08-06-15

DE LOKROEP VAN ’IS’. SYRIËSTRIJDERS EN (DE)RADICALISERING

De auteur van een tiental non-fictieboeken zei ons laatst dat als hij nog eens een boek zou schrijven, het over een onderwerp zou zijn waar anderen nog niet over geschreven hebben. Het zal bijgevolg waarschijnlijk niet over Islamitische Staat (IS) zijn, want daarover kan je intussen al een heel schap van een boekenrek vullen. Het voordeel van De lokroep van IS. Syriëstrijders en (de)radicalisering is dat het boek meningen van meerdere auteurs met verschillende competenties verzamelt, en dat is nodig want ‘de Syriëstrijders’ zijn geen eenduidig fenomeen.

 

Er zijn (kinderen van) geïmmigreerde moslims onder de Syriëstrijders, maar ook autochtone bekeerlingen, er zijn laag- én hoogopgeleiden, maatschappelijk kansarmen én kansrijken, mannen én vrouwen, meerder- én minderjarigen, mensen met én zonder een strafblad, jongeren die kort geleden nog met drugs experimenteerden én anderen die steeds vroom volgens de islam leefden. Er zijn Syriëstrijders die vertrekken uit idealisme, anderen omdat ze vallen voor het heldendom, het avontuur, de villa en de erkenning die IS hen zou bieden. Nog anderen omdat ze hier geen perspectief meer zien en deze samenleving of een gevangenisstraf willen ontlopen.

 

De nadruk leggen dat racisme en discriminatie niet de oorzaak is van het vertrek van Syriëstrijders (Bart De Wever, Liesbeth Homans) is dus fout. Het speelt wél een rol, maar niet noodzakelijk bij iedereen individueel. Een tweede valkuil is de link met de islam. Men kan niet zeggen dat dat zij die voor het kalifaat vertrekken niets met de islam te maken hebben, het is hún interpretatie van de islam. Zoals men (Filip Dewinter, Sam Van Rooy) ook niet kan zeggen dat het te maken heeft met dé islam, nogmaals het is hún interpretatie van de islam. Een derde gevaar is dat men enkel focust op gewelddadig extremisme verbonden met de islam, er zijn nog andere uitingen van gewelddadig extremisme zoals Vesoul pas nog aantoonde.

 

De lokroep van IS bestaat uit drie delen. Deel 1 heeft vooral oog voor de individuele drijfveren en processen in de radicalisering. Tarik Fraihi weet hoeveel Syriëstrijders er vanuit ons land vertrokken. Johan Leman probeert te begrijpen wat er gebeurt met mensen die radicaliseren, en ziet daarbij paralellen met de sektevorming. Marion Van San vertelt over haar onderzoek naar wat voorafgaat, wat de achtergronden zijn en uit welke gezinnen de Syriëstrijders komen. Deel 2 behandelt de politiek-religieuze context. Daarbij moesten keuzes gemaakt worden over welke onderwerpen daarbij aanbod komen, en een goede keuze was alvast Ludo De Brabander de internationale politieke context te laten schetsen. Het Westen heeft haar eigen monster van Frankenstein gecreëerd. Stijn Aerts en John Nawas tonen aan hoe enkel een selectieve lezing en literalistische interpretatie van de islamitische tekstbronnen tot het ‘legitimeren’ van IS leidt. Rachid Benzine gaat op dit elan verder door nauwgezet de plaats van geweld in de Koran te duiden.

 

Jessica Schoors, deradicaliseringsambtenaar in Vilvoorde, opent deel 3 van het boek: hoe als samenleving reageren? Opnieuw een goed hoofdstuk: over het belang van een gelaagd, integraal en multidisciplinair lokaal beleid. Jessica Schoors waarschuwt ook voor “het debat over radicalisering gelijk te stellen aan het debat over integratie”. Mensen hier geboren en goed opgegroeid zijn evenzeer kwetsbaar voor radicalisering (te verstaan als: gewelddadig extremisme). Het gelijkstellen van beide debatten stigmatiseert bovendien bevolkingsgroepen. Karin Heremans vertelt over haar ervaring als directeur van het Atheneum van Antwerpen en Mohammed Achaibi, ondervoorzitter van de Moslimexecutieve, bekijkt de rol die de georganiseerde islam zou moeten opnemen (en de kansen die de Belgische Staat heeft laten liggen sinds 1974). De Gentse imam Brahim Laytouss en de Antwerpse moraalfilosoof Patrick Loobuyck menen dat een liberaliserende islam dringend maar ook mogelijk is.

 

Lieven Pauwels en Brice de Ruyver bekijken welke maatregelen er op federaal en op Vlaams vlak in de pijplijn zitten. Over de federale twaalf punten zijn er pro’s maar ook veel contra’s – contra’s zowel juridisch en ideologisch als naar effectiviteit. Over de Vlaamse preventieve maatregelen (beter: ideeën voor…) zijn ze globaal positiever. Maar de grote vraag is in welke mate dit uitwerking gaat krijgen. Het werd dan ook muisstil bij de boekvoorstelling toen de Vilvoordse burgemeester Hans Bonte zei dat van de twaalf federale maatregelen, men nu nog maar aan de uitwerking van de derde is. En voor het preventieve luik kon Bonte verwijzen naar federaal minister Jan Jambon die in de Fokus Veiligheid-bijlage van Het Nieuwsblad twee dagen eerder nog zei dat op Vlaams vlak nog niets is uitgevoerd. Hans Bonte wou niet verder wroeten in de wonde, maar eindverantwoordelijke voor het Vlaamse preventieve luik is Jan Jambons N-VA-collega Liesbeth Homans.

 

De lokroep van IS. Syriëstrijders en (de)radicalisering, (red.) Patrick Loobuyck, Uitgeverij Pelckmans, 284 blzn., 21,50 euro.

00:05 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: boeken |  Facebook | | |  Print

De commentaren zijn gesloten.