20-03-14

AANPAK RACISME EN DISCRIMINATIE BREIDT UIT

Morgen, vrijdag 21 maart, is het Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie. Een goede gelegenheid om even stil te staan bij de positie van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding (CGKR) in ons land, de mogelijkheden en de beperkingen die haar toebedeeld worden.

 

De voorloper van het Centrum is het Koninklijk Commissariaat voor het Migrantenbeleid dat in 1989 opgericht wordt met Paula D’Hondt als bevlogen Koninklijk Commissaris (foto 1, op werkvergadering in de Stuivenbergbuurt in Antwerpen). Onmiddellijke aanleiding is het succes van het Vlaams Blok bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1988: 17,7 % van de stemmen met de campagne ‘Antwerpen aan de Antwerpenaren!’. De diepere reden is dat al lang uitvoering moet gegeven worden aan het Internationaal Verdrag inzake de Uitbanning van alle Vormen van Rassendiscriminatie, goedgekeurd op 21 december 1965. Vrijwel meteen na die goedkeuring dient de PS’er Ernest Glinne in 1966 een eerste wetsontwerp in om daden ingegeven door racisme te bestraffen, maar het zal nog tot 30 juli 1981 duren vooraleer een dergelijke wet van kracht wordt. Niets te vroeg. In de jaren tachtig verandert de kijk op de migratie als gevolg van de verslechterde economische toestand die haar politieke uitlopers krijgt met het racistisch beleid van Roger Nols in Schaarbeek, niet alleen tegen Vlamingen, en genoemd Vlaams Blok-succes in Antwerpen.

 

Aanvankelijk geringschattend bekeken omdat ze slechts naam had gemaakt als staatssecretaris voor De Post, groeit Paul D’Hondt uit tot een Koninklijk Commissaris die geen blad voor haar mond neemt over de rechten en plichten van migranten en het te voeren migrantenbeleid. Na vier jaar Koninklijk Commissariaat is één van haar aanbevelingen de noodzaak een permanente structuur op te zetten om racisme te bestrijden en gelijke kansen en integratie te bevorderen. Dat wordt het in 1993 opgerichte Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding (CGKR), met Johan Leman als eerste directeur.

 

Het CGKR krijgt gaandeweg steeds meer taken. Zo wordt het ook bevoegd om rechtszaken aan te spannen voor zaken die vallen onder de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die door het nazi-regime in de jaren veertig is gepleegd. In 1995 krijgt het CGKR ook een extra taak voor de bestrijding van mensenhandel. In 1999 wordt het steunpunt voor bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting toegevoegd aan het CGKR. In 2003 wordt het CGKR ook belast met het informeren van de overheid over de aard en de grootte van de migratiestromen en te waken over het respect voor de grondrechten van vreemdelingen. Nog in 2003, met de wet van 25 februari 2003, komt er de opdracht bij voor de bestrijding van discriminatie op grond van de seksuele geaardheid, leeftijd, geloof of overtuiging, handicap… in 2007  aangevuld met bepalingen om discriminatie bij arbeid te bestrijden.

 

Intussen verschuiven de ‘klassieke’ vormen van racisme op grond van vermeend ras of huidskleur naar meldingen over islamofobie, en wordt het internet een belangrijke uitlaatklep voor latent racisme. Het CGKR haalt vooral de pers met haar rechtszaken (de veroordeling van drie vzw’s van het Vlaams Blok in 2004, de veroordeling van het kantelpoortenbedrijf Feryn in 2009…), maar de gerechtelijke dossiers vertegenwoordigen slechts één procent van alle dossiers die door het CGKR behandeld worden. Het leeuwendeel van het werk gebeurt achter de schermen via ontmoetingen, bemiddelingen, opleidingen en aanbevelingen. Een goed beeld over de werking, moeilijkheden en mogelijkheden, en verschillen in schijnbaar gelijkaardige zaken, vind je in het boek Enerzijds, anderzijds van huidig CGKR-directeur Jozef De Witte (foto 2).

 

Alweer als gevolg van internationale bepalingen is de werking van het CGKR sinds deze maand gevoelig uitgebreid. Zo is het nu niet enkel meer bevoegd voor federale materies, maar ook voor gewestelijke en gemeenschapsaangelegenheden. Klachten over discriminatie bij bijvoorbeeld De Lijn of in het onderwijs kunnen nu ook, minstens efficiënter, opgevolgd worden door het nieuwe Centrum. Anderzijds worden er ook bevoegdheden uitgesplitst. We krijgen nu enerzijds: het ‘interfederaal centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme’ (roepnaam: 'interfederaal gelijke kansencentrum') en anderzijds (diep ademhalen): het ‘federale centrum voor de analyse van de migratiestromen, de bescherming van de grondrechten van vreemdelingen en de strijd tegen de mensenhandel’ (roepnaam: 'federaal migratiecentrum'). Kwesties van gelijkheid van mannen en vrouwen worden nog altijd apart behandeld, in: het ‘instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen’.

 

Het CGKR werd geleid door een pluralistische raad van bestuur, samengesteld uit eenëntwintig leden, waarvan zeven voorgedragen door de gemeenschappen en gewesten, en een regeringscommissaris. Het is de raad van bestuur die bijvoorbeeld beslist of al dan niet een rechtszaak wordt aangespannen. De raad van bestuur van het nieuwe Centrum zal opnieuw samengesteld zijn uit eenentwintig leden, maar nu allen benoemd door de parlementen (tien door de Kamer van Volksvertegenwoordigers, vier door het Vlaams Parlement, telkens twee door het Waals Parlement, het Parlement van de Franstalige Gemeenschap en het Brussels Parlement, en één door het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap). In de schoot van de interfederale raad van bestuur worden vier kamers geïnstalleerd: een federale, een Vlaamse, een Franstalige en een Brusselse die uitsluitend vragen behandelen die met het eigen bevoegdheidsniveau te maken hebben.

 

Dat het Centrum onder andere ook bevoegd wordt voor ‘Vlaamse materies’ is een vooruitgang; het opsplitsen van het Centrum in twee aparte centra is geen vooruitgang. De link tussen bijvoorbeeld ‘de bestrijding van racisme’ en ‘de bevordering van de grondrechten van vreemdelingen’ spreekt voor zich, maar toch worden die bevoegdheden nu verdeeld over twee verschillende centra. In tegenstelling tot de kritiek op het CGKR van Antwerps N-VA-gemeenteraadsfractieleider André Gantman, en aanvankelijk ook Bart De Wever himself, steunde de N-VA bij de stemming in de Kamer van Volksvertegenwoordigers de interfederalisering van het CGKR. Het idee om racisme niet langer te bestrijden op basis van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van de Mens, maar op basis van de ‘eigenheid’ van Vlaanderen, werd (voorlopig?) afgevoerd.

 

Het Vlaams Belang benadrukt dezer dagen graag dat de partij al meer dan 35 jaar haar stempel drukt op het beleid, maar alvast voor het eerste punt uit haar fameus 70-puntenplan (“Opdoeken van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding”) is dat niet gelukt. De bevoegdheden van het Centrum zijn daarentegen nog uitgebreid.

00:15 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: racisme, discriminatie, actie |  Facebook | | |  Print

De commentaren zijn gesloten.