01-10-08
ROBERT MAISTRIAU OVERLEDEN
De dood komt altijd veel te vroeg. Gisteren vernamen we dat in alle intimiteit Marc Moulin begraven is, één van onze jeugdhelden omwille van zijn eerste programma’s op de RTBF-radio Cap de nuit, en vervolgens King Kong. Na de flauwekul met Telex volgden nog lekker jazzy platen van Marc Moulin. Intussen was Marc Moulin met zijn bijdragen in Télémoustique, de Franstalige Humo, ook één van de betere columnisten aan de overkant van de taalgrens (zie: http://www.lesoir.be/culture/musiques/musique-le-compositeur-belge-2008-09-30-644202.shtml en http://www.telemoustique.be/tm/chroniques/2557/Les-humoeurs-de-Marc-Moulin---Petites-combines.html). En vandaag wordt Robert Maistriau begraven. Met zijn 87 jaar was hij de laatste nog levende verzetsstrijder die tijdens de Tweede Wereldoorlog een treinkonvooi van de nazi’s naar Auschwitz tegenhield in Boortmeerbeek. Tientallen Joden konden daardoor ontsnappen.
Robert Maistriau viel in 1943 als 22-jarige samen met twee vrienden het treinkonvooi naar Auschwitz aan, slechts gewapend met één revolver. Van de 1 631 joden op de trein konden er 231 ontsnappen. Een aantal van hen werd enkele weken later evenwel opnieuw opgepakt, enkele anderen overleefden hun sprong naar de sporen niet. Maistriau werd op 21 maart 1944 in Brussel opgepakt en kwam terecht in de kampen van Breendonk, Buchenwald, Ellrich, Harzungen en Bergen-Belsen, waar hij op 15 april 1945 werd bevrijd. Youra Livchitz, de organisator van de actie, werd in 1944 gefusilleerd. Jean Franklemon, de nummer drie, werd opgepakt en naar een kamp gestuurd, maar overleefde de gruwel. Hij overleed in 1977. Een monument (foto) en een jaarlijkse manifestatie houden de gedachte aan de legendarische verzetsdaad van Youra Livchitz, Robert Maistriau en Jean Franklemon in Boortmeerbeek levendig. Robert Maistriau wordt vandaag begraven in zijn woonplaats Sint-Lambrechts-Woluwe.
Zaterdagnamiddag was een delegatie van het Anti-Fascistisch Front (AFF) nog op bezoek bij Regine Beer, een andere getuige van de nazi-gruwelijkheden en -ideologie (zie: http://aff.skynetblogs.be/archive-day/20070504, http://aff.skynetblogs.be/archive-day/20070505 en http://aff.skynetblogs.be/archive-day/20070506). Regine herhaalde honderd jaar te zullen worden. Want dat heeft ze haar kinderen beloofd, en beloften heeft ze altijd gehouden. We wensen het haar natuurlijk van harte toe. Mensen als Regine en Robert Maistriau, ze mogen ons niet ontvallen.
- Hugo Van Minnebruggen over Boortmeerbeek: http://www.verzet.org/content/view/244/35.
- Douglas De Coninck interviewt Robert Maistriau: http://www.getuigen.be/Getuigenis/3den/De-Coninck-Douglas/tkst.htm.
00:30 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: regine beer |
Facebook | | |
Print
29-03-08
EIGEN VOLK EERST?
Vandaag wordt met een uitvaartplechtigheid in de Bourlaschouwburg in Antwerpen afscheid genomen van Hugo Claus. We schreven al dat Claus een overtuigde antifascist was (zie: http://aff.skynetblogs.be/archive-day/20080319). Hugo Camps bevestigde dit intussen: “Van het Vlaams Belang had hij een fysieke afkeer.” Piet Piryns legde uit: “Dat Claus zich na de dijkdoorbraak van – toen nog – het Vlaams Blok een bezorgd Antwerpenaar toonde en Charta 91 een warm hart toedroeg, wordt niet zelden gelinkt aan de oorlogsjaren van de meester. Als tiener heeft hij gezien, gehoord en meebeleefd wat een fraai verpakte ideologie in de laarzen kan verstoppen.” Tom Lanoye herinnerde eraan dat het cordon sanitaire, dat door Charta 91 bepleit werd, gewerkt heeft. “Hopelijk besefte Claus, door de mist van zijn ziekte heen, ook dit scharnierpunt nog. (…) Tètitatutis!”
Het is altijd gevaarlijk om victorie te kraaien, niets is blijvend verworven, en daarom willen we op deze dag toch nog Hugo Claus' gedicht Eigen Volk Eerst? publiceren. Claus was natuurlijk veel meer dan een antifascist. Hij schreef prachtige liefdesgedichten, schreef geweldige burleske gedichten... Maar zijn politieke gedichten mogen niet onder de mat geschoven worden. Eigen Volk Eerst? dreigt anders wel dat lot te ondergaan. Het is niet terug te vinden in de box met gedichten van Hugo Claus 1948 – 2004 die in 2004 nog verscheen bij De Bezige Bij (zie: http://www.debezigebij.nl/boekboek/show/id=100675/dbid=14979/typeofpage=66357), terwijl het toch gepubliceerd werd in de Charta 91 Nieuwsbrief van oktober-november 1992 (zie: http://www.charta91.be/NB/NB04a.htm) en op 11 januari 1995 door Regine Beer als haar eerste tussenkomst in de Antwerpse gemeenteraad werd voorgelezen met de vermelding van Hugo Claus als auteur. Eigen Volk Eerst?, opdat we het niet zouden vergeten.
“Al onze ellende is de schuld van de Turken,
de Marokkanen, de bruinen, de zwarten, de gekleurden.
Zij pakken het werk af van de Belgen.
Zij kweken kinderen als konijnen.
Zij slachten schapen in de badkamer.
Zij stinken naar knoflook en vreemd voedsel.
Zij kosten ons miljarden.
Daarom moeten zij hier weg.
Niet allemaal tegelijk.
Eerst die al 3 maanden werkloos zijn. Dan de anderen.
Ook al zijn zij hier geboren.
Ook al zijn hun ouders hier geboren.
Ook al spreken zij Nederlands als u en ik.
Zij moeten zich hier niet thuisvoelen.
Hun thuis is hun apeland.
Want hun bloed is onzuiver.
Alleen ons bloed is zuiver. EIGEN VOLK EERST.
Wie zegt dat?
Dat zegt het Vlaams Blok,
listig verpakt in 70 punten.
Met de schandelijke uitspraak:
"De rechten van de mens zijn ondergeschikt
aan de belangen van het eigen volk"
"Eigen volk", dat is de slogan in Joegoslavië
waar men mekaar uitmoordt en foltert.
"Eigen volk" schreeuwt het uitschot in Duitsland
dat de huizen van de vreemdelingen in brand steekt.
Moet het nog duidelijker?
Moeten ook bij ons de eerste vreemdelingen er aan?
Herinner u hoe het ook op een zacht pitje begon in Duitsland voor de oorlog
met de eerste zachte maatregelen tegen de Joden.
Moet dit walgelijk kwaad
nu ook bij ons wortels schieten?
Zijn wij fanatieke onnozelaars
die klaar staan om in naam van ons eigen volk
te discrimineren, te haten, te moorden?
Sinds eeuwen dragen vreemdelingen bij tot de bloei
van onze Vlaamse gemeenschap, onze beschaving.
Hen uitstoten is in ons eigen vel snijden.
Vlamingen, reageer, ageer voor de fanatieke ziekte zich uitbreidt.”
00:15 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: cultuur, regine beer, cordon sanitaire |
Facebook | | |
Print
28-02-08
PIETER DE CREM ZELFS BIJ PHARA BUITEN SCHOT

De volgende ‘Ha’ van Humo, of welke prijs van televisiekritiek ook, mogen ze wat ons betreft geven aan Phara, het nieuwe VRT-laatavondprogramma op maandag-, dinsdag- en donderdagavond (zie: www.phara.be). Misschien zijn we bevooroordeeld omdat we Phara de Aguirre nog van een vorig leven kennen, maar wat de ankervrouw en mede-interviewer Lieven Van Gils brengen is televisie die to the point is. Indringend, sluw en humoristisch. Over politiek, maar ook met uitdrukkelijk aandacht voor cultuur. Al is natuurlijk niet elke uitzending even goed, we mogen het wel. Maandagavond was Pieter De Crem te gast, maar tegen zijn getater waren zelfs Phara de Aguirre en Lieven Van Gils niet bestand.
Phara de Aguirre zag alle kleuren van de regenboog toen ze twee zondagen terug Pieter De Crem bij De Pappenheimers, middenin de quiz, zijn defensiebeleid hoorde verdedigen. Al weken vraagt de redactie van Phara De Crem als gast. Om uitleg te geven over de kernwapens in Limburg, de Belgische soldaten die naar Afghanistan moeten en andere spraakmakende zaken. Maar steeds heeft De Crem “geen tijd”. Maandagavond kwam hij dan toch langs. Maar eerst iets over hoe Pieter De Crem minister van Defensie is geworden. De Crem was aanvankelijk niet enthousiast over de portefeuille van Defensie. “Met Defensie kan ik mij niet duidelijk plaatsen in het politieke landschap. Voor mijn politieke positionering is dat geen goed departement”, zei De Crem eerst. Hij wilde Defensie niet, en als het toch moest, dan met Buitenlandse Handel of Europese zaken erbij. Toen Leterme De Crem later dan Defensie én Mobiliteit voorstelde, was de reactie: “Oh neen, zo’n gevaarlijk departement. Dat is niets dan miserie. Dat zie ik echt niet zitten.” Het werd dan alleen maar Defensie.
Geen minister die intussen zoveel in de aandacht is geweest voor zijn beleidsintenties en -daden als minister van Defensie Pieter De Crem. De regering was amper geïnstalleerd of De Crem vloog naar alle uithoeken van de wereld, met telkens weer de pers in zijn gevolg, zodat de vliegtuigen van Defensie al vlug Air De Crem werden genoemd. Hier hebben we al geklaagd over de beslissing van De Crem om niet langer bussen ter beschikking te stellen om de concentratie- en vernietigingskampen te bezoeken (zie: http://aff.skynetblogs.be/archive-day/20080217 en http://aff.skynetblogs.be/archive-day/20080219). Het bracht Peter Slabbynck uit Brugge ertoe om in een lezersbrief in De Standaard en De Morgen te concluderen: “Alles lijkt erop dat u (Pieter De Crem, nvdr.) ook de geschiedenis zult ingaan en wel als de meest idiote defensieminister die we ooit gehad hebben. En u die dacht dat uw voorganger die benaming zou krijgen.” Knack-hoofdredacteur Karl van den Broeck schreef: “Nu hij minister van Landsverdediging is, heeft Crembo zich maar één doel gesteld: alles waar Flahaut trots op was, tenietdoen. Het leger moet een vechtmachine worden, in plaats van een veredelde EHBO-dienst. Het leger moet niet langer de natie dienen en de kinderen burgerzin bijbrengen – geen gratis busritten meer voor leerlingen die Buchenwald willen bezoeken dus. (…) Wat levert het De Crem op? Veel publiciteit – een personage in de strip van Meynen lijkt voor sommige politici het hoogste doel van hun politieke carrière te worden – en het satanisch genoegen dat wraak heeft.”
Maandagavond was Pieter De Crem dan toch bij Phara. Lieven Van Gils vroeg de minister of hij soms spijt had van een of andere uitspraak de voorbije twee maanden, omdat die soms ondoordacht was gedaan. “Neen”, antwoordde De Crem resoluut. “Neen?”, vroeg Van Gils zich verbijsterd af. Wat later bracht Phara de Aguirre het debat op de busreizen naar Buchenwald die Defensie niet meer wil betalen. De Crem antwoordde dat hij 200 000 euro moet besparen, hij nog wel het memorial van Breendonk wil onderhouden, en dit en dat. De Crem zwaaide ook nog met een rapport van de Inspectie van Financiën, maar niemand – ook de eveneens aanwezige Het Laatste Nieuws-hoofdredacteur Luc Van der Kelen niet – die De Crem de eenvoudige vraag voorlegde of de 15 000 euro die hij bespaart met het schrappen van de busreizen naar de concentratie- en vernietigingskampen opweegt tegen één reisje minder naar Afghanistan, Kosovo of waar dan ook om onze Belgische troepen te ‘ondersteunen’ met een legertje persmensen in het zog van de minister. Maar zoals gezegd, zelfs de beste interviewers waren niet bestand tegen de waterval aan woorden (de ‘taterval’?) van De Crem. Zie: http://phara.canvas.be/herbekijken/phara-252-herbekijk/.
De Crem zwanste vrolijk mee met de Gentse separatisten van N-GA die eveneens bij Phara waren, verweet Het Laatste Nieuws-hoofdredacteur Luc Van der Kelen voortdurend foute zaken te schrijven zonder te zeggen hoe de vork dan wel aan de steel zit, en wilde de kritiek van de Inspectie van Financiën op de busreizen naar Buchenwald niet tot “intergalaxtische” proporties opblazen. Maar een spatje van moreel besef dat het schrappen van die busreizen niet meteen zijn beste politieke zet is, was niet te bespeuren bij De Crem. Elke regering heeft zijn clown, maar met Pieter De Crem hebben ze toch wel de hoofdvogel afgeschoten in de naoorlogse politieke geschiedenis van ons land.
00:15 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: regine beer, media |
Facebook | | |
Print
19-02-08
AUSCHWITZ. WAAR MINISTER DE CREM GEEN JONGEREN NOG NAARTOE WIL VOEREN.


Eén week voor minister van Landsverdediging Pieter De Crem – ook Crembo genoemd omwille van zijn Rambo-achtig beleid – in januari het concentratie- en vernietigingskamp van Auschwitz bezocht, was ook een AFF’er ter plaatse. Voor de historische uitleg over Auschwitz verwijzen we naar de uitleg op de Wikipedia-pagina http://nl.wikipedia.org/wiki/Auschwitz, en het meer persoonlijke relaas op de website van het Joods Museum voor Deportatie en Verzet in de Dossin-kazerne in Mechelen: http://www.cicb.be/nl/concentratiekampen.htm. Dossin-kazerne van waaruit maar liefst 24 916 joden en 351 zigeuners naar Auschwitz gedeporteerd werden. Van hen stierven 15 873 mensen in de gaskamers. Anderen stierven door de ontbering en het regime daar. Bij de bevrijding waren nog slechts 1 221 van de uit België gedeporteerde mensen in leven. Pieter De Crem wil niet langer zijn steentje bijdragen opdat deze geschiedenis niet vergeten wordt (zie: http://aff.skynetblogs.be/archive-day/20080217).
“Een lange busreis doorheen het troosteloze, teneerdrukkend winterlandschap van de Poolse vlakte. Als de busdeur onderweg opent, dringt een armoedige bruinkoolgeur binnen. De winter hoort beter bij dit bezoek dan de lente met zijn bloemen, fris groen vol hoop op een nieuw leven. Als AFF-er heb ik al zoveel gelezen, films gezien, verhalen gehoord, onder andere van Regine Beer, dat Auschwitz (foto 1) geen schokeffect heeft. Het bezoek blijft wel beïndrukkend. Alhoewel het een weekdag in januari is zijn er betrekkelijk veel bezoekers. Ik hoor verschillende talen; ik zie veel jongeren. Een groep van een Frans college heeft een tuil bloemen neergelegd aan de Franstalige gedenkplaat (foto 2: Nederlandstalige gedenkplaat. Klik eenmaal op de foto voor een grotere afbeelding zodat je de Nederlandstalige tekst kan lezen.)
Als het geheel dan bekend voorkomt, zijn er details die opvallen. Enkele jaren geleden opende de Belgische regering in barak 20 een eigen tentoonstelling, tot stand gekomen onder de drijvende kracht van Ward Adriaens, historicus en conservator van het Joods Museum voor Deportatie en Verzet in Mechelen. Een tentoonstelling over de medewerking van Belgen met de bezetter, en in mindere mate over het Verzet. In deze tentoonstelling raakte een foto me. In een school op de(n) Oever, in het stadscentrum van Antwerpen, verdween eertijds een Joods meisje uit de klas, opgepakt door de Gestapo (foto 3). Thans zou dat zijn: een meisje zonder papieren – anderen noemen het met een vreselijk woord: ‘een illegale’ – verdwijnt uit de klas, wordt opgepakt. In barak 21 is er de Nederlandse expo. Daar treft me de zin "Het dochtertje van vrienden droomde dat haar pop op transport geplaatst werd." Misschien droomt nu ergens een meisje dat haar pop in een gesloten instelling opgesloten wordt.
Auschwitz II of Birkenau is indrukwekkend door zijn oneindige weidsheid, de uitgestrektheid van de regelmatige herhaling van barakken en wachttorens. In enkele barakken legt de Poolse overheid uit dat vele gevangenen Polen waren. Niet Joden. Meer zelfs, er wordt uitgelegd hoe Polen Joden hielpen. Hypocrisie, typisch voor een zwaar katholiek land. Er wordt gezwegen over hoe bijvoorbeeld in 1941 honderden Joden, geschat wordt meer dan 300 tot 1 600 Joden, door hun buren vermoord of levend verbrand werden in de Poolse stad Jedwabne. Of hoe in de jaren onmiddellijk na de oorlog tussen de 600 en 3 000 Joden die naar Polen terugkwamen gedood werden in progroms of één voor één vermoord werden, om de verlaten eigendommen, die ze zich toegeëigend hadden, niet te moeten teruggeven. Hypocrisie, het is niet alleen een ‘deugd’ van de katholieken, maar het wil toch weer eens treffen dat het een minister van Landsverdediging van die gezindheid is die in zijn ijver om alles wat zijn socialistische voorganger recht trok krom te maken, en omgekeerd, zelfs een streep trekt door de bezoeken van jongeren aan de concentratie- en vernietigingskampen. Natuurlijk is Crembo bekommerd om de vredesopvoeding en de burgerzin van jongeren, maar niet met zijn geld.”
00:15 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: regine beer, actie |
Facebook | | |
Print
11-08-07
Huldeconcert Regine Beer


De aangekondigde laatste lezing van Regine Beer (foto 1), één van de laatste overlevenden van de vernietigingskampen van Auschwitz-Birkenau (zie: http://aff.skynetblogs.be/tag/1/Regine%20Beer), kon begin mei niet doorgaan door de zwakke gezondheidstoestand van Regine Beer (zie: http://www.vrtnieuws.net/cm/vrtnieuws.net/nieuws/regionaal/Vlaams-Brabant/1.121137). Intussen is het met Regine beter gesteld, en morgen wordt in Mechelen een huldeconcert voor haar ingericht.
Liesbeth List (foto 2), in de jaren zestig opgemerkt door Ramses Shaffy en daarna jarenlang met hem in duo opgetreden, laatst nog met veel succes opgetreden in De Roma in Borgerhout, brengt op het huldeconcert voor Regine Beer naast een keuze uit haar veertigjarig repertoire (Pastorale, Brussel…) ook de Mauthausenliederen van Mikis Theodorakis (zie: http://fran.sneeknet.nl/homepage/show/pagina.php?paginaid=62196#maut). Della Bosiers zorgt met haar pianist Ben van der Linden (foto 3) voor een selectie van haar eigen liederen (Jefke, Fleur de Buda…) en klassieke Franse chansons. Vooraf brengt het ensemble Maruzella Jiddische muziek.
Zowel Liesbeth List als Della Bosiers weten maar al te best hoe het is om als Regine Beer door het leven te moeten gaan. Liesbeth List is kind van ouders die in de Jappenkampen hebben gezeten, met een tragische afloop. Na het verlaten van het kamp pleegde haar moeder zelfmoord. Regine Beer heeft na bevrijd te zijn uit Auschwitz-Birkenau moedig getuigenis uitgebracht, maar toch ook nog altijd aanpassingsproblemen. Della Bosiers werkt deeltijds op het secretariaat van de commissie voor de schadeloosstelling van de Joodse gemeenschap die leed onder de nazi-terreur, en hoorde zo vele aangrijpende verhalen.
Della Bossiers: “Ik vind het een eer om voor Regine Beer te mogen zingen. En het is ook de enige manier om de mensen te huldigen die niet zijn teruggekomen.” Zondag 12 augustus, om 15 uur in de Stadsschouwburg van Mechelen, Keizerstraat 3. Inkom: 20 euro. De opbrengst van het concert gaat naar een organisatie die zich inzet voor gehandicapten en minderbedeelden in Sri-Lanka (zie: http://www.kohomada.be). Meer info: http://www.cultuurweb.be/CNETPortal/DetailOffer.aspx?id_event=3D962558-BE42-EA16-184FBC9497A833CD&language=nl&locale=nl-NL
00:21 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: cultuur, actie, regine beer |
Facebook | | |
Print
06-05-07
Regine Beer (3)

Koestert Regine nog haat of boosheid? “(verbaasd) Ikzelf? (resoluut) Neen, ik ben niet haatdragend. En ik zou alle mensen willen aanraden om hun kinderen zo op te voeden, om hen te leren niet te haten. In het begin was dat voor mij natuurlijk niet gemakkelijk. De eerste jaren kon ik zelfs het woord ‘Duitser’ niet verdragen. Maar dat is stilletjes aan gebeterd, en nu heb ik dat absoluut niet meer.”
Heeft Regine haar schooldirectrice nog teruggezien? “Ja. Toen ik weer thuis was, heeft zij mama en mij zelfs eens uitgenodigd om een vieruurtje te komen gebruiken en eens te babbelen. Ik heb haar nooit iets kwalijk genomen.” Regine is, ondanks alles, blijven geloven in de mens. “Jazeker. Als ik ging spreken in scholen, eindigde ik altijd met een prachtige zin die ik ooit gelezen heb in het dagboek van Anne Frank: ‘En toch blijf ik geloven in de innerlijke goedheid van de mens.’”
Denkt Regine dat het opnieuw kan gebeuren? “Als we niet voorzichtig zijn, wel. Denk maar aan Jean-Marie Le Pen, die de kampen ‘een detail in de wereldgeschiedenis’ noemt. Als hij dat zegt, zullen heel veel jonge mensen dat ook beginnen te zeggen. Of denk aan het Vlaams Belang (foto 1). Als ik hoor hoe die partij nog altijd tekeergaat tegen de allochtonen, dan word ik soms wel bang. Mensen weten blijkbaar niet meer wat dat betekent, ze geven zich geen rekenschap van de mogelijke gevolgen. Mensen beseffen niet hoe gevaarlijk haat is.”
De meeste mensen zijn allang niet meer bang van het VB. “(laconiek) Tja, dan moeten die mensen dat maar weten, hè. Ik, en vele andere overlevenden met mij, hebben ons uiterste best gedaan om de mensen te waarschuwen. En om zelf het goede voorbeeld te geven. Meer kunnen wij niet doen.” Wat bedoelt Regine met ‘het goede voorbeeld geven’? “Dat wij van de mensen houden. En zij haten sommige mensen. (zwijgt even, glimlacht dan) Weet u, ze hebben het mij nooit durven vragen, maar als het Vlaams Belang mij zou hebben uitgenodigd om te komen spreken, dan zou ik het gedaan hebben (foto 2: de cover van Regine Beers jongste boek - voor meer over dat boek klik op de illustratie).”
Regine heeft jarenlang haar verhaal verteld in scholen, maar vandaag zet ze daar een punt achter. Het werd te vermoeiend. “Ja. En ik droom er zo veel van. Niet elke nacht, hoor. Maar toch dikwijls. Ik zou dat willen kwijtraken. Het is nuttig geweest, ik ben blij dat ik er mee voor heb kunnen zorgen dat zo veel mensen op de hoogte zijn. Het is goed dat we niet vergeten wat er gebeurd is. Maar voor mij is het teveel geweest. Ik ben er ook een heel ander mens door geworden.”
Een somberder mens? “Een somberder mens, misschien wel. Ik wil best lachen, want ik weet dat lachen gezond is. Maar het gebeurt mij veel te zelden dat ik kan lachen. Het heeft mij ook wel sterker gemaakt, denk ik. Vroeger, en zeker vóór de oorlog, was ik een flauw en braaf kind. Dat ben ik vandaag zeker niet meer. Maar ik zou dat hoofdstuk willen afsluiten. Mijn huisdokter heeft mij gezegd dat ik er beter mee kan stoppen. Ik ben er veel te ziek van geworden. Zes jaar geleden heb ik drie maanden in het ziekenhuis gelegen, met een soort depressie. Dat wil ik liever niet meer.”
Maar Regine is er weer bovenop. “Ja. Mijn dochter heeft mij in feite gedwongen om eens naar een psychiater te gaan. Zelf zou ik daar nooit aan gedacht hebben. En die man heeft mij werkelijk uit die depressie gehaald. Hij komt mij nog af en toe bezoeken. Dat zijn gesprekken waar ik veel aan heb.”
Stel dat er een pil bestond waardoor Regine al haar slechte herinneringen kon vergeten, zou zij die dan nemen? “(twijfelt, glimlacht dan) Daar zou ik eens héél goed over moeten nadenken. Ik zou alleszins dat hoofdstuk willen afsluiten. Mijn zoon (VRT-journalist Stefan Blommaert, red.) en dochter hebben het mij echt op het hart gedrukt: ‘Mama, u moet ermee stoppen!’ Anderzijds heeft het mij altijd in contact gebracht met andere mensen. Zo heb ik veel vrienden gemaakt, en ben ik ook altijd blij als er journalisten over de vloer komen. Maar ik moer er een punt achter zetten. Dan kan ik eindelijk beginnen te leven zoals een oud madammeke. (ondeugend) Maar dat wil ik niet, hoor.”
Wat zijn Regines plannen voor de komende jaren? “Veel plannen heb ik niet meer. Ik heb altijd graag verre reizen gemaakt, maar dat laat mijn gezondheid niet meer toe. Daar moet ik mij bij neerleggen. Al weet ik dat de meeste mensen dat niet meer gemakkelijk doen. Mensen zijn zeer verwend, tegenwoordig. Niet alleen de kinderen, maar ook de ouders. Het moet altijd maar verder en verder en meer en meer. Ze willen naar de Noordpool en de Zuidpool, naar de evenaar en de Kreeftskeerkring – nooit zijn ze tevreden.”
Is Regine tevreden? “Ik ben meestal wel tevreden. Ik krijg veel vriendschap van de mensen. Ik hou van mijn kinderen, schoonkinderen en kleinkinderen. (plotseling heel trots en overtuigend) En ik ben absoluut niet jaloers! Jaloezie is een zeer zware kwaal, ik heb bij andere mensen vaak genoeg gezien wat dat teweeg kan brengen. Ik ben blij dat ik daar geen last van heb.” Heeft Regine geluk gekend? “Ik voelde mij gelukkig toen de kinderen nog klein waren. Maar ik heb ook twee mislukte huwelijken achter de rug en woon nu al twintig jaar alleen, dus dan kun je niet écht gelukkig zijn. Ik ben alleen. En dat is niets voor mij.”
Had Regine eigenlijk al een vrijer toen zij werd opgepakt? “Een vrijer niet. Er was wel een jongen voor wie ik een boontje had. Toen ik terugkwam uit Auschwitz hoorde ik dat hij gecollaboreerd had. En met zo iemand kon ik natuurlijk niet trouwen. Mijn eerste man heb ik leren kennen bij de bevrijding. Hij had vastgezeten als Franse krijgsgevangene. Helaas heb ik bij hem het geluk niet gevonden. (zwijgt even) En onze eerste zoon, Michel (Morantin – steeds paraat en een helpende hand bij AFF-acties, red.) is gestorven toen hij 52 was. Daar heb ik veel verdriet van gehad. Hij was zo’n lieve en genereuze man.”
Vraagt Regine zich soms af wat de zin van het leven is? “Neen, want ik kan er toch niet op antwoorden. (zwijgt even, denkt na) Van mekaar houden. Van de mensen houden, dát is het belangrijkste.”
Is Regine bang om dood te gaan? “Helemaal niet. Als ik moet doodgaan, ga ik dood. En dan is het gedaan. Maar ik wil honderd jaar worden. Ik moet honderd jaar worden, want ik heb het aan mijn kinderen beloofd.” We wensen het haar toe. “Het moet! (glimlacht) Alles wat ik beloofd heb in mijn leven, en zeker de dingen die ik beloofd heb aan mijn kinderen, heb ik altijd volbracht. Dit zal ik ook volbrengen. Ik mag natuurlijk langer blijven leven, maar dat hoeft niet. Honderd is voldoende.”
Het AFF wenst Regine die honderd jaar toe, en voor ons mag het zelfs meer worden. Veel geluk en een goede gezondheid, Regine. Samen met Jan Van Calsteren en anderen heb je ons geïnspireerd en aangemoedigd voor de strijd tegen het fascisme in al zijn vormen en varianten. Het ga je goed.
- Huldiging van Regine Beer vanmorgen: http://www2.vrtnieuws.net/cm/vrtnieuws.net/nieuws/regiona...
00:15 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: regine beer |
Facebook | | |
Print
05-05-07
Regine Beer (2)

Hoe heeft Regine het kamp van Auschwitz (foto 1 - voor recentere foto's klikken op de illustratie) kunnen overleven? “Ik heb veel geluk gehad. Op een dag stond ik mee in de rij om vergast en verbrand te worden. En ineens, ik weet niet waarom, kwam er een bewaker langs en die riep iets, en wij moesten allemaal een halve draai naar rechts doen en terug naar het kamp marcheren. Voor de rest probeerde ik er altijd voor te zorgen dat ik in een groepje stond, zodat ze mij niet zouden opmerken. Ik bleef zo onopvallend mogelijk.”
Wat voor werk moest Regine doen? “Loopgrachten graven. Om ze dan nadien weer te vullen. Gewoon om ons te pesten, soms. Ik heb ook eens in de keuken gewerkt, waar Poolse en Hongaarse vrouwen de plak zwaaiden. Die vrouwen waren zelf ook gevangenen, maar ze gedroegen zich nog slechter dan de nazi’s zelf. We mochten bijvoorbeeld nooit een bekertje soep voor ons zelf uit de ketel scheppen. En soms stalen ze ons brood, hoewel we elke dag maar een klein stukje kregen. In de fabriek heb ik ook gewerkt. Daar moesten we moertjes maken, voor de vliegtuigen. En als we terug naar het kamp gingen, moesten we altijd marcheren, op maat – ‘Schnell, schnell, Schweinehunden!’ Op den duur had ik echt geen kracht meer. Toen ik aangehouden werd, woog ik 62 kilo. Bij de bevrijding woog ik er nog 31.”
Wat is het ergste dat Regine gezien of meegemaakt heeft? “Het ergste heb ik niet zelf gezien, maar gehoord van iemand die ook in het kamp zat. Toen er een nieuwe lading gevangenen arriveerde, heeft een SS’er eens een klein kindje bij de beentjes vastgepakt en tegen een stenen muur geslagen, zodat de hersentjes eruit liepen. Dat vind ik het ergste, wat ze die kinderen hebben aangedaan. Wij hadden ook geen verweer, wij konden ons ook niet verdedigen, maar wij konden tenminste nog nadenken, als volwassenen.”
Welke gedachten hielden Regine overeind? “Dat ik moest vrij komen. Ik had een sterke wil, ik wilde vrij komen. Ik móést eruit geraken, voor mama. Want ik had haar een onrecht aangedaan, door te luisteren naar mijn directrice. Ik hunkerde naar de vrijheid. En dat heeft mij altijd geholpen.In mijn binnenste zong ik altijd een liedje dat ik nog van vroeger kende. (zingt) ‘De gedachten zijn vrij. Wie raadt ze daarbinnen? Ze dansen voorbij. Als nachtelijke schimmen. Geen mens kan ze maken. Geen jager kan ze raken. Laat wezen wat zij. De gedachten zijn vrij. Vrij. Vrij.’ (zwijgt even) Maar ik was heel erg bang, hoor. Toen ik samen met twee andere vrouwen vlakbij een ketel soep stond, en zij daar wat uit probeerden te scheppen, heb ik dat niet gedurfd. Ik was altijd te bang om gepakt te worden. Ik vond het laf van mezelf, maar het heeft me wel gered.”
Wat gebeurde er als iemand ziek werd? “Er was een soort verpleegzaal waar je dan terechtkwam. Wie hoge koorts had, werd eruit gehaald en naar de gaskamer gestuurd. Ik heb ook een paar keer in die zaal gelegen, maar blijkbaar was ik nooit ziek genoeg om vergast te worden.” Regine had een goede engelbewaarder. “(glimlacht) Ja, je zou het nog gaan denken. Maar ik geloof niet in engelen of in God, hoor. Ik ben honderd procent vrijzinnig. Zo ben ik ook opgevoed door mijn ouders.”
Heeft Regine nooit getwijfeld? “Neen. Toen ik pas terugkwam uit Auschwitz, kwam een oude schoolvriendin mij bezoeken. ‘Regine’, zei ze, ‘ik weet dat jij vrijzinnig bent, maar ik ben gelovig, en ik ken een pastoor die graag met jou zou kennismaken. Zou jij niet eens met hem willen praten?’ Ik zag daar het nut niet echt van in, maar ik ben naar die man toe geweest. Wij hebben een halve dag met elkaar gesproken. Toen we afscheid namen, zei die pastoor:’De meeste mensen hebben een geloof nodig, omdat het een steun is voor hen. Maar u hebt dat niet nodig, u kunt leven zonder godsdienst.’” Voor sommige mensen is God gestorven in Auschwitz. “Dat begrijp ik zeer goed. Als God bestaat, dan heeft hij Auschwitz laten gebeuren, en dan is hij het slechtste wezen dat ik mij kan voorstellen.”
Welke beelden uit het kamp ziet Regine als ze de ogen sluit? “Dan zie ik de appelplaats, waar Mala Zimetbaum (foto 2) voor onze ogen werd gedood, omdat ze in het gezicht van een SS’er had gespuwd en tegen hem had gezegd: ‘Uw tijd komt ook nog!’ Ik zie een vijver waar we eens in mochten springen terwijl we aan het marcheren waren, zodat we ons heel even fris konden voelen. En dan is er nog een beeld: kampgevangenen die door hun benen zakken en zich nog proberen recht te houden tegen de muur – als dat gebeurde, was het met je gedaan. Dat zijn zowat de belangrijkste beelden die ik zie. (zwijgt even) En wat ik ook altijd heb onthouden, is de stank in de barakken waar we sliepen. We sliepen in een soort kooien, met twee verdiepingen. Omdat ik nogal lenig was, kon ik meestal op de bovenste verdieping kruipen. Dat was de beste plaats, en weet u waarom? Omdat bijna iedereen diarree kreeg, en de urine en de (spreekt het woord stil uit) Scheisserei zomaar liet lopen. Wie beneden lag, was altijd vies.”
Bestond er solidariteit onder de gevangenen? “Neen, het was verboden om solidair te zijn. Mensen probeerden elkaar soms wel te helpen, maar meestal was het ieder voor zich. Je kon ook bijna niet met elkaar praten, je moest altijd op je hoede zijn. Je was altijd eenzaam. Die eenzaamheid achtervolgt mij vandaag nog altijd.”
Heeft Regine met iemand over haar ervaringen kunnen spreken vóór het einde van de jaren zeventig, toen ze begon met spreekbeurten en lezingen te geven? “Neen, de eerste dertig jaar na de bevrijding heb ik er weinig over kunnen spreken. Toen ik pas terug thuis was, heb ik alles natuurlijk aan mama verteld. Mijn kinderen heb ik willen sparen, dus hen heb ik vroeger nooit te veel verteld. Al waren ze wel altijd nieuwsgierig naar dat nummer op mijn arm. Toen ze wat ouder waren, heb ik hen dan uitgelegd wat dat is.”
Wat betekent dat nummer voor Regine? “Het is mijn bewijs dat het allemaal echt gebeurd is. In Den Haag ben ik eens gaan spreken voor een groepje jongens die niet geloofden dat de kampen echt bestaan hebben. De vrouw die mij had uitgenodigd, wilde hen daar toch van overtuigen en nodigde mij daarom uit. Toen ik daar binnenkwam, was ik wel een beetje bang. Het waren allemaal nogal forse kerels. En in het begin waren ze helemaal niet geïnteresseerd in wat ik vertelde – je zag hen denken: ‘Laat dat oude wijf maar zagen.’ Tot ik dat nummer op mijn arm liet zien. Toen begonnen ze te denken. Niemand laat zoiets voor zijn plezier op zijn arm tatoeëren, dat beseffen ze ook wel. Toen waren ze genezen. Ze zijn later nog naar Auschwitz gegaan, en ze hebben mij zelfs nog een kaartje gestuurd. Dat vind ik een geweldig resultaat.”
Zijn er overlevenden die dat nummer laten weghalen? “Ja, heel veel. Ik zou willen dat het na mijn dood bewaard zou worden. Dat ze dat stukje huid uit mijn arm snijden en het laten drogen, zoals perkament. Maar het schijnt heel duur te zijn, en je krijgt er niet zomaar de toelating voor. Jammer, want dan zouden ze het ergens kunnen tentoonstellen. Het is niet omdat ik sterf dat alles moet worden weggegooid. Mensen moeten weten wat er gebeurd is. Het beste is natuurlijk naar Auschwitz zelf gaan. Bent u er al geweest?” Nog niet, neen. “U moet zeker eens gaan. Zelf wil ik het niet meer doen, voor mij is het veel te beklemmend. Ik ben verschillende keren teruggegaan, om mensen het kamp te tonen. Maar ik kan het niet meer aan. Lichamelijk niet, en geestelijk ook niet.”
00:15 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: regine beer |
Facebook | | |
Print
04-05-07
Regine Beer (1)
“Eigenlijk is het niet goed voor mij, om dat hele verhaal nog eens te vertellen”, zegt ze. “Maar ik wil het tóch doen. En dan wil ik de bladzijden omdraaien en alleen nog maar naar de toekomst kijken.” Regine Beer (foto) geeft zondagmorgen in Tielt haar laatste lezing. Bijna tweeduizend keer is ze in scholen en elders gaan spreken over haar ervaringen in het concentratiekamp van Auschwitz-Birkenau. Op doktersbevel moet ze het voortaan rustiger aan doen. Als hommage aan de nu 86-jarige Regine Beer publiceren we hier vandaag en de twee volgende dagen de neerslag van één van de laatste keren als ze haar verhaal vertelde. Overgenomen uit Knack. Regine, het ga je goed. Jouw laatste boek, Mijn leven als KZ A 5148, heeft een ereplaats gekregen in onze woonkamer. Omwille van het boek, maar natuurlijk ook om wat jij erin schreef. Voor … blijf zoals je bent.
Regine Beer: “Mijn papa is in 1940 gestorven. Hij was altijd diamantbewerker geweest, maar had in de jaren dertig niet veel werk gehad. Dat maakt dat er bij ons thuis geen financiële weelde was. Mama had geen beroep, die deed het huishouden. Ik was de enige die nog thuis woonde. Ik ging naar de normaalschool, want mama wilde dat ik zeker een diploma zou behalen. Zo ben ik lerares Franse taal en lichamelijke opvoeding geworden. De directrice van de normaalschool was altijd heel lief voor mij. Omdat ze wist dat we het thuis niet breed hadden, legde ze elke dag om tien uur een boterham voor mij klaar. Ik was een braaf meisje. Véél te braaf. Want toen de directrice mij zei dat ik mij op het Antwerps stadhuis moest laten inschrijven in het Jodenregister, heb ik die slechte raad ook opgevolgd. De directrice wist dat ik langs vaderskant van Joodse oorsprong was, en ze wilde in orde zijn met de papieren. En ik heb gewoon naar haar geluisterd. Als ik dat niet had gedaan, was het allemaal niet gebeurd.”
Wist ze dan niet wat haar boven het hoofd hing? “Toen ik mij ging inschrijven nog niet. Maar vrij snel kreeg ik in de gaten dat het beter was om mij niet als Joodse kenbaar te maken. De Jodenster heb ik nooit gedragen. Omdat ik wist dat ik er niet Joods uitzag, kon ik op een normale manier mijn leven verder zetten. Mijn zuster is zich niet gaan inschrijven. Zij was al getrouwd en droeg de naam van haar man. Mijn broer is zich wel gaan inschrijven. Hij had dezelfde naam als ik en was bang geworden. Hem wilden ze ook oppakken, maar dat is uiteindelijk niet gebeurd. Zijn vrouw, die een echt arisch type was, had hun slapend zoontje getoond aan de SS’er die hem kwamen ophalen – dat kind had een hazenlipje en een wolfsmuiltje. Toen hij dat zag, zei de jongste van de SS’ers: ‘Man muss nicht mit!’ Blijkbaar had hij ook een zoontje met zo’n hazenlip. Ik ben er niet aan ontsnapt. Doordat ik mij was gaan inschrijven, kwam het moment dat ze voor de deur stonden.” Het gebeurde ’s nachts.
“Ik lag boven te slapen, toen ik hoorde dat men beneden op de deur stond te bonken: ‘Aufmachen! Polizei!’ Mijn moeder heeft opengedaan en toen zegden ze dat ze mij moesten hebben. Mama heeft nog gezegd: ‘Jamaar, het is toch ook mijn dochter en ik ben geen Joodse!’ Maar dat hielp niet. Mijn vader was Jood, dus ik moest mee. Ze zijn de trappen op gedonderd, naar de tweede verdieping, tot in mijn slaapkamer. Ze bleven erbij staan terwijl ik mij aankleedde. Ze hebben mijn spaargeld nog gestolen, dat herinner ik mij ook. En ze hebben mij meegesleurd naar beneden en in een camion gegooid.” Mocht Regine afscheid nemen van haar moeder? “Neen, dat mocht niet. Mama weende alleen maar. En ik heb haar niet kunnen troosten. Ik had toen nog de hoop dat het allemaal wel zou meevallen.”
Waar werd Regine naartoe gebracht? “Naar de Dellafaillelaan 21, naast het Nachtegalenpark in Wilrijk. Daar moesten we de hele nacht rechtstaan in open paardenstallen. We hoorden er voortdurend geroep en geschreeuw – later bleek dat daar weerstanders gefolterd werden. Diezelfde nacht werden we weer in een camion geduwd en zijn we naar de Dossinkazerne in Mechelen gebracht. Daar kreeg ik mijn eerste nummer (spreekt het uit op z’n Duits) E 102 – met de ‘E’ van Entscheidung, omdat ik een van die twijfelgevallen was over wie men later nog zou beslissen. Ik heb meteen verklaard dat ik maar half-Joods was. Dat is mijn redding geweest. Want als ze meteen hadden beslist om mij weg te voeren, had ik veel sneller in het kamp gezeten.”
Wat gebeurde er allemaal in Mechelen? “Toen we daar aankwamen, moesten we ons uikleden. Overal zochten ze naar juwelen en andere kostbare dingen: in mijn mond, onder mijn oksels, overal waar het maar kon – ze gingen zelfs met een rietje door de schaamspleet. (zwijgt, denkt na) Verder was het daar niet zo erg als in Auschwitz-Birkenau, maar het was toch al een soort voorgeborchte, zou ik zeggen. We werden er bijvoorbeeld gepest. Dan moesten we allemaal meteen naar beneden komen om turnoefeningen te doen: op handen en voeten, en dan twintig keer na elkaar de armen buigen en strekken. Voor mij was dat geen probleem, ik deed dat met plezier. Maar er zaten ook stokoude mensen tussen, en als zij die oefeningen niet konden, werden ze verschrikkelijk geslagen.”
Waren daar mensen bij die Regine kende? “Neen, ik kende niemand in de Joodse gemeenschap. Mijn ouders hadden ons helemaal niet Joods opgevoed. Mijn vader had mij wel eens verteld dat hij Joods was, maar dat betekende verder niets voor ons. Ik kende dus niemand van de mensen die samen met mij waren opgepakt. In Mechelen heb ik wel mensen léren kennen, natuurlijk. Toen een andere gevangene ’s nachts had geprobeerd (spreekt het schroomvol uit) om met mij de liefde te bedrijven, waren er twee mannen die mij in bescherming namen: Daan Sternefeld en David Kusman. Ik mocht dan tussen hen in slapen, zodat niemand mij nog kon lastigvallen.”
Hoopte Regine nog terug naar huis te kunnen? “Eén van de Vlaamse SS’ers die ons in Mechelen moest bewaken, heeft mij op een dag de kans gegeven om te ontsnappen. Mosje Pisje noemden we hem. Ik moest samen met hem naar de apotheker, en ik voelde dat hij opzettelijk op een afstand bleef, alsof hij wilde dat ik ontsnapte. Maar ik heb het niet gedaan, ik ben braaf mee terug naar de kazerne gewandeld. Als ik het wél had gedaan, wist ik zeker dat ze mijn mama zouden hebben opgepakt. En dat wilde ik niet. (zwijgt even) En er is nog iets raars: ik was op dat moment blij dat papa niet meer leefde. Ik weet dat het woord ‘blij’ hier eigenlijk niet past, maar toch: als papa nog had geleefd, hadden ze hem zeker ook opgepakt en naar de kampen gevoerd. En die zou niet levend teruggekomen zijn, want hij was veel ouder dan ik. En hij was geen twijfelgeval, zoals ik.”
Waren er ‘twijfelgevallen’ die vrijgelaten werden? “Ja, soms werden er mensen vrijgelaten. Maar dan moest je ofwel iemand kennen die in contact kon komen met koningin Elisabeth, ofwel iemand kennen met een groot kapitaal. Zo is Daan Sternefeld vrijgekomen, omdat er voor hem betaald werd. Toen hij vertrok, zei Daan nog dat hij naar mijn moeder zou gaan om te vertellen waar ik was. Maar mama had geen geld, dus ze heeft mij niet kunnen vrijkopen. En toen een commissie van Duitse hogeschoolstudenten, die Rassenkunde studeerden, op bezoek kwam, was mijn lot bezegeld. Zij besloten uiteindelijk dat ik Joodse was. Ik kreeg een transportnummer en moest op de trein. Achteraf is gebleken dat ik op het voorlaatste transport ben gezet.”
Hoe was dat, in zo’n wagon? “Drie dagen en drie nachten heeft dat transport geduurd. Wij zaten met honderd mensen in een wagon waar normaal misschien maar twintig mensen in konden. Mannen en vrouwen, kinderen en oudere mensen, zieke mensen – wij stonden er zaten allemaal op elkaar gepakt. In elke wagon stond één Kübel, een soort emmer, waarin wij onze behoefte konden doen. En als de trein dan even stopte, werden die Kübels leeggemaakt. Dat stónk, het was verschrikkelijk. En de kinderen maar schreeuwen en huilen. Er waren ook mensen die aan het bidden waren.”
Wist Regine waar ze naartoe gevoerd werd? “Neen, pas toen de trein uiteindelijk bleef stilstaan en we moesten uitstappen, zagen we het bord: Auschwitz-Birkenau. Ik begreep nog altijd niet wat er aan de hand was. We werden opgespitst in twee rijen. Rechts de kinderen, de oude mensen, de zieke mensen, die allemaal werden vergast en verbrand. Ik moest naar links, dat was de goede kant, voor de mensen die mochten blijven leven omdat ze ons nodig hadden om te werken. (wijst naar haar arm) We moesten ons uitkleden en het eerste wat ze deden, was een nummer in onze arm prikken. Ik kreeg nummer A 5148. Ik herinner mij ook nog dat ik toen een meisje zag dat ik kende van op school, en dat ik haar vroeg wat er allemaal in het kamp gebeurde. ‘Wacht maar’, zei ze, ‘het zal je snel genoeg duidelijk worden.’”
00:30 Gepost door AFF/Verzet | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: regine beer |
Facebook | | |
Print






















