17-02-14

FILM: VLAAMSE PIONIERS VAN HET MIGRANTENWERK

Vandaag, 17 februari, is het dag op dag vijftig jaar geleden dat ons land een akkoord tekende met Marokko en Turkije voor de tewerkstelling van nieuwe arbeidskrachten. In de brochure Vivre et Travailler en Belgique luidde het: “Arbeiders, wees welkom in België. Wij Belgen, zijn gelukkig dat u ons Uw krachten en verstand komt aanbieden. Maar wij wensen ook dat dit nieuwe leven zou bijdragen tot Uw geluk.” Aan dat laatste werd weinig gedaan door de Belgische overheid – daarover zo dadelijk meer. Vorige week ging in De Roma in Borgerhout een film in première die verhaalt hoe de eerste Marokkaanse mensen onthaald werden in Borgerhout. Een hartverwarmende, en regelmatig grappige, film.

 

Piet Janssen, boegbeeld van het eerste integratiecentrum, het Centrum voor Buitenlandse Werknemers (CBW), en later actief op kabinetten van CVP-ministers en bij het Vlaams Minderhedencentrum, is één van de mensen die in de documentaire Vlaamse pioniers van het migrantenwerk aan het woord komt. Piet Janssen: “We waren allemaal betrokken bij de Derde Wereld (Piet Janssen en andere pioniers van het migrantenwerk waren aanvankelijk actief in een project rond Haïti, nvdr.), maar toen stond de Derde Wereld plots bij ons op de stoep. We zagen deze mannen verloren lopen. Ze kwamen hier op uitnodiging van de overheid, maar niemand die hen begeleidde. Het ging om heel praktische zaken, zoals waar moesten ze gaan wonen? Ik herinner me dat we in het begin vooral bezig waren met het zoeken van een fatsoenlijke slaapplaats voor deze mensen.”

 

“We”, dat zijn dan Piet Janssen en zijn broer Geert; Miel Vervliet die ook al in de Derde Wereldbeweging actief was, pater Frans Martens die in de zomer één maand in de haven ging werken en daar kennismaakte met een eerste Marokkaanse arbeider; ‘Milouda’ die een platenzaak uitbaatte en zoveel vertrouwen uitstraalde dat ze regelmatig briefomslagen met geld in bewaring kreeg als arbeidsmigranten even over en weer naar Marokko gingen; Mark Van Mol die na een schoolactiviteit niet bij de pakken bleef zitten en zich onder andere het Arabisch eigen maakte; zuster Andrea, Simone Verstraeten en Hedwig Van der Velde – de twee laatsten gewone huisvrouwen die zich met veel praktische zin bekommerden om de in Borgerhout gedropte Marokkanen. Langs Marokkaanse kant waren Sadik Akhandaf, Mohamed Bouchikhi, Naima Annouri en het gezin waarin Fatima Bali opgroeide sleutelfiguren om de integratie te bevorderen.

 

Waren de eerste Marokkaanse en Turkse ‘gastarbeiders’ bestemd om in de Limburgse koolmijnen te gaan werken, een paar jaren later waren ze ook welkom bij bedrijven als de Metallurgie in Hoboken en General Motors in Antwerpen. Begin jaren zeventig was echter ook de tijd dat aan de deur van café’s bordjes hingen als ‘Verboden voor honden en Noord-Afrikanen’. Tegelijkertijd was er een grote bekommernis en solidariteit. Piet Janssen: “De arbeidsmigranten wilden een gebedsruimte. In onze zoektocht naar een oplossing hebben we toen zelfs even overwogen om de crypte van de kerk op ’t Laar in te richten als moskee. Dat bleek om praktische redenen onhaalbaar, maar we zijn wel een tapijt uit de kathedraal gaan ophalen om in een tijdelijke gebedsruimte te leggen. De ramadan viel toen half november - half december. De bisschop vond het prima als we het tapijt maar tegen Kerstmis terugbrachten.”

 

In Vlaamse pioniers van het migrantenwerk halen de sleutelfiguren herinneringen op over die beginjaren, wat bij de première vorige week regelmatig op gelach onthaald werd. Iemand vertelt in de film hoe ze leerde dat bij Vlamingen een ‘ja’ een ‘ja’ is, maar bij Marokkanen is het ‘Insjallah’ (= ‘Als God het wil’). Een ander was door zijn ouders verwittigd zich niet met Marokkanen in te laten, want die waren berucht voor het “doodsteken van mensen”. Wie Marokkanen de vervoegingen van werkwoorden wilde bijbrengen in Algemeen Beschaafd Nederlands werd door de Marokkanen gecorrigeerd, want op het werk hadden ze die vervoegingen in het plat Antwerps gehoord. Een ambtenaar vond de geboorteplaatsen te langdradig om over te schrijven in zijn register en hield het bij slechts het eerste woord, dat echter niet meer was dan het Arabisch voor ‘gehucht’…

 

Bij de receptie achteraf doken nog meer verhalen op. Zoals hoe men in Nederland een methode ontdekte om Nederlands aan te leren. Piet Janssen: "Nu zou men die methode afgrijselijk vinden, maar toen was het het enige dat we konden vinden." Stadsambtenaar Roger Delqueue kopieerde het boekje massaal om het te verdelen bij het stedelijk onderwijs en tegen de papierprijs te verkopen aan het katholiek onderwijs. Want ja, in die tijd waren er nog geen verplichte inburgeringcursussen. Piet Janssen: “Pas in het begin van de jaren negentig is er werk gemaakt van een integratiebeleid. Dat is bijna dertig jaar nadat de eerste arbeidsmigranten hier aankwamen. Wie spreekt over het failliet van de multiculturele samenleving wijs ik op de kostbare tijd die verloren is gegaan. De toenmalige minister van Onderwijs (Daniël Coens, nvdr.) is zelfs door Europa veroordeeld omdat ons land te weinig werk maakte van integratie van anderstaligen in het onderwijs.”

 

Sindsdien zijn stappen vooruit gezet. Maar dertig jaar non-beleid, dat blijft men voelen. De film die Chis Schillemans en Mohammed Ihkan over de pioniers van het migrantenwerk maakten is een hommage aan die pioniers en een eyeopener over wat solidariteit vermag. Gemonteerd als een vlotte aaneenschakeling van menselijke getuigenissen, is het in feite ook een aanklacht. Waren er niet Piet, Geert en anderen geweest, de integratie van de arbeidsmigranten zou er nu nog slechter voorstaan. De film Vlaamse pioniers van het migrantenwerk duurt 1u20', is zeer geschikt voor een nabespreking en kan voor school- en andere voorstellingen geboekt worden bij Communicatie in Beeld.

00:10 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: borgerhout, cultuur, sociaal |  Facebook | | |  Print

De commentaren zijn gesloten.