08-05-14

“DE N-VA IS EEN ASOCIALE PARTIJ, MAAR ZE IS NIET DE ENIGE”

Bij de officiële boekvoorstelling van Thatcher aan de Schelde zou Bea Cantillon (foto), directeur van het Centrum voor Sociaal Beleid aan de Universiteit Antwerpen, voor de inleiding zorgen. In laatste instantie moest ze zich echter laten verontschuldigen. In De Tijd gaf ze gisteren alsnog haar mening over een paar heikele thema’s.

 

Een paar fragmenten. “Er is een polarisatie tussen een groeiend aantal tweeverdieners – zeg maar de hardwerkende Vlamingen – en gezinnen waar niemand werk heeft. Maar die eerste groep heeft de neiging om tegen hen die niet van de grond komen te zeggen: ‘Doe gewoon beter je best.’ Die maatschappelijke tegenstelling verontrust me. Als we niet opletten, haalt ze de solidariteit en ons democratisch bestel onderuit. (…) Het basisidee van de verzorgingsstaat is economische groei. Als de taart groot genoeg is, kan iedereen een stukje krijgen. In de decennia voor de economische crisis werd de taart effectief groter, maar de armoede bleef stabiel en de kinderarmoede is verdubbeld. Nochtans namen de tewerkstelling en de scholingsgraad toe. De strijd tegen de armoede stond ook hoog op de politieke agenda’s. Toch is geen vooruitgang geboekt.”

 

“De extra jobs zijn niet iedereen ten goede gekomen. (…) Vooral de laaggeschoolden en de migranten vinden geen jobs in onze economie die in volle transformatie is. De technologie neemt de laaggeschoolde jobs over. (…) Veel talent en economisch potentieel wordt niet aangeboord. Als we de vergrijzingskosten willen beheersen, moeten we meer mensen aan het werk krijgen. Dus moeten we onze economie zo vormgeven dat we iedereen mee krijgen. De vraag naar ouderenzorg zal fors toenemen. We moeten mensen daar op een betere manier naartoe leiden. Maar dat kost geld. Jobcreatie is geen besparingsoperatie. Je lost de werkloosheid niet op door de uitkeringen te verlagen, zodat mensen wel moeten werken. Je moet de arbeidsmarkt sturen.”

 

“De twintig procent armste gezinnen nemen tweeëntwintig procent op van de totale sociale uitgaven. De twintig procent rijkste staan voor achttien procent. (…) De vergrijzing leidde de afgelopen decennia tot grotere uitgaven voor pensioenen en gezondheidszorg. Tegelijk heeft de groeiende groep tweeverdieners meer sociale uitgaven gevraagd en gekregen voor de combinatie werk, gezin en kinderopvang. Zij die werk hebben, genieten van die stijgende sociale uitgaven. Het activeringsbeleid moest tegelijk de uitkering minder aantrekkelijk maken. Zij die aan de grond zitten, profiteren dus minder dan vroeger van de sociale herverdeling.”

 

Bea Cantillon pleit ervoor zaken als de woonbonus en de kinderbijslag selectiever te maken. “Maar dat is een politiek moeilijke boodschap, want de sociale uitgaven gaan vooral naar de brede middengroepen. Het getuigt van weinig politieke moed dat er zelfs niet over gediscussieerd wordt.” De kinderbijslag wordt met de zesde staatshervorming een Vlaamse bevoegdheid. Moet ook de rest van de sociale zekerheid gesplitst worden? “Integendeel. De overdracht van de kinderbijslag en het arbeidsmarktbeleid toont vooral aan dat we af moeten van de splitsingslogica.” Er is vooreerst het probleem hoe je dat in Brussel fatsoenlijk geregeld krijgt.

 

“Bovendien is zo’n splitsing geweldig ingewikkeld. De kinderbijslag is al bij al een relatief beheersbaar stelsel. Maar hoe splits je bijvoorbeeld de pensioenen of de werkloosheidsuitkeringen? Dat is complex en duur. (…) Als de vergrijzing sneller gaat in Vlaanderen dan in Wallonië, zijn de transfers navenant. Dat is logisch. Als we de sociale zekerheid splitsen, lopen die transfers via de financieringswet, die allesbehalve transparant is. Solidariteit tussen regio’s is in elk federaal land complex, maar in de sociale zekerheid zit tenminste een zekere logica.”

 

Is de N-VA een asociale partij? “Absoluut, maar de N-VA is niet de enige. De politiek is zich te weinig bewust van het bredere kader. Ze heeft de neiging te individualiseren en dus de kloof tussen de rijken en de armen te vergroten. De politiek moet op zoek naar beleidsinstrumenten die tot meer samenhang leiden, zoals de dienstencheques. Ook sociale innovatie is belangrijk. (…) De kringloopwinkels bijvoorbeeld zijn een vorm van sociale innovatie. Dat is een schitterend project, waarbij je mensen die het moeilijk hebben meeneemt in een sociale context. Je kan via zo’n projecten meer uit mensen halen dan via de harde weg van de activering.”

 

Met ook nog eens de ongelijke verdeling van vermogens die andere onderzoekers aan de Universiteit Antwerpen deze week naar boven hebben gespit, heeft de politiek iets om over na te denken en gedurfde beleidsbeslissingen te nemen. Gaat men met ‘voortschrijdend inzicht’ verder dan met wat de meeste partijprogramma’s voor 25 mei bieden?

00:10 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: sociaal, 25 mei |  Facebook | | |  Print

De commentaren zijn gesloten.