07-02-14

BBET (9): HET VONNIS

Vandaag werd in Dendermonde uitspraak gedaan in de zaak over de Blood and Honour-groep BBET die beschuldigd werd van racisme en negationisme, wapenhandel en terrorisme. De voorlezing van het vonnis duurde meer dan twee uren. De rechtbank (foto) acht het bewezen dat het de bedoeling was het land te destabiliseren om een nationaalsocialistisch regime, zeg maar: een nazistisch regime, te vestigen. Hoofdbeklaagde Tomas B. werd veroordeeld tot vijf jaar cel waarvan één jaar met uitstel, en twee keer zes maanden cel, weliswaar met uitstel, voor enerzijds handel in anabolen en anderzijds vechtpartijen allerhande in de privésfeer. Hij moet ook een geldboete betalen en heeft ook het grootste aandeel in de te betalen gerechtskosten.

 

De rechtbank overliep eerst een aantal procedurekwesties die tijdens de rechtbankzitting opgeworpen zijn (zie deel 7 en 8 van ons overzicht hieronder). Opvallendste was dat de rechtbank afweek van de beslissing van een andere rechtbank over het illegaal wapenbezit bij de meeste van de BBET-verdachten (zie deel 6). Toen de wapens in beslag genomen werden, waren ze in illegaal bezit. Later, met een nieuwe wapenwet, hadden ze geregulariseerd kunnen worden. In een voorafgaandelijke procedure zei Justitie dat dit van geen tel is, want op het ogenblik van de inbeslagname was de nieuwe wapenwet nog niet gestemd. De correctionele rechtbank van Dendermonde gaf de gedagvaarden het voordeel van de twijfel: het is niet zeker of de wapens geregulariseerd zouden worden als ze niet in beslag waren genomen, maar het is ook niet zeker dat ze niet zouden geregulariseerd worden. Meteen verviel een hele rits aanklachten voor veertien BBET-verdachten.

 

De rechtbank achtte het wél bewezen dat het de bedoeling was het land te destabiliseren, onder andere met het doden van achtereenvolgens Dyab Abou Jahjah en Filip Dewinter, zodat een klimaat van angst geïnstalleerd werd, bevolkingsgroepen tegen elkaar opgezet werden om vervolgens een nationaalsocialistisch regime te installeren met het blanke ras aan de macht (sic, alsof de regeringen de jongste jaren niet zouden bestaan hebben uit blanken). De bal ging aan het rollen door verklaringen bij de politie van een BBET’er – die overigens voor het eerst in contact was gekomen met Tomas B. op een Vlaams Blok-congres. Door infiltratie van twee undercoveragenten en huiszoekingen waarbij een video, talloze bezwarende documenten (zie deel 5) én wapens gevonden werden, werd de onderzoekshypothese bevestigd.

 

De video – die onder andere schietoefeningen toont waarbij op een schietschijf het gezicht van een Afrikaan is getekend – was enerzijds bedoeld om nieuwe leden te werven, maar anderzijds werd ook gehoopt daarmee geld te kunnen krijgen bij de destijds in Waasmunster wonende weduwe van de Nederlandse fascist Rost van Tonningen. De rechtbank toonde aan dat Tomas B. de leider was van BBET, Joeri V.d.P., Mark H. en Stijn V.M. medekopstukken waren, en een hele reeks verdachten meer bij BBET betrokken waren dan ze wilden toegeven. Beweringen als dat men Combat 18 (C18, de gewelddadigste tak van het internationale Blood and Honour-netwerk) niet kent, zijn bijvoorbeeld niet echt geloofwaardig als men een door betrokkene verzonden sms terugvindt die ondertekend werd met ‘C18’.

 

De oren werden gespitst toen de rechtbank zich uitsprak over de al dan niet redelijke termijn waarin het vonnis wordt geveld: de huiszoekingen dateren van september 2006, de rechtszaak startte in september 2011 en pas nu, begin 2014, komt het tot een uitspraak. Maar het was een uiterst complex strafdossier, met veel te onderzoeken elementen en tijdrovende analyses. Voor de meeste beklaagden is er geen lange periode waarin niets werd onderzocht. Over de obstructie van de advocaten van de verdediging (zie deel 7) zei de rechtbank niets. Toch kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat de rechtbank in feite rekening hield met de intussen verstreken tijd, want de meeste straffen zijn uitgesproken met uitstel. Wat wil zeggen dat de straffen pas effectief worden als in de komende periode een (ander) strafbaar feit gebeurt dat met minstens zes maanden cel bestraft wordt.

 

De straf voor Tomas B. kon je hierboven reeds lezen. De drie andere BBET-kopstukken kregen straffen van dertig maanden (de helft met uitstel, voor Mark H.), drie jaar (waarvan de helft met uitstel, voor Stijn V.M.) tot vier jaar (waarvan één jaar met uitstel, voor Joeri V.d.P.). Joeri V.d.P. kreeg voor zijn handel in anabolen ook nog tien maanden cel, maar met uitstel. Van de effectieve straf moet de tijd afgetrokken worden die betrokkenen in voorhechtenis zaten, tijd die dubbel telt voor de strafuitvoering. Tomas B. bijvoorbeeld zat acht maanden in voorhechtenis. De vier hoofdbeklaagden zijn ook voor vijf jaar uit hun burgerrechten ontzet. De meeste andere beklaagden kregen tussen acht en vierentwintig maanden celstraf, met gedeeltelijk of volledig uitstel. Voor vier beklaagden – onder wie Chris M., in 2011 reeds veroordeeld voor het organiseren van neonaziconcerten – bleef het bij een eenvoudige schuldverklaring. Het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding, dat als burgerlijke partij enkele keren een symbolische euro schadevergoeding kreeg, is tevreden over de uitspraak. De burgerlijke partijstelling van Dyab Abou Jahjah werd niet gehonoreerd.

 

Tot slot van de zitting vroeg het Openbaar Ministerie de onmiddellijke aanhouding van de aanwezige hoofdverdachte Tomas B., om twee redenen: enerzijds heeft hij geen officieel adres in België, anderzijds heeft hij veel internationale contacten. De rechtbank wees dit verzoek af omdat Tomas B. regelmatig op de rechtbankzittingen is verschenen. Waarom men het dan erbij laat dat Tomas B. geen officieel adres heeft, is ons een raadsel. Bij het einde van de rechtbankzitting vormden leden van de Mjölnir-motorclub een erehaag voor hun lid Tomas B.

18:56 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bbet, bbet-overzicht, blood and honour |  Facebook | | |  Print

De commentaren zijn gesloten.