt ons van de absolute monarchie, het protestantisme en de Nederlandse taal. Er wordt voor het Frans gekozen als bestuurstaal, al spreekt slechts 10 tot 15 % van de Belgische onderdanen Frans, hoofdzakelijk de heersende klasse. Zowel in wat we nu kennen als Vlaanderen en Wallonië wordt een veelvoud van plaatselijke dialecten gesproken. Geen Nederlands of Frans. Vanaf 1840 gaan petities de ronde om de Franse taal die aan de ‘Vlaamse’ bevolking wordt opgedrongen aan te vechten. Zo ontstaat de Vlaamse Beweging, een politieke beweging die onlosmakelijk cultureel en sociaal is.

 

De Belgische katholieke kerk beschouwt het streven naar de Vlaamse identiteit als een middel om het Frankrijk van Voltaire en het modernisme te bekampen. De zorg voor het zielenheil gaat samen met het behoud van de volkstaal als vehikel van eeuwenoude waarden. Alleen aan de macht van 1884 tot 1914 en later, op enkele jaren na, spilpartij in alle coalities van 1918 tot 1999 speelt de Katholieke Partij een voortrekkersrol in de institutionele hervormingen van het land. Als katholieke partij van alle sociale klassen is ze zowel aanhankelijk aan België als welwillend tegenover de eisen van flaminganten. Na een zware verkiezingsnederlaag in 1936 ten voordele van extreemrechts wordt de Katholieke Partij opgesplitst in een Franstalige en een Nederlandstalige vleugel. Die laatste gaat een zeer flamingante toer op om het hoofd te bieden aan het separatistisch-fascistisch Vlaams Nationaal Verbond (VNV).

 

De Belgische staat en de vrije markteconomie zijn intussen onlosmakelijk afhankelijk van elkaar. Leopold II creëert in 1885 met Kongo-Vrijstaat een gigantisch privéontginningsgebied dat in 1908 een Belgische kolonie wordt en wingewest van de Generale Maatschappij van België wordt, de financiële en industriële long van het koninkrijk en een van de belangrijkste holdings van het land. Bijna alle ministers van Financiën hebben een geprivilegieerde band met de bedrijfswereld of de banken. Als de Europese Economische Gemeenschap opgericht wordt, staat België met al haar expertise in het zoeken naar diplomatieke evenwichten klaar om de EEG en haar nevenproducten en opvolgers te ontvangen. De socialisten zijn zo vergroeid met het staatsapparaat en de ‘Realpolitiek’ dat economist Ernest Mandel zowat de enige is die de Belgische Socialistische Partij (BSP) waarschuwt voor de liberale afdwaling van de Europese instellingen. In 1964 worden Mandel en zijn medestanders uit de BSP gezet.

 

Er is een andere economische ontwikkeling, maar zowel Vlaanderen als Wallonië omarmen het etnoliberalisme. De Vlaams-Waalse fictie somt heel goed op hoe België, Vlaanderen en Wallonië stelselmatig uitgekleed wordt voor een economie op maat van de kapitaalkrachtigen. De kortere verhalen tussendoor zijn verhelderend: wat is het belang van mensen als André Renard of Wilfried Martens, de rol van de particratie of van het Vlaams Economisch Verbond (VEV), en welk zijn de historische data in het proces van nationalistische bewustwording of de overdracht van bevoegdheden aan supranationale instellingen? Het is ook goed dat het boek, voetnoten en personennregister inbegrepen, beperkt is tot 199 bladzijden. Maar meer dan tweehonderd jaar Belgische en Europese geschiedenis samenvatten, het is om duizelig van te worden. Met een veelheid aan feiten in een beperkt bestek weergeven, missen we soms wat onderbouw voor stellingen die men dan maar vervangt door de stelligheid waarmee iets beweerd wordt of door begrippen te gebruiken zoals, de titel van het eerste hoofdstuk, “Een antinomische staat”. Je kan dan wel opzoeken wat “antinomie” is, maar dat bevordert niet de vlotheid van het lezen.

 

Het boek verscheen vorig jaar in het Frans. Is het daarom dat de twee keren dat Filip Dewinter in het boek vermeld wordt, hij er als Philippe Dewinter te boek staat? Officieel is het Philip, maar wij spreken toch ook niet over Maria Vogels als we Mieke Vogels bedoelen. Toch? Het boek is wel geactualiseerd. Zo wordt onder andere verwezen naar een Knack-artikel van 7 oktober 2013 om te stellen dat de N-VA de afschaffing van het Centrum van Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding (CGKR) eist. Bij nader inzien gaat het om een uitspraak van André Gantman. Elke partij heeft een clown, en de N-VA heeft er zelfs meer dan één. In het parlement heeft de N-VA recent nog de uitbreiding van bevoegdheden van het CGKR gesteund. Soit dat daarbij kritiek werd geuit op huidig directeur Jozef De Witte en men eerder zei dat er meer rekening moest gehouden worden met het Vlaams ‘buikgevoel’. Finaal stemde de N-VA mee met verstandiger partijen.

 

Desondanks. De Vlaams-Waalse fictie. Over België, Europa en het etnoliberalisme is een zeker te lezen boek. Paul Dirkx biedt een verfrissende kijk op een onder platitudes bedolven kwestie. Nodig die man uit voor interviews, lezingen en debatten!

00:10 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: boeken, nationalisme |  Facebook | | |  Print

De commentaren zijn gesloten.