28-09-15

NATAN RAMET. MENS, KAMPNUMMER, GETUIGE

De drie jaar geleden overleden Natan Ramet is een van de belangrijkste getuigen van de gruwel van de nazi’s, als man die elf kampen heeft overleefd, meerdere malen de dood voor ogen zag en meerdere vrienden en familieleden verloor door de naziterreur. Terug in Antwerpen werkte Natan Ramet zich op in de diamanthandel, maar stond hij ook aan de wieg van het Joods Museum van Deportatie en Verzet dat later uitgebreid werd met een nieuw museum in Mechelen.

 

Er zijn veel getuigenissen over de nazigruwel te boek gesteld (Regine Beer, Tobias Schiff…), maar het levensverhaal van Natan Ramet was nog niet in al zijn facetten in een boek opgetekend. Daarvoor werd Ronny Vandecandelaere aangezocht, tegenwoordig gids in het nieuwe museum Kazerne Dossin. Bij zijn eerste ontmoeting met Natan Ramet gevangenisdirecteur die Natan Ramet had uitgenodigd om bij de gevangenen te getuigen over zijn ervaring met de nazi’s en de reactie van de Belgische bevolking. “De strijd tegen macht en onrecht is de strijd van de herinnering tegen de vergetelheid.”

 

Natan Ramet leek een onbezorgde jeugd tegemoet te gaan in Warschau, maar toenemend antisemitisme in Polen bracht hem als vijfjarige met zijn ouders naar Antwerpen. Bij aankomst in het Centraal Station werd het gezin verwelkomd met vuurwerk. Omwille van de geboorte van de latere koning Boudewijn, maar dat wist de familie Ramet toen niet. Natan Ramet werd ingeschreven in een stedelijke kleuterschool, en dan een lagere school waar hij in dezelfde klas zat als onder andere de latere marxistische econoom en trotskistische leider Ernest Mandel. In Duitsland maakte Adolf Hitler opgang, maar waarom die zo belangrijk was begreep de kleine Ramet niet.

 

Meer en meer Joden sloegen op de vlucht. Wat volgde klinkt heel actueel. “Massaal werden ze in de meeste landen geweerd. Om toch maar iets te ondernemen kwamen in 1938 een aantal landen samen in Evian-les-Bains in Frankrijk om het probleem van de vluchtelingen te bespreken. Als ieder land een aantal vluchtelingen zou opnemen, als die instroom nu eens over verschillende landen zou worden verdeeld… Een maand discussiëren hadden 32 landen nodig om te beslissen dat geen van hen zijn immigratiequotum zou verhogen. De Joden stonden er alleen voor.”

 

Vader Ramet had het geld niet om met zijn gezin op de vlucht te gaan, terwijl in 1941 in Antwerpen toch een ‘kleine Kristallnacht’ plaatsvond. “De politie intervenieerde niet en ook burgemeester Leo Delwaide gaf niet thuis.” Pas toen brand dreigde uit te breiden naar niet-Joodse eigendommen kreeg de brandweer toelating om te blussen. De Belgische regering protesteerde niet bij de eerste deportaties van Joden. Ze was tevreden met de toezegging dat gezinsleden niet van elkaar zouden gescheiden worden, en de Joden met de Belgische nationaliteit niet zouden gedeporteerd worden. Twee beloftes waar de nazi’s zich uiteindelijk niet aan zouden houden.

 

De nazi’s deporteerden vanuit ons land 25.482 Joden en 352 zigeuners, waarvan amper 1.250 de deportatie zouden overleven. Ze keerden “gebroken, berooid, vaak zonder familie en getekend door het leven” terug. De zus en moeder van Natan Ramet duiken onder maar moeten om hun onderduikadres en levensonderhoud te bekostigen al hun hebben en houden verkopen. Natan Ramet en zijn vader proberen ook aan de deportatie te ontsnappen, maar worden opgepakt en naar de Dossinkazerne in Mechelen gebracht vanwaar ze op 28 augustus 1942 op transport naar “het duistere onbekende” worden gezet. Na drie dagen en nachten stopt de trein en gaan de deuren open op een honderdtal kilometers van Auschwitz.

 

Omdat Natan Ramet in elf verschillende kampen terechtkwam, krijgen we met zijn levensverhaal een goed inzicht in het dagelijks leven in verschillende concentratie- en in vernietigingskampen. Ook hoe er doden vallen (bewust neergeschoten, door ontbering of door vergassing), en hoe men aan een gewisse dood kan ontsnappen, is aangrijpend. De terugkeer naar België is evenmin een feest. “Zên er veul van olle teruggekomen?”, vraagt een Antwerpse vrouw op een toon die duidelijk maakt dat ze liever niemand “van olle” zag terugkeren. Natan Ramets moeder herkent haar zoon niet bij thuiskomst, ze denkt dat het iemand anders is.

 

Het grootste deel van het boek is geschreven vanuit het ik-standpunt van Natan Ramet. Regelmatig wordt het aangevuld met voetnoten, gelukkig op de desbetreffende bladzijde en niet achteraan het boek, die begrippen verduidelijken of beknopt de levensgeschiedenis van anderen schetsen. We lezen ook hoe Natan Ramet zijn leven na de bevrijding spijts heel wat tegenslagen opbouwt, een gerespecteerd figuur wordt bij de Joodse gemeenschap, en vanaf 1989 in scholen en elders getuigt van de nazigruwel. 

 

Helaas wordt op het einde van het boek het ik-verhaal verlaten. We lezen de laatste zestig bladzijden van het boek hoever de kinderen en kleinkinderen van Natan Ramet het intussen hebben gebracht, en Paul Ambach en andere personaliteiten passeren er om te getuigen over het innemend karakter en de integriteit van Natan Ramet. We betwijfelen niet al het goeds dat er beschreven wordt, maar het komt over als dat de auteur van het boek tot slot nog een aantal bloempjes naar de familie Ramet wilde gooien, en een aantal mensen de kans wou bieden om mee in het boek over Natan Ramet te figureren. Teveel crème fraîche bederft de smaak van het ijsje dat er onder zit. Zonder die laatste zestig bladzijden is het echter een perfect boek: levensecht geschreven, met educatieve waarde.

 

Ronny Vandecandelaere, Natan Ramet. Mens, kampnummer, getuige, Uitgeverij Epo, 265 blzn., 20 euro.

00:05 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: boeken |  Facebook | | |  Print

De commentaren zijn gesloten.