23-03-15

“MAAR IK HEB NIETS GEZEGD”

Men zegt dat de N-VA meer veranderd is dan dat de partij België heeft veranderd. Voor een deel is dat misschien waar. Maar is de N-VA echt een partij als een andere? Wordt over de N-VA niet teveel gezwegen, vanuit het idee dat het alternatief – het VB – nog erger is? Joël De Ceulaer vond voor zijn Lastpost in Knack (foto) inspiratie bij het beroemde gedicht van Martin Niemöller Toen de nazi’s de communisten arresteerden.

 

Joël De Ceulaer (in Knack, 11 maart 2015): “Eerst reden ze met bestelwagentjes vol nepgeld naar Wallonië, om onze Franstalige medeburgers af te schilderen als uitvreters, en ik heb niets gezegd. Ik ben per slot van rekening geen Franstalige medeburger en bovendien was het maar een ludieke actie. We mogen toch nog eens lachen, zeker.

 

“Toen maakten ze een Franstalige krant verdacht, door columns en foto’s en uitspraken totaal uit hun context te rukken, en ik heb niets gezegd. Wat heb ik per slot van rekening te maken met een Franstalige krant. Toen ik las dat niemand van de partij zelfs maar de telefoon opnam voor die journalisten, besloot ik om daar niet van wakker te liggen.

 

“Toen organiseerden ze na een verkiezingsoverwinning een mars op het stadhuis die leek te suggereren dat ze zich graag eens van bestuursvorm zouden vergissen, en ik heb niets gezegd. Het was eens iets anders dan die klassieke, saaie en serene machtsoverdracht die de democratie normaal gesproken kenmerkt. En bovendien: als mensen de benen eens willen strekken, moet dat zeker kunnen.

 

“Toen zei de schepen voor Inburgering en Diversiteit van een belangrijke Vlaamse stad dat racisme relatief is, en ik heb niets gezegd. Ik ben nu eenmaal geen vreemdeling, dus verwacht niet van mij dat ik het ga opnemen voor die lui. Er bestaat trouwens veel omgekeerd racisme. Dat ze dáár eerst eens iets aan doen.

 

“Toen een weekblad een interview zonder antwoorden met hem had gepubliceerd, viel de voorzitter een journalist persoonlijk keihard aan, terwijl hij de hoofdredacteur tegen de muur had moeten spijkeren, maar ik heb niets gezegd. Het herinnerde mij aan mijn schooltijd en hoe het altijd een hoogdag was als iemand gepest werd op de speelplaats.

 

“Toen maakten ze een jonge senatrice openlijk verdacht, zonder de laster concreet te maken, zodat iedereen meteen het ergste kon denken, en ik heb niets gezegd. Ik ben tenslotte geen jonge senatrice, en wie weet wat had ze allemaal uitgespookt. Je zult het maar opnemen voor iemand van wie later blijkt dat ze iets ernstigs heeft mispeuterd. Het vermoeden van onschuld is héél mooi. In theorie.

 

“Toen begonnen ze de collaboratie te vergoelijken en de economische meerwaarde van hele bevolkingsgroepen in twijfel te trekken, en ik heb niets gezegd. Ik was nog niet eens geboren toen die oorlog was afgelopen en van economie heb ik ook al geen verstand, dus waar zou ik mij in godsnaam mee bemoeien?

 

“Toen viel het mij ineens op dat de sterksten onder ons constant werden bejubeld en dat de zwaksten het altijd weer moesten ontgelden, maar ik heb niets gezegd. Niet dat ik zelf bij de sterksten hoor, bijlange niet, maar ik vind wel dat die zwakkelingen beter hun best moeten doen, want voor profiteurs betaal ik geen belastingen.

 

“Toen riep een vertegenwoordigster des volks op tot het boycotten van een krant die een scherpe column publiceert van een nieuwe Belg, en ik heb niets gezegd. Ook toen een staatssecretaris diezelfde nieuwe Belg openlijk beschuldigde van strafbare feiten, heb ik niets gezegd. Even bekroop mij een wrang gevoel, omdat ik terugdacht aan die jonge senatrice, maar veiligheidshalve schudde ik dat gevoel snel van mij af.

 

“Toen begon ik stilaan in de gaten te krijgen dat men de Joodse gemeenschap met meer egards behandelt dan de islamitische gemeenschap, maar ik heb niets gezegd. Ik zou niet willen dat iemand mij beschuldigt van antisemitisme of denkt dat ik sympathie heb voor die bende terroristen in het Midden-Oosten.

 

“Toen vorderde een burgemeester het leger op, wat hij eerder al had willen doen om een aantal foorkramers mores te leren, en begon hij bovendien expliciet te speculeren over een mogelijke terroristische aanslag op zijn stad, en ik heb niets gezegd. Stel je maar eens voor dat je daar kritiek op hebt en hij krijgt gelijk, dan zul je ze nogal horen.

 

“Toen haalde diezelfde burgemeester in het zondagse middagnieuws op de commerciële omroep nog eens volslagen ongepast uit naar een krant waarin zijn partij zo nu en dan weleens kritisch wordt bekeken, en ik heb niets gezegd. Waarom zou ik? Sinds wanneer mag een politicus geen kritiek meer hebben op de pers, misschien?

 

“Nee, ik zwijg. De dag dat ze het op mij gemunt hebben, geef ik wel een seintje. Ik mag dan toch op u rekenen, hoop ik?”

 

De linken die in de tekst gelegd werden, zijn uiteraard alleen de verantwoordelijkheid van AFF/Verzet. Volgens ‘fanmail’ die Joël de Ceulaer intussen ontving, is bovenstaande Lastpost “een stuk vuilspuwerij en nestbevuiling, ja zelfs grove leugens”. “Grove leugens”, zelfs kleine leugens, hebben we er nochtans niet in gevonden. “Vuilspuwerij en nestbevuiling” is er alleen maar als je meent dat men geen zucht kritiek mag hebben nu Vlaams-nationalisten de trom roeren in ons land.

00:05 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Tags: n-va, media, antwerpen, homans, de wever, geybels, jambon, francken, de ridder |  Facebook | | |  Print