28-03-16

LET OP JE WOORDEN. POLITIEK, TAAL EN STRIJD

Jan Blommaert is een taalkundig antropoloog en heeft al heel wat boeken op zijn naam staan. Zijn eerste publicaties over Het Belgisch migrantendebat (samen met Jef Verschueren, 1992) en aanverwante thema’s vonden we te scherp geformuleerd. Gaandeweg zijn we de meningen van Jan Blommaert, niet in het minst op zijn eigen blog, meer gaan appreciëren. Niet dat Jan Blommaert minder scherp is geworden, maar omdat wij zijn gaan inzien welk verhullend taalgebruik media en politiek hanteren. In zijn jongste boek Let op je woorden. Politiek, taal en strijd (foto) verduidelijkt Jan Blommaert dit aan de hand van de jongste en minder jonge bon parler.

Jan Blommaert, hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg (Nederland), is in 1989 gepromoveerd op een proefschrift over politiek taalgebruik in het socialistisch Tanzania. Sindsdien is hij heel zijn leven bezig geweest met de grondige studie van taalprocessen in een sociale en culturele context. Dat levert een indrukwekkende lijst wetenschappelijke publicaties op, maar nu wilde Jan Blommaert ook een boek uitbrengen dat “een uitgesproken pedagogisch instrument” wil zijn, een “leerboek taalgebruik”. Zijn jongste boek is opgedeeld in drie delen en een bijlage. Eerst bespreekt de auteur de context van het boek, vervolgens analyseert en herformuleert Jan Blommaert het taalgebruik over economie, arbeid, vakbonden, stakingen, migratie en veiligheid. In het derde deel schetst hij de hedendaagse mediatisering en nieuwe kenniscultuur. In een bijlage geeft hij tenslotte een aantal oefeningen mee.

Taal is niet neutraal. Taal wordt altijd in een bepaalde context gebruikt. Men kan eenzelfde persoon “obsessief, geobsedeerd” dan wel “onwrikbaar, onverzettelijk” noemen, “niet vatbaar voor rede, onredelijk” dan wel “beginselvast”, “dwaas, naïef” dan wel “moedig, visionair” enzovoort. Van geen van deze termen kan je echt zeggen dat het ‘waar’ of ‘onwaar’ is, het hangt er maar vanaf hoe je het bekijkt. De eerste omschrijvingen zijn termen die een ‘slachtoffer’-positie weergeven, de positie van iemand die nadeel heeft ondervonden door de acties die via deze woorden beschreven worden. De tweede omschrijvingen geven die van de ‘dader’ weer, de partij die er voordeel uit heeft gehaald. Elke uitdrukking is een subjectieve uitdrukking die een hele reeks achtergronden en argumenten verbergt, waar het écht om te doen is.

We komen zo ook terecht bij het intussen bekend en meer en meer gebruikt begrip ‘framing’. Jan Blommaert: “Enige tijd geleden liet oud-premier Yves Leterme, die toen nog een hoge pief was bij de OESO, ons weten dat de lonen in België nog altijd veel te hoog lagen en dat het openbaar vervoer in dit land veel te goedkoop was. Ons land zou er dus, volgens Leterme en zijn OESO, op vooruitgaan (!) wanneer (a) de mensen minder verdienen en (b) ze meer moeten betalen voor bepaalde basisbehoeften zoals transport. Minder verdienen en meer uitgeven: in mijn wereld betekent dat verarming. En die verarming zou ik dan als ‘vooruitgang’ of ‘verbetering’ van de toestand moeten, begrijpen? Hier is dus duidelijk nood aan ‘reframing’.”

Jan Blommaert geeft zelf de nodige voorbeelden. Om te beginnen over de economie. Is een ‘werkgever’ echt een werkgever of eigenlijk een werknemer? En omgekeerd: een ‘werknemer’ echt een werknemer of eigenlijk een werkgever? Critici zullen Blommaert zijn marxistische analyse verwijten, maar is wat de meeste mensen als ‘normaal’ beschouwen geen verbloeming van de harde werkelijkheid? Het idee bijvoorbeeld wie ‘productief’ is in deze samenleving (de kapitaalbezitters, de werkenden in de privésector…) en wie ‘niet-productief’ is (de ambtenaren, de onderwijsmensen, de vrijwilligers…) moet toch echt wel eens herbekeken worden zonder de oogkleppen die men ons voorhoudt. Vanzelfsprekend wordt ook inzake migratie en veiligheid taal in een bepaalde zienswijze gebruikt. Jan Blommaert legt het op een overtuigende manier uit.

Waar hij, naar ons aanvoelen, in de mist gaat, is het derde deel van zijn jongste boek. Aan de hand van een opiniebijdrage van Caroline Gennez (SP.A) bekritiseert hij het idee en vooral de limieten voor participatie in de ogen van de traditionele politici. Het G1000-idee van David Van Reybrouck kan evenmin op bijval rekenen. Tot daar aan toe. Maar Jan Blommaert ziet hierna ongebreidelde mogelijkheden aan kennisvergaring en opiniëring via de nieuwe media (internet, sociale media…). Die zijn er inderdaad, en deze blog maakt er dankbaar gebruik van, maar daarnaast heeft het ook zijn beperkingen en nadelen.

Een nadeel is dat er meer onzin verspreid wordt, wat vroeger beperkt bleef tot de toog in een café wordt nu wereldwijd opgepikt én voor waar aangenomen. Een beperking is dat velen in hun circuit blijven zitten: rechtse mensen bijvoorbeeld zullen doorgaans enkel rechtse praat lezen en zich daarmee sterken in hun overtuiging. Niet zonder meer positief is hoe vlug korte, gratis berichten van kranten online gedeeld worden. Als eerste informatiebron zonder meer nuttig, maar vaak kan en moet er nog achtergrondinformatie bij om de zaak in het juiste perspectief te zien – maar daar is later dikwijls minder aandacht voor omdat men ‘het’ al gezien heeft. Hoe positief de nieuwe media ook kunnen zijn, er blijft een gigantische taak liggen voor een objectiever beeld in de klassieke media. Vormingssessies voor journalisten aan de hand van Let op je woorden. Politiek, taal en strijd zouden daarbij kunnen helpen.

Jan Blommaert, Let op je woorden. Politiek, taal en strijd, Uitgeverij Epo, 164 blzn, 17.50 euro. Boekvoorstelling met de auteur, ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw en De Standaard-ombudsman Tom Naegels morgen, dinsdag 29 maart, om 20 uur in café RoodWit, Generaal Drubbelstraat 42 in Berchem.

00:05 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: boeken, media |  Facebook | | |  Print

De commentaren zijn gesloten.