07-11-15

WAAROVER WIM VAN ROOY SPREEKT

Zoals al gezegd was er veel volk bij de officiële boekvoorstelling van Waarover men niet spreekt van Wim Van Rooy (foto 1), voorbije dinsdag 3 november in de zalen van het OCMW-centrum Elzenveld in Antwerpen. En op de receptie achteraf ging het blijkbaar plezant aan toe, getuige de foto van Filip Dewinter in gesprek met Etienne Vermeersch (foto 2). Maar wat te denken over Van Rooys boek zelf?

 

Wie de inhoudsopgave bekijkt van het 1,2 kilogram wegend boek ziet dat er 84 hoofdstukken in staan. In de praktijk is het echter een meer dan zeshonderd bladzijden lange woordenbrij rond een viertal thema’s: het Israëlisch-Palestijns conflict, de islam als het nieuwe fascisme, de domheid tot kwaadaardigheid van al wie niet zoals Wim Van Rooy over de islam denkt, en jeugdherinneringen van de auteur. Denk niet dat als je hoofdstukken achter de kiezen hebt als ‘De intellectueel en islamofobie’, ‘Fascisme en antifascisme’ of ‘Wanneer is iets een hoop zand?’, je het dan gehad hebt. Neen, hetzelfde onderwerp wordt nog eindeloos herhaald.

 

Om de kwaliteit van het boek af te meten willen we niet de discussie aangaan over de islam. Niet uit dhimmitude, maar omdat we meer vertrouwen op wat onze islamitische vrienden en vriendinnen vertellen dan op een kamergeleerde als Wim Van Rooy. Kamergeleerde zoals blijkt uit de vele namen die hij in zijn boek dropt, maar ook uit de foto’s die Wim Van Rooy bij interviews van zichzelf laat maken: negen keer op tien is dat met zijn boekenkasten op de achtergrond. Overigens valt Waarover men niet spreekt als handboek ook tegen omdat een namen- en zakenregister ontbreekt, zoals je dat in de boeken van Marc Spruyt bijvoorbeeld wél hebt.

 

Het best lijkt ons nog de kwaliteit van het boek af te meten aan mensen die we kennen, ‘eigen volk’ om het in de termen van het Vlaams Blok/Belang te zeggen. Al heeft die partij een engere definitie van ‘eigen volk’ als wij. Zijn de vrouwen van BOEH (Baas Over Eigen Hoofd) ‘eigen volk’ of niet? Er rekening mee houdend dat ze hier allen geboren, minstens opgegroeid zijn – de meesten, maar niet allen, wel met een andere huidskleur. In ieder geval Wim Van Rooy moet ze niet: “aandachtsjunkies als BOEH” (blz. 39), “BOEH, een stelletje overjaarse tuinkabouterinnen” (blz. 116), “de maffe progressieven van BOEH” (blz. 204), “de tuinbroeken van het zogenaamd feministische BOEH” (blz. 265), “de dwaze maagden van BOEH” (blz. 431) of nog “de dwaze wichten van BOEH” (blz. 545). Geen enkele keer wordt uitgelegd waar BOEH voor staat, wat voor hen en wat tegen hen pleit.

 

En zo passeren nogal wat mensen de revue. Van hoogleraar mensenrechten en voormalig Groen-parlementslid Eva Brems (“een boosaardig en onwetend kruidenvrouwtje in plaats van historica”, “pathologisch bezig met Iraël, een landje zo groot als El Salvador of de VS-staat New Jersey (terwijl Wim Van Rooy zelf heel het boek door en elders alsmaar emmert over het onrecht dat Israël wordt aangedaan, nvdr.), blz. 158 en andere), over “eendimensionaal en kakkineus journalist Joël De Ceulaer” (blz. 116 en andere), tot “de Berchemse Siamese tweeling Tom Naegels en Jan Blommaert, (…) deze cryptomarxistische Kwik en Flupkes” (blz. 184 en andere), “de gearafatiseerde Rudi Vranckx” (blz. 190 en andere), “de excuus-Jood Michael Freilich” (blz. 564), enzovoort.

 

Nemen we nu vier mensen die uw recensent beter kent dan enkel via de boekskes en bladen. Advocaat en voorzitter van de Liga voor Mensenrechten Jos Vander Velpen: “De vroegere maoïst Jos Vander Velpen (…), de Savonarola van de mensenrechten. Zijn profiel is scherp als een slagersmes, zijn akelige blikken stemgeluid lijkt ontlokt aan het strottenhoofd van een kwelgeest uit een griezelfilm. Zijn verbetenheid is totaal, zijn aanklacht onverbiddelijk. Hij is te allen tijde bereid ten gerieve van het wereldproletariaat zon- én maanlicht te loochenen. Onweerstaanbaar roept hij herinneringen op aan de satanische procureur Visjinski. De stralende bakens van zijn wijsheid zijn Lenin, Stalin en Mao. Zijn visie op de mens komt erop neer dat als het kwaad zich ergens voordoet, dit te wijten is aan de gebrekkige inrichting van de samenleving.” (blz. 630).

 

De Borgerhoutse districtsschepen Zohra Othman (PVDA): “Terroristenvriendin in het algemeen en van Saddam Hoessein in het bijzonder, de Marokkaanse Jodenhaatster Zohra Othman (…)” (blz. 282). Oprichter van Geneeskunde voor het Volk en PVDA-provincieraadslid Kris Merckx: “Dit stalinistisch dwaallicht ging scheep met Abou Jahjah, een onruststoker met licht intellectuele pretenties die de islam nog steeds innig omhelst en die erop uit is onze samenleving te ontwrichten middels onheilsberichten over racisme en discriminatie.” (blz. 604).

 

En Tom Lanoye. De keuze is groot, maar laten we het houden bij de eerste bladzijden waarin hij uitvoeriger geportretteerd wordt: “Tom Lanoye die als een postmoderne pavlovhond, in zijn geval een chihuahua, het altijd kwijlend, zeurend en neurotisch heeft over de verzuring, is er zelf het embleem van, want wat hij ook zegt met de verbitterde lijzigheid die zijn handelsmerk is: het is altijd larmoyant gezeur en kritiek op de eigen samenleving, waarin hij als opperkliemer en Cerberus van het politiek correcte denken overal racisme en fascisme ontwaart. Als het echter pecunia opbrengt, is er voor de burgerprovinciaal Lanoye natuurlijk geen sprake van het domme cliché van oude witte mannen.” (blz. 334-335).

 

Iedereen heeft het recht om te schelden. Ook Wim Van Rooy. Tom Lanoye doet dat trouwens beter dan Wim Van Rooy. Maar als Wim Van Rooy zo’n karikaturen neerzet over Vlamingen die we toevallig beter kennen, en waarover we kunnen getuigen dat het bij de haren getrokken is en hen onrecht aandoet, hoe waarheidsgetrouw is dan de interpretatie van de islam die Wim Van Rooy ons wil verkopen? Wij beschikken niet over de kamergeleerdheid van Wim Van Rooy, maar uit zijn beschrijving van andere Vlamingen put Van Rooy alleszins geen geloofwaardigheid. Een ander voorbeeld: Wim Van Rooy vermeldt Knack-hoofdredacteur Jörgen Oosterwaal als "van de dieprode Knack" (blz. 471). Vraag 100 Vlamingen naar een omschrijving van Knack, er zullen maar weinigen zijn die het Roularta-weekblad als "dieprood" ervaren. Wim Van Rooy daarentegen...

 

Volgens de in Van Rooys boek geciteerde Nederlandse auteur en Arabist Arthur Van Amerongen is Wim Van Rooy “de aardigste man van België” (blz. 9). Ofwel heeft Van Amerongen een heel beperkte kennissenkring in België, ofwel hebben de Belgen een imagoprobleem in Nederland.

 

 

Wim Van Rooy, Waarover men niet spreekt, Uitgeverij De Blauwe Tijger, 645 blzn., 27,50 euro.

00:05 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: boeken, van rooy |  Facebook | | |  Print

De commentaren zijn gesloten.