10-03-14

VERKOZENEN OP 25 MEI VOOR TWEEDERDE AL BEKEND

Door de onmiskenbare sterkte van de verschillende politieke partijen en de plaats die men van zijn/haar partij op de lijst kreeg, is tweederde van de verkozenen op 25 mei nu al zeker van zijn/haar zitje. De kiesstrijd gaat dus om het laatste derde, al is de onzekerheid bij sommige partijen groter dan bij andere. Bij het Vlaams Belang zijn er in verhouding meer plaatsen onzeker dan bij de N-VA. In de Kamer van Volksvertegenwoordigers verliest het Vlaams Belang in het beste (?) geval een derde van haar aantal verkozenen; in het Vlaams Parlement de helft van haar mandatarissen. De N-VA verdubbelt daarentegen haar aantal verkozenen in het Vlaams Parlement.

 

De zetelverdeling gebeurt de facto in drie rondes. De eerste is de lijstvorming. De plaats op de lijst maakt of kraakt een politieke carrière. Elke partij heeft een aantal zetels waarvan ze zo goed als zeker is. De meerderheid van zetels is al uitgedeeld nog voor de kiezers hun stem uitbrengen. De tweede ronde zijn de verkiezingen zelf. De inzet van de stembusslag zijn de strijdplaatsen. Het exacte zetelaantal bepaalt of een partij de verkiezingen wint of verliest, en wat de krachtsverhoudingen zijn. De derde ronde is de coalitievorming. Politici die in een regering stappen, verzaken aan hun zitje in het parlement. Hun opvolger neemt hun plaats in.

 

Op basis van de eerste ronde kan het grootste deel van de verkozenen al voorspeld worden. De Tijd maakte de oefening. De krant extrapoleerde de resultaten van de provincieraadsverkiezingen in oktober 2012 naar de Kamer van Volksvertegenwoordigers en het Vlaams parlement, en verdeelde de zetels op basis van het systeem-D’Hondt. Daarbij werd rekening gehouden met het vermoedelijk effect van populaire kopstukken als bijvoorbeeld Maggie De Block. Bij de lijstduwers werd rekening gehouden met zij die zo goed als zeker een zetel halen vanop hun plaats onderaan de lijst. Herman De Croo bijvoorbeeld. De laatste (of enige) zetel per partij in elke provincie wordt als een strijdplaats beschouwd.  

 

Wat levert dit op voor onze twee ‘favoriete’ partijen? Het Vlaams Belang had in 2010 voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers 12 verkozenen, 5 minder dan in 2007. Verwacht wordt dat het Vlaams Belang in het beste geval nog maar 8 verkozenen heeft. Zijn zeker van hun zitje: Filip Dewinter (foto, lijsttrekker in Antwerpen), Marijke Dillen (tweede op de lijst in Antwerpen) en Barbara Pas (lijsttrekker in Oost-Vlaanderen). Zijn onzeker: Reccino Van Lommel (derde op de lijst in Antwerpen), Johan Deckmyn (tweede op de lijst in Oost-Vlaanderen), Peter Logghe, Philip Claeys en Bert Schoofs (respectievelijk lijsttrekker in West-Vlaanderen, Vlaams Brabant en Limburg). De N-VA had in 2010 in de Kamer van Volksvertegenwoordigers 27 verkozenen, dat zouden er 24 tot 29 worden.

 

En voor het Vlaams Parlement? Het Vlaams Belang had in 2009 in het Vlaams Parlement 21 verkozenen, 11 minder dan in 2004. Verwacht wordt dat het Vlaams Belang in het beste geval nog maar 10 verkozenen heeft. De nummers 1, 2 en 3 van de lijst in Antwerpen zijn zeker van hun zitje: Anke Van dermeersch, de in het Vlaams Parlement geparachuteerde Vlaams Belang Jongeren-voorzitter Tom Van Grieken en Wim Wienen. Mag ook op zijn twee oren slapen: Guy D’Haeseleer, lijssttrekker in Oost-Vlaanderen. Al de anderen zijn onzeker: Hans Verreyt (vierde op de lijst in Antwerpen), Barbara Bonte (tweede op de lijst in Oost-Vlaanderen, wij dachten eerder nog dat haar verkiezing zeker is – niet dus), Stefaan Sintobin, Joris Van Hauthem, Chris Janssens en Frédéric Erens (respectievelijk lijsttrekker in West-Vlaanderen, Vlaams Brabant, Limburg en Brussel).

 

De N-VA had in 2009 in het Vlaams Parlement 16 verkozenen, dat zouden er 29 tot 35 worden. Voor alle partijen geldt deze prognose natuurlijk in de mate hun stemmen niet nog harder verschuiven dan bij de provincieraadsverkiezingen in oktober 2012. Zonder grotere verschuivingen blijft de N-VA dus ongeveer even groot in de Kamer van Volksvertegenwoordigers en verdubbeld ze haar aantal verkozenen in het Vlaams Parlement. Het Vlaams Belang verliest daarentegen naar alle waarschijnlijkheid een derde van haar aantal verkozenen in de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de helft van haar verkozenen in het Vlaams Parlement.

 

Een en ander heeft ook haar gevolg op het aantal personeelsleden dat de partijen te werk kunnen stellen met het geld van de parlementen waarin ze verkozenen hebben. Volgens Apache telt het Vlaams Belang 96 personeelsleden. Na de achteruitgang bij de verkiezingen in 2009 en 2010 heeft het Vlaams Belang een tiental personeelsleden, die tot dan betaald werden door het Vlaams Parlement en de Kamer van Volksvertegenwoordigers, in dienst gehouden met middelen uit het eigen vermogen van de partij. Maar lang kan men dat natuurlijk niet blijven doen. Met de kaalslag bij de verkozenen die zich aankondigt voor 25 mei wordt het behoud van een job als Vlaams Belang-personeelslid nog moeilijker. En het is niet met lid te worden van de Vlaamse Solidaire Vakbond (VSV) dat het erop betert.

De commentaren zijn gesloten.