09-03-16

DE TRUKENDOOS VAN GEERT WILDERS

Intussen is het stof rond Geert Wilders gaan liggen, maar vorige vrijdag was er geen ontkomen aan. De wereld, of toch minstens Vlaanderen en Nederland, moest weten dat De Geblondeerde in Brussel was voor een colloquium van het Vlaams Belang. Het Laatste Nieuws interviewde Wilders vooraf in Den Haag, wat goed was voor twee volle bladzijden interview. De beeldpers volgde met interviews bij VTM-Nieuws en Terzake (foto), en toen moest de live streaming vanop het Vlaams Belang-colloquium nog beginnen. Maar wat vertelde Geert Wilders?

Ludo Permentier is een gerenommeerd taalkundige en schreef voor De Standaard op wat hij hoorde bij het Terzake-interview. Hij zag en hoorde Wilders vier trucs gebruiken.

Ludo Permentier: “Wilders is een door de wol geverfd redenaar. Hij formuleert helder en is een meester in stijlfiguren. Bijvoorbeeld de herhaling van woorden in een opsomming. (…) Op de vraag van de journaliste (Terzake-anker Annelies Beck, nvdr.) of er nog plaats is voor moslims in Nederland, zegt Wilders: ‘Mensen, waar ze ook vandaan komen en welke kleur ze ook hebben – ik heb helemaal niets met racisme – mensen die in onze samenleving zich houden aan onze wetten, aan onze grondwet en aan onze gebruiken, die zijn niet alleen welkom om te blijven, maar gelijk aan ieder ander. Maar mensen die de grens overgaan, mensen die bijvoorbeeld de sharia willen implementeren, die hun vrouw slaan of die terreurdaden willen plegen of voorbereiden zoals in uw eigen Molenbeek ook vaak is gebeurd, ja die mensen die zouden we ons land uit moeten zetten.’ Vraag beantwoord? Nou nee. Maar krachtig gesproken? Zeker wel.

Een tweede kwaliteit is de figuurlijke vergelijking. Grijsgedraaid is zijn boutade over premier Mark Rutte: ‘De visie van een struisvogel, de ruggengraat van een mossel en de betrouwbaarheid van Pinokkio.’ De Europese grenzen zijn ‘zo lek als een mandje’, zegt hij in Terzake. En als we veel moslims hier laten wonen, zullen we ‘verwateren in iets wat we niet zijn’.

De derde techniek is de hyperbool of overdrijving. Wilders heeft geleerd daar voorzichtig mee te zijn. In een toespraak komt hij ermee weg als hij Molenbeek ‘de Gazastrook van West-Europa’ noemt en cultuurmakers ‘subsidieslurpers’. In een tv-interview loopt hij op eieren. Hij zegt wel dat we met de vluchtelingen ‘ellende importeren’ en pareert een vraag over zijn gewaagde stellingen door te zeggen ‘als we dat niet meer mogen zeggen, dan houdt het op’. Voorts wijst hij er fijntjes op dat de politie in de Golfstaten ‘in Maserati’s rondrijdt’ en sneert hij dat de Turkse regering ‘niet te vertrouwen’ is.

Vierde kenmerk: de veralgemening. Wilders spreekt graag namens het gehele volk en heeft het dan erover dat ‘wij’ moeten opkomen voor ‘onze’ soevereiniteit en ‘onze identiteit’. We moeten ‘ons geld’ besteden aan ‘onze eigen mensen’. Wij, alsof de meerderheid van Nederland als één blok achter hem staat. Glimmend vertelt Wilders dat hij en zijn broeders van het Vlaams Belang de enigen zijn die durven te zeggen wat de bevolking denkt. Terwijl zijn hele discours natuurlijk vol lepe trucs en voorbedachte slimmigheden zit om die bevolking naar zijn hand te zetten. Faut le faire, zeggen ze bij ons.”

Het is niet voor het eerst dat het taalgebruik van Wilders geanalyseerd wordt, vijf jaar geleden deed Jan Kuitenbrouwer dit al. Geert Wilders komt er echter nog altijd goedkoop mee weg.

00:05 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: wilders, media |  Facebook | | |  Print

De commentaren zijn gesloten.